Nieuw kunstbeleid verdeelt de coalitie

De regeringspartijen VVD en D66 hebben, net als oppositiepartij CDA, principiële kritiek op een aantal hoofdpunten van het kunstbeleid van PvdA-staatssecretaris Van der Ploeg. Diens actiepunten worden door zijn eigen partij onderschreven, al vraagt de PvdA om meer kortingsregelingen. VVD-woordvoerder A. Nicolaï vindt dat Van der Ploeg in ,,onaanvaardbare mate'' geloof hecht aan de ,,maakbare samenleving met van bovenaf opgelegde normen en regels.'' Ook CDA-woordvoerster M. Visser vindt dat het nieuwe kunstbeleid niet van bovenaf mag worden opgelegd.

D66-woordvoerder B. Dittrich meent dat het bestaande aanbod niet populairder en gevarieerder kan worden zonder kwaliteitsverlies, zoals Van der Ploeg wil. ,,Opera en moderne dans bijvoorbeeld kunnen slechts een beperkt publiek aanspreken en popularisering zal de huidige hoge kwaliteit aantasten. Dat is niet onze koers.'' Positief beoordeelt D66 het `opschudden' van de fondsen die met hun vaste besturen steeds dezelfde instellingen subsidiëren. Maar evenals de VVD keert D66 zich sterk tegen het benoemen van jongeren en allochtonen in besturen. D66 vindt het pleidooi voor cultureel ondernemerschap te economisch en te weinig rekening houdend met het eigene van de kunst.'' Het CDA noemt de nadruk op markt en cultureel ondernemerschap ,,levensgevaarlijk.''

Nicolaï waardeert Van der Ploegs zoeken naar confrontatie en wisselwerking, ,,maar de staatssecretaris draaft door.'' De VVD vindt het ,,buiten proportie'' om 75 miljoen te bestemmen voor culturele diversiteit, jongeren, allochtonen en betere programmering. ,,Dit is het kantelen van kwaliteitsbeleid naar maatschappelijk beleid.'' Ook het CDA is tegen het inzetten van de kunstbegroting voor welzijnsbeleid. De VVD is tegen de ,,strafkorting'' van 3 procent voor kunstinstellingen die te weinig allochtonen en jongeren trekken. ,,Dat kan bijvoorbeeld niet worden gevraagd van gespecialiseerde musea.'' VVD en D66 willen nog deze maand een kamerdebat met Van der Ploeg.