Niet bang voor de beul

Minister Els Borst heeft in het Bijlmerdebat met de Tweede Kamer veerkrachtig gedemonstreerd dat zij inderdaad de politieke kwaliteiten bezit die Hans van Mierlo destijds in haar heeft gezien toen hij haar als zijn opvolgster aanwees. De verkiezingscampagne die zij vorig jaar voerde was geen groot succes beschoren en zal ongetwijfeld hebben bijgedragen tot haar overtuiging dat zij niet voor de politiek geboren was, maar de verdediging die zij vorige week in de Tweede Kamer voerde was vakwerk van de eerste orde. Ik heb nog nooit een al bij voorbaat afgeschreven minister zich zo goed zien weren als zij vorige week deed. Ze deed dat koelbloedig, vastberaden en effectief, maar ook met een rechte rug die een grote gemoedsrust uitstraalde. Hier stond een minister die voor de duvel niet bang was en zich door geen van haar critici van haar stuk liet brengen, ook niet door Van Gijzel, de lastigste man uit het coalitiekamp, wiens kritiek op haar beleid het moeilijkst te weerleggen was. Ze beschikt over veel meer politieke weerbaarheid dan wij tot nu toe wisten, maar ook over meer morele moed. Strijdbaar had ze zich op het debat voorbereid en strijdbaar bleef ze tot de laatste hamerslag van de voorzitter. Wat mij aan haar verdediging vooral beviel was haar kalme onverschrokkenheid en haar afkeer om zoete broodjes met de oppositie te bakken. Zij praatte haar critici niet naar de mond, integendeel, ze ging de confrontatie met volle bepakking tegemoet en ze deed geen afstand van haar overtuiging – de centrale gedachte van haar verdediging – dat de gezondheidsklachten van de bewoners van de Bijlmer niet door traagheid van de overheid zijn verergerd, zoals de enquêtecommissie heeft geconcludeerd. Dat zij niettemin heeft toegestemd in een gezondheidsonderzoek onder de bewoners van de Bijlmer is niet verbazingwekkend. Het zou niet van wijs beleid getuigen als zij de politieke aandrang om zo'n onderzoek te houden zou negeren, hoeveel steun zij daarvoor ook zou hebben gekregen van de overwegend sceptisch gezinde medische wereld. Ze ziet het onderzoek zelf eerder als een second opinion, die de mogelijkheid biedt ongerustheid bij veel mensen weg te nemen.

Minister Borst maakte grote indruk met haar verdediging, maar zij zou er meer voldoening van hebben gehad als zij haar overwinning op eigen kracht had kunnen vieren. Een deel van haar prestatie werd overschaduwd door het machtswoord dat premier – of liever: partijleider – Kok in de PvdA-Kamerfractie sprak om zijn kritische partijgenoten in de Kamer in het gareel te houden. Kok vreesde klaarblijkelijk dat de PvdA-fractie zonder dat machtswoord zou stemmen voor een motie-Van Gijzel, waarin het gehele regeringsbeleid in de Bijlmer werd veroordeeld. De PvdA-fractie heeft zich dat machtswoord niet zonder gemor laten welgevallen, maar het wel aanvaard. In monistische partijverhoudingen is het niet ongebruikelijk dat de partijleider zo nu en dan van zijn prerogatief gebruikmaakt om zijn geestverwanten in het parlement de mond te snoeren. In dit geval kon dat echter niet opgaan, gezien de demissionaire status van het kabinet.

Een kabinet dat demissionair is (al dan niet met de opdracht ,,al dat werk te doen dat het in het algemeen belang nodig acht'') dient geen belangrijke wetsontwerpen meer in en ziet af van een ambitieuze begroting, omdat het, volgens constitutioneel gewoonterecht, in die periode terughoudendheid hoort te betrachten. Zolang het demissionair is (in afwachting van een nieuw kabinet) vecht het geen grote zaken met de Kamer uit; omgekeerd geldt hetzelfde: de Kamer doet geen grote zaken met een demissionair kabinet af, omdat het niet naar huis gestuurd kan worden. Het heeft zijn ontslagaanvrage immers ingediend. Daaruit vloeit voort dat een kabinet dat niet meer weggestuurd kan worden ook geen machtswoord kan spreken. Kok dreigde weliswaar zijn eigen geestverwanten met zijn machtswoord, maar een geheel interne kwestie was dat toch niet, want er was overleg met de fractievoorzitters van de coalitie aan voorafgegaan. Staatsrechtelijk reglementair had de PvdA-fractie dit moeten aanmerken als machtsoverschrijding en moeten zeggen: daar passen wij voor. Als terughoudendheid geldt voor de Tweede Kamer, dan geldt zij ook voor een fractie uit de Kamer.

Het spreekt vanzelf dat premier Kok er alles aan gelegen was de bijna gelijmde kabinetscrisis aan de ene kant van het Binnenhof niet door een nieuwe ministerscrisis aan de andere kant in gevaar te laten brengen. Het is begrijpelijk dat hij daarvoor maximale steun van zijn politieke vrienden vroeg. Maar demissionaire ministers hebben, zolang hun handicap niet verholpen is, niet het recht hoog van de toren te blazen. Uit Koks ingreep in de PvdA-fractie spreekt ongeduld over de gang van zaken, maar ook miskenning van de staatsrechtelijke toestand waarin zijn kabinet verkeerde. Ik begrijp wel dat hij er spijt van heeft onmiddellijk het ontslag van het hele kabinet te hebben gevraagd en niet naar betere oplossingen te hebben gezocht. Het succes van Tjeenk Willinks lijmpoging heeft hem in de verleiding gebracht te denken dat de normale toestand al weer was ingetreden. Dat getuigt niet van veel respect voor de regels van het spel. Een ontslagaanvrage blijft gelden zolang ze niet is ingetrokken en de ministers weer ten volle tot regeren bevoegd zijn.

Ik geloof niet dat minister Borst weggestuurd zou zijn als Kok zijn machtswoord achterwege had gelaten. Een groot deel van de PvdA was na de eerste termijn van de minister al tot het inzicht gekomen dat zij een sterke zaak had. Zekere laksheid, ja, verwijtbare nalatigheid, nee. Als de sociaal-democraten in vrijheid zouden hebben gestemd, zouden ze waarschijnlijk ook vóór Borst hebben gestemd. En een enkeling misschien wel onder de toevoeging: Borst for President.