Kippen, varkens, mest

NEDERLAND IS OVERVOL met kippen en varkens. Dat is al jaren het geval, maar de pogingen om deze agrarische overbevolking terug te dringen ter wille van het milieu, het dierenwelzijn en de consument wilden maar niet lukken. Toen begin 1997 het eerste geval van varkenspest in Noord-Brabant werd geconstateerd, was het politieke klimaat rijp voor een harde ingreep. Minister Van Aartsen (VVD, Landbouw) kwam met een wetsvoorstel om de varkensstapel met een kwart in te krimpen. Zomer vorig jaar, bij de formatie van het tweede kabinet-Kok, werd afgesproken dat ook de omvang van de pluimveesector drastisch diende te worden verminderd.

Aldus leek de afwezigheid van het CDA in de regering in ieder geval één helderheid te hebben geschapen: de agrarische belangen waren niet langer heilig. Niet dus. Paars weet zich geen raad met het platteland en de politieke leiding van het ministerie van Landbouw is de lachspiegel van Den Haag geworden. Minister Apotheker (D66) is afgetreden, staatssecretaris Faber (PvdA) bungelt. Samen met minister Borst (D66, VWS) is Faber verantwoordelijk voor de behandeling van de Belgische kippenkwestie.

DE BEWINDSLIEDEN hebben, met de conclusies van het Bijlmerrapport over de afhandeling van calamiteiten in het achterhoofd, zelf al vastgesteld dat het beter had gekund. In ieder geval hadden ze de informatie over het gebruik van Belgisch mengvoer door Nederlandse pluimvee- en varkensfokkerijen én de mogelijkheid van besmettingsgevaar met dioxinen eerder moeten openbaar maken. Het tijdsverloop tussen de eerste alarmsignalen (januari), de onderzoeken (maart, april) en de publiciteit (28 mei) is niet alleen in België te groot geweest. Ambtenaren hielden zaken `onder de pet' en de consumenten zijn als laatsten geïnformeerd over de risico's van het voedsel dat ze nuttigen.

De aanpak van de dioxinencrisis heeft duidelijk gemaakt wat er schort aan het toezicht op het Europese landbouwbeleid. In Europa komen de regels van `Brussel', maar is het toezicht op de naleving een zaak van de lidstaten. Een voorstel – op instigatie van Daniel Cohn-Bendit, de lijsttrekker van de Franse Groenen voor de Euroverkiezingen – om naar analogie van de Amerikaanse Food and Drug Administration een Europese toezichthouder voor de agrarische sector op te richten, is zeker de moeite waard.

HET MINISTERIE van Landbouw ploetert intussen niet alleen met de dioxinenkippen maar ook met de varkens. Nog voordat het Gerechtshof in Den Haag later deze week een uitspraak doet over de juridische houdbaarheid van de omstreden varkenswet, is de D66-minister afgetreden. Dat is verbazingwekkend. Anderhalf jaar geleden, december 1997, nam de D66-fractie in de Tweede Kamer het hardste standpunt in tijdens het debat over de varkenswet. Terwijl Van Aartsen met steun van de PvdA en VVD het wetsvoorstel enigszins versoepelde, bleef D66 tot de rand van een politieke crisis vasthouden aan de plannen om met harde hand de varkensstapel te verminderen. Maar nadat de wet van Van Aartsen was aangenomen en door een rechterlijke uitspraak onderuit was gehaald, kwam Apotheker met een gematigder voorstel. Door almaar te blijven praten met de varkenssector, raakte het perspectief van vermindering van de varkensstapel steeds verder uit zicht. Overigens paste Apotheker in het onlangs ingediende wetsvoorstel voor de sanering van de kippensector door middel van de introductie van pluimveerechten vrijwel dezelfde aanpak toe als zijn voorganger.

WAT NU? De varkensboeren hebben jarenlang de wet- en regelgeving aan hun laars gelapt. Ze saboteerden de `mestboekhouding', ze voerden actie tegen ingrepen in hun bedrijfsvoering en waar mogelijk breidden ze hun varkensstallen uit. De rechter heeft bepaald dat het niet is toegestaan om varkensboeren te `onteigenen' (door ze varkensrechten af te nemen) zonder vergoeding. De varkensboeren beweren dat Van Aartsen Nederland heeft opgescheept met een ondeugdelijke wet. Maar tegen alle regels in hebben zij zelf het aantal varkens steeds verder uitgebreid, tot gemiddeld elf miljoen per jaar.

Misschien was de rechter in eerste aanleg te streng en was Apotheker te toegeeflijk. Dat zal donderdag blijken als het Gerechtshof in Den Haag uitspraak doet in het spoedappèl dat Apotheker, toen hij nog minister was, heeft aangespannen, maar waarvan hij de uitkomst niet heeft willen afwachten. Zoveel is duidelijk. Het vertrek van Apotheker heeft de oplossing van de overbevolking in Nederland met kippen en varkens geen stap dichterbij gebracht.