IJzeren spanning in Rijnvos' vierkant

Bestaat toeval of is alles voorbeschikt? Soms denk je het laatste, zoals in het geval van Richard Rijnvos en het magische vierkant. Het Concertgebouworkest bracht op het laatste concert in de serie `Avontuur en Avantgarde' Rijnvos' indrukwekkende Time Square Dance in première. De architectonische blauwdruk heeft de vorm van een vierkant, verdeeld als een schaakbord met in ieder vakje toonhoogte- en proportie-getallen.

In 1991 paste Rijnvos deze matrix voor het eerst toe. Kort daarop bezocht hij een muziekfestival in Ferrara, waar hij na aankomst op het stationsplein een affiche aantrof met daarop een schaakbord met noten! Het bleek een raadselcanon van een typische renaissancegeleerde: Ghiselin Danckerts, muzikaal adviseur van het Concilie van Trente. Sinds die tijd is Rijnvos een trouw meesterschaker gebleven.

Opvallend is dat zijn werkwijze de muziek niet herkenbaar predestineert. Om twee uitersten te noemen: het muziektheaterstuk Palomar op het strand klinkt ijl en tijdloos zwevend zonder zwaarte. Zijn nieuwste compositie echter gromt en glinstert in uitersten, heeft een onverwoestbare stevigheid waarbij de tijd als een harmonica wordt ingeduwd en opgerekt. Kortom, het lijkt op het werk van twee verschillende componisten.

Rijnvos' compositie met het stedelijk leven in New York als onderwerp en onderdeel van een nog te voltooien avondvullende dansvoorstelling, is stereofonisch uitgewerkt voor twee orkestgroepen met het accent op de rijk bezette blazers. Dat herinnert aan de oorspronkelijke programmering met Messiaens Et expecto resurrectionem mortuorum, al eeuwen Babylonisch kolossaal en ongenaakbaar met Rijnvosiaanse akkoorden als wolkenkrabbers. Toeval? Ook denk je aan Stravinsky en Varèse in hun meest directe uitdrukkingen. Op ongeveer eenderde belandt het alternerend akkoordenspel in een quasi stilstand, maar dan ontwaakt de stad Dionysisch expressief in een gespannen struikelend wisselend ritme. Hoe superieur dirigent David Robertson ook te werk ging, hier kwam het orkest niet zonder kleerscheuren uit. Een ijzeren spanning, dat is wat Rijnvos uiteindelijk met zijn magisch vierkant weet te bereiken.

Welk een tegenstelling met het concert voor slagwerk en orkest van Joseph Schwantner! Wat een gebeuk en geroffel om niets! Wat een opwinding omwille van de opwinding! De componist noteert bij een cadens: speel wat je wilt als dat toeval is, kan ik het ook. Slagwerkster Evelyn Glennie haalde eruit wat er uit te halen viel en had aanmerkelijk meer succes dan Peter Donohoe in Stravinsky's Concert voor piano en blaasorkest. Maar die had dan ook weinig begrepen van Stravinsky's bijtende ironie. Is het toeval dat de componist op de première er uit raakte in het meest romantische deel?

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. David Robertson. Gehoord: 4/6 Concertgebouw Amsterdam.