Jongens III

Wat voor de Randstad de Kagerplassen zijn, dat is voor Berlijn de Wannsee. In deze warme junidagen zitten de terrassen vol en overal dobberen fleurige zeilbootjes. Hier werd, op de 20ste januari 1942, in villa nr 56-58 zo'n typische hoge-ambtenarenvergadering gehouden om wat lijntjes te leggen en knopen door te hakken, met na afloop, aldus de uitnodiging, een kleine brunch.

Het onderwerp was het joodse `vraagstuk'. Omdat de veldtocht in het oosten niet naar wens liep kwamen de oorspronkelijke deportatieplannen steeds meer in het gedrang. Massa-executies, zoals in Polen toegepast, brachten te veel onrust. Vandaar dat op deze vergadering werd besloten om de `definitieve oplossing' tot officiële politiek te verheffen, en de loslopende moordcommando's te vervangen door grote doodsfabrieken met snelle, efficiënte aanvoerlijnen.

Was er verzet? Wolf Siedler werd als schooljongen diep geraakt door de verhalen over de handvol joden die clandestien in Berlijn waren gebleven, verstopt in kolenkelders en vergeten zolders. ,,Mevrouw Hahn zat in de organisatie die voor hen levensmiddelen verzamelde, en zo raakten mijn vriend Ernstel en ik daar ook in betrokken'', vertelde hij me. ,,We waren zeventien, en het was voor ons bijna een indianenspel. Maar we haatten de bruinhemden.'' Uiteindelijk overleefden zo'n 1.500 Berlijnse joden als `U-boten' de oorlog. De jongens werden al snel gepakt.

In de meest beruchte vergaderzaal uit de geschiedenis hangen de portretten van de 15 deelnemers. Vijf zijn nooit gestraft. Drie stierven pas in de jaren tachtig, als brave burgers in hun bed.