Raad Srebrenica bijeen

Vier jaar na het grootste bloedbad uit de Bosnische oorlog heeft Srebrenica een gemeenteraad met moslims en een moslimburgemeester – al kunnen ze nog altijd niet in de stad wonen.

Srebrenica, in de oorlog een moslimenclave ('veilig gebied') in Bosnië onder bescherming van Nederlandse VN-soldaten, werd in juli 1995 door de Bosnische Serviërs veroverd.

Zevenduizend moslimmannen werden weggevoerd en zo goed als zeker vermoord. De andere moslims werden verdreven en Srebrenica werd herbevolkt met Bosnische Serviërs. Sinds 1995 zijn in massagraven rond 1400 lichamen van moslims uit Srebrenica gevonden.

In september 1997 werden in Bosnië lokale verkiezingen gehouden waarbij kiezers mochten stemmen voor een gemeenteraad in de plaats vanwaar ze waren verdreven (en waarnaar ze doorgaans niet konden terugkeren). Met de stemmen van de verdreven moslims kreeg Srebrenica een raad met zeventien Serviërs en 23 moslims. Twee pogingen om de raad bijeen te laten komen liepen na de verkiezingen stuk op verzet van de Serviërs, die de moslimraadsleden met geweld de toegang tot Srebrenica ontzegden.

Gisteren lukte het wel: de raad van Srebrenica kwam voor het eerst bijeen. De moslimleden werden per auto naar het gemeentehuis gebracht. De raad koos een moslim, Nesib Mandzic, als burgemeester. Een Serviër, Dragan Jestic, werd als loco-burgemeester gekozen. Na afloop verlieten de moslimraadsleden en de burgemeester Srebrenica weer.

Robert Barry, hoofd van de Bosnië-missie van de OVSE, prees de zitting niettemin als een teken van verzoening. ,,Als hier in Srebrenica sprake kan zijn van verzoening, kan dat overal in Bosnië.'' (Reuters, AP)