Ter zake

Ze komt dicht bij me staan. Ik zit in een fauteuil. Ze kijkt op me neer. ,,Ik wacht op je'', zegt ze zacht zodat omstanders het niet kunnen horen. Ze schept intimiteit. Ik moet reageren. Ik kan er niet onderuit. Ze brengt me in verwarring. Ik ben net neergestreken in de lobby van Habana Libre, het vroegere Hilton. Ik vraag me af hoe ze binnen is gekomen. Cubanen worden bij de ingang opgehouden, naar hun papieren gevraagd. De overheid probeert toeristen en eilandbewoners gescheiden te houden.

Stap ik in het complot? Bij eerdere bezoeken aan Cuba werd ik aangesproken door kinderen die `chicklets' of `plumas' vroegen. Toen kwamen de Russen hier nog zodat een oude man een aantal jochies die me belaagden tot de orde riep met: ,,Jullie moeten respect hebben voor een vreemdeling die van ver komt, van over de oceaan, van over de Oeral!''

Maar nu is niemand getuige. Ik mijd haar blik. Ze loopt gevaar. Straffen die op het aanpappen met vreemdelingen staan, zijn niet mis. Weliswaar staat Cuba nu open voor toerisme maar wildgroei die daarvan het gevolg is, wordt bestreden. Je treft ze in schemerlicht langs de boulevard. `Jineteras' worden ze genoemd, meisjes die je blik proberen te vangen, hopend dat je naar Havana kwam om in ruil voor dollars hun gunsten te genieten. De toerist confronteert Cubanen met luxe die buiten hun bereik ligt. Hij is een begerenswaardige melkkoe. Voor dollars is alles te koop. Voor pesos krijg je niets.

Ik ben haar een antwoord, een reactie schuldig. Ze wacht met haar donkere ogen op me gericht, vanuit de hoogte.

Contact met toeristen is riskant. Met een vreemdeling op straat, in een taxi, in een hotel, in je auto, aan tafel... behoeft een verklaring. Toch zie ik 's avonds laat Engels sprekende heren in gezelschap van Cubaanse meisjes hun kamer opzoeken. `Bleke bloemen van de nacht' noemt de zanger Silvio Rodriguez hen, `bloemen die door verboden deuren breken.'

De toerist zal het prozaïscher bekijken. Voor hem is het een zakelijke overeenkomst. Geen actie tegen het systeem of daad van medeleven.

Voor haar zijn risico en verleiding groter. Honger en armoede zijn misschien niet haar motief. Maar ze wordt toch op z'n minst gedreven door onvrede met de soberheid en schaarste die Amerikaanse boycot en socialistische economie haar opleggen. Eén klus levert haar meer op dan haar vader in een maand aan de universiteit verdient.

Er zijn andere Cubaanse vrouwen die contacten met buitenlanders onderhouden. Het is veelal een vriend die waspoeder, tandpasta, wc-papier, zeep en in het beste geval een parfum en dollars meeneemt. Misschien schenkt ze hem in een enkel geval tijdelijk haar liefde als compensatie. Hij weet dat ze het eiland niet zal verlaten om hem achterna te gaan. In het verleden kon ze hem wellicht nog te na komen door naar Riga, Boekarest of Praag te reizen. Maar dat is over.

Het bloed is me naar mijn hoofd gestegen. Schaamte die zich ophoopt in dat kleine moment tussen haar toenadering en mijn tot nog toe uitgebleven reactie.

`Deze stad cultiveert het onmogelijke', zegt Mario Benedetti in een gedicht dat de sensualiteit in de straten van Havana bezingt. De Revolutie is puriteins. Des te curieuzer dat Fidel Castro door zich op het toerisme te verlaten entameert wat hij in de voorafgaande dictatuur van Batista veroordeelde. Want in het toenmaals corrupte maar rijk gevarieerde uitgaansleven bloeiden peepshows, casino's, bordelen, elitaire clubs, stripteasetenten en vooral de befaamde `exhibicones' waarin elke seksuele fantasie werd geëtaleerd. Havana was een paradijs voor toeristen die uit de Verenigde Staten overwipten.

Het zijn ook niet meer gelijkgestemden uit Rusland of Oost-Europa die de tropische variant van hun heilstaat komen bezoeken en evenmin supporters uit kapitalistische landen, maar gewoon badgasten wier keus door zon en strand wordt bepaald, die luxe en comfort wensen en als het hun uitkomt exotisch avontuur.

Toerisme moet de economie redden. Boycot en ideologie houden elkaar in een wurggreep. Verworvenheden van de Revolutie dreigen een schaduw of zelfs een parodie te worden van wat ze eens waren. Maar het voorbeeld van andere, kapitalistische landen in Latijns Amerika suggereert evenmin een oplossing. Te meer omdat Cubanen vrezen dat het merendeel van de bevolking de dictatuur van de schaarste zal inruilen voor de vrijheid van de armoede.

Ik kijk haar voor het eerst aan. Van onderuit. Ze glimlacht. Geduldig. Ze gunt me de tijd. Ik heb ons beiden in verlegenheid gebracht door mijn aarzelen. Ik kijk vluchtig om mij heen en ben bijna mijn stem kwijt als ik me tot haar richt. Ik voel me gevleid. Maar niettemin: ,,No gracias.''