Lagere groei van Duitse economie

De Duitse economie vermindert vaart, maar houdt de gevreesde recessie voorlopig van zich af. Uit de jongste cijfers van het Bureau voor de Statistiek in Wiesbaden blijkt, dat het bruto binnenlands product (totale binnenlandse productie) in het eerste kwartaal van 1999 met 0,7 procent groeide ten opzichte van het eerste kwartaal in 1998.

Vergeleken met het laatste kwartaal van vorig jaar is de economie 0,4 procent gegroeid, blijkt uit de gisteren gepubliceerde cijfers. In de Verenigde Staten wordt van een economische recessie gesproken als de economie twee achtereenvolgende kwartalen daalt. Dat is in Duitsland, waar de groei in het laatste kwartaal van 1998 was teruggevallen van plus 0,5 procent naar min 0,1 procent, niet het geval.

Het Bureau voor de Statistiek tekende bij de cijfers aan, dat de gegevens ietwat vertekend zijn. In het eerste kwartaal van vorig jaar was de groei wel erg sterk als gevolg van het zachte weer. Bovendien was er sprake van extra consumentenbestedingen in verband met de BTW verhoging, die op 1 april 1998 inging.

Wel zal de economie dit jaar terugvallen vergeleken met de 2,3 procent van vorig jaar. De rood-groene regering van bondskanselier Gerhard Schröder heeft eerder dit jaar haar prognoses voor dit jaar bijgesteld naar 1,5 procent. De zes economische instituten houden het op 1,7 procent groei. Deze week liet het Instituut voor Wereldeconomie in Kiel weten dat de groei met 1,2 procent sterker zal tegenvallen.

In ieder geval laat Duitsland het als motor van de Europese economie afweten. Samen met het kwakkelende Italië vormt het een rem op de gezamenlijke groei van de elf landen die de euro hanteren. De topeconoom Otmar Issing van de Europese Centrale Bank in Frankfurt waarschuwde vorige week al, dat de grote economieën in Europa zoals Duitsland en Italië structurele maatregelen moeten nemen om de groei te stimuleren.

Issing legde, net als andere financiële experts, een directe relatie tussen de dalende euro-koers en de kwakkelende Duitse en Italiaanse economie.

Volgens Issing zijn ingrijpende hervormingen nodig van het pensioen- en sociale zekerheidsstelsel. De hoge belasting- en premiedruk moet dringend worden verlaagd. Ook moeten maatregelen genomen worden ter flexibilisering van de arbeidsmarkt, aldus de econoom.

In Duitsland zijn intussen alle ogen van de financiële experts gericht op 30 juni, als minister van Financiën Hans Eichel (SPD) zijn begroting indient. Hij wil een financieel meerjarenplan op tafel leggen, om de hoge schulden te saneren. Tenminste 30 miljard moet worden bezuinigd. Tevens wil Eichel belastingvoorstellen doen, zodat de lasten voor ondernemingen worden verlicht.

Intussen verwachten belangrijke exportbranches in Duitsland dat de lage koers van de euro een positieve invloed op de uitvoer zal hebben. Uit een enquête van de Duitse zakenkrant Handelsblatt blijkt, dat vooral de auto-, de chemie-, en machine-industrie een groei-impuls van de zwakke euro verwachten.

Eerder deze week werd bekend dat de verwerkende industrie in april 3,3 procent meer orders heeft binnengekregen dan in de maand ervoor, toen de orderontvangst met 0,7 procent achteruit ging. Vanuit het buitenland werd 5,5 procent meer besteld, vanuit het binnenland 2,2 procent meer. Zowel de Duitse economische instituten, als de Europese Commissie rekenen erop dat de conjunctuur in Duitsland volgend jaar zal aantrekken en met 2,3 tot 2,4 procent zal groeien.