`House' is griezelig anti-theater

Gekleed in goedkope vrijetijdskleding staat een gezin op een rijtje in een witte ruimte onder neonlicht. Met lege ogen voeren zij een conversatie. Alles op dezelfde toon, als een stel zombies voor wie de betekenis van de woorden niet bestaat. Moeder eindigt iedere mededeling laf met: ,,Or...I don't know...'' Zoon stelt Vader vragen, die deze nooit beantwoordt. In plaats daarvan houdt Vader wijsgerige verhandelingen over het leven in de grote stad.

,,How come you never answer my questions?''

,,Yeah. Race cars.''

De 31-jarige Newyorkse regisseur Richard Maxwell maakt een vreemd soort anti-theater. De tekst van zijn toneelstuk House (1998) is redelijk coherent en dramatisch, maar uit de voordracht is al het dramatische zorgvuldig weggelaten. Het decor is kaal, zijn acteurs staan stram en dreunen hun teksten op als robots. Eventuele dynamiek wordt teniet gedaan door de eindeloze stiltes. Aanvankelijk gaat de voorstelling over een apathisch gezin dat niet met elkaar kan communiceren. Vooral de omgang van de vader met het zoontje is tergend bot. In de tweede helft verandert het toneelstuk opeens in een Grieks drama van bloedwraak, moord en gemeentelijke corruptie.

De acteurs leveren een grote prestatie. Ze doen alsof ze de teksten gewoon opdreunen en onverschillig de schaarse regie-aanwijzingen opvolgen. Maar in werkelijkheid zijn de goed in de plooi gehouden gezichten, de goed getimede stiltes en de consequent volgehouden toon zorgvuldig geregisseerd. Even zorgvuldig opgebouwd als het decor, dat uit zomaar een witte wand lijkt te bestaan, maar dat volgens het programmaboekje een nauwgezette replica is van de repetitieruimte waarin House werd gemaakt, inclusief de Newyorkse muntjestelefoon en het foldertje van de afhaalpizzeria.

Het effect van Maxwells aanpak is droogkomisch. Vooral in de tweede helft als de discrepantie tussen de droge toon en de dramatische mededeling steeds groter wordt. ,,Oh no. Oh no,'' zegt Moeder als haar man wordt gewurgd, op een toon alsof ze de koersen van de aardappeltermijnmarkt voorleest. Door dezelfde toon wordt de hartverscheurende conversatie tussen Moeder en moordenaar absurd en lachwekkend. Ook bevat de voorstelling een paar goede slapstickeffecten. Bijvoorbeeld als het statische toneelbeeld wordt doorbroken door twee ogenschijnlijk klunzige, maar in werkelijkheid zorgvuldig gechoreografeerde vechtscènes. De deadpan-gezichten lijken gekopieerd van Buster Keaton-films.

Dit opmerkelijke House is ook griezelig. De apathische zombies op toneel zijn zo kunstmatig als wat, maar tegelijkertijd zijn ze angstaanjagend echt. Na afloop, in het café, lijkt het alsof alle conversaties uit House afkomstig zijn. Een oneindig treurig gevoel maakt zich van je meester. Je hoeft geen masochist te zijn om het fantastisch te vinden, dat een regisseur zo'n effect bewerkstelligt.

Holland Festival. Voorstelling: House. Tekst, regie en muziek: Richard Maxwell. Spel: Gary Wilmes, Laurena Allan, Andrew Maxwell-Parish, Yehuda Duenyas. Gezien 6/6 Bellevue Amsterdam. Inl. 020-5305301