Optimist en strategisch denker

De hoofdinspecteur voor de volksgezondheid J. Verhoeff is afgelopen vrijdag tijdens een congres van het European Platform of Supervising Organizations in Noorwegen onverwacht overleden. Verhoeff was al enige tijd hartpatiënt en kreeg tijdens de vergadering een hartstilstand. Hij werd 56 jaar.

Jitze Verhoeff volgde na zijn opleiding medicijnen in Amsterdam de specialisatie tot psychiater. In de jaren zeventig werkte hij als zodanig bij de GG en GD in de hoofdstad. In 1982 trad hij als plaatsvervangend geneeskundig hoofdinspecteur in dienst van het toenmalig ministerie van Volksgezondheid en Milieu. Zeven jaar later werd hij benoemd in een beleidsfunctie tot directeur gezondheidszorg op het departement. In 1991 keerde hij terug naar de inspectie en twee jaar later werd hij hoofdinspecteur voor de gezondheidszorg. In deze functie gaf hij leiding aan de fusie van de drie inspecties: de geneeskundige, de farmaceutische en die voor de geestelijke gezondheidszorg. Een omvangrijke aangelegenheid die een reorganisatie op 21 locaties noodzakelijk maakte.

Bij de verhoren door de parlementaire enquêtecommissie `Vliegramp Bijlmermeer' moest de hoofdinspecteur wegens hartklachten verstek laten gaan. De kritiek die tijdens dat onderzoek loskwam op de inspectie en die vervolgens in enkele conclusies werd verwoord, trof hem zeer. Verhoeff werd tijdens de verhoren door de commissie-Meijer vervangen door plaatsvervangend hoofdinspecteur H. Plokker, die een deel van de kritiek op de inspectie onderschreef. Voorzitter Meijer en commissielid Oudkerk wilden vooral weten waarom het ministerie, in het bijzonder de inspectie, zo laat had gereageerd op klachten van Bijlmerbewoners over hun gezondheid. Plokker gaf toe dat een inventariserend onderzoek hiernaar veel te laat op gang was gekomen. Tevens bevestigde hij dat de ministeries van VROM, VWS en Verkeer en Waterstaat onderling nauwelijks informatie of vragen uitwisselden over de ramp met het El Al-vrachtvliegtuig in 1992.

Verhoeff gold als een optimist en een strategisch denker. Zijn opleiding tot psychiater en meer nog zijn bemoeienissen met acute psychische stoornissen leken hem bijzonder geschikt te hebben gemaakt voor het oplossen van conflicten waarbij de emoties hoog waren opgelopen.

Als hoofdinspecteur hield hij zich vooral bezig met het kwaliteitsdenken in de zorg. De inspecties dienden volgens hem een belangrijke rol te vervullen bij de vraag of er in de instellingen voldoende kwaliteit wordt geleverd. De ziekenhuizen en andere voorzieningen zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk, vond hij. Dit `toezicht op afstand', dat er ook toe leidde dat de inspectie zelf geen klachten meer in behandeling nam, confronteerde hem met de opvatting van het publiek: de inspectie zou juist hier een zware inbreng dienen te hebben. Daarnaast heeft Verhoeff zich beziggehouden met de controle op de alternatieve genezers. Als hoofdinspecteur wenste hij meer bevoegdheden om misstanden in dat terrein aan te kunnen pakken.