PRETENDERS

Chrissie Hynde mag zich twintig jaar na het debuut van haar Pretenders een grande dame van de rock & roll noemen. De wet van de remmende voorsprong heeft haar het nakijken gegeven bij het succes van nieuwe rockdames als Alanis Morissette en Shirley Manson van Garbage, maar dat heeft Hynde er niet van weerhouden om met de achtste cd Viva El Amor een ouderwets goede Pretenders-plaat te maken. In het openingsnummer Popstar zingt ze smalend over de jonge collegaatjes die zich op aanraden van hun psychiater tot het boeddhisme bekeren, maar die niet voor langdurig succes in de wieg zijn gelegd: `They don't make `em like they used to, baby.'

De sfeer is primitief en strijdvaardig, zoals de Che Guevara-pose met gebalde vuist op de hoes al deed vermoeden. Op 47-jarige leeftijd is de uit de rubberstad Akron, Ohio, afkomstige Hynde het stadium voorbij dat ze mooi wil zitten als het meisje van de band. Haar stem klinkt ruiger dan ooit. `You bring the biker out in me,' zingt ze in Biker, een nummer over motorduivels dat paradoxaal genoeg met zoete strijkers is versierd. Melodieuze popliedjes als de Pretenders-klassieker Brass in pocket zijn dit keer dun gezaaid en in plaats daarvan is er de ruwe bolster van Human.

Met gastbijdragen van levende legenden David Johansen en Jeff Beck is Viva El Amor een rockplaat met één motorlaars fier vooruit op de monitorbox.

Pretenders: Viva El Amor (Warner 3984271522)