Götterdämmerung op zijn Wagneriaanst

Aan het slot van Götterdämmering zijn we terug bij het begin van Das Rheingold en is Der Ring des Nibelungen weer rond. Het Walhalla is in vlammen opgegaan, aangestoken door de brandstapel van Siegfried waarop Brünnhilde de dood heeft gevonden. Rood oplichtende ringen op het podium en in de zaal vormen een vuurbol die ook het publiek omringt. De Rheintöchter hebben hun ring weer terug en daar in het water liggen ook de tandwielen en raderen die de eeuwig cyclische wereldgeschiedenis opnieuw in beweging zullen zetten.

Het zal ongetwijfeld ergens weer fout gaan, want het kwaad blijkt niet uigeroeid. Met het lawaai van versplinterend hout steekt daar ineens de speer van Wotan door een van de decorvlakken. De speer is na het gevecht met Siegfried wel gehavend, maar Wotan heeft de brokstukken met een touwtje aan elkaar gebonden en blijkt daarmee nog steeds schrik te kunnen aanjagen. De kwalijke oppergod Wotan maakt in het gevecht om macht en bezit een geslaagde doorstart.

Het is de voor de een realistische en voor de ander pessimistische boodschap van de Ring van regisseur Pierre Audi. Harry Kupfer, ooit door de Nederlandse Opera aangezocht voor het regisseren van een Ring die in 1987 in Bayreuth was te zien, zorgde daar voor een hoopvoller einde. Een schare kinderen keek naar de puinhoop die de vorige generatie had achtergelaten en het publiek kon denken `ze zullen het zelf ongetwijfeld beter doen.' Inmiddels weten we aan het eind van deze eeuw dat `nooit meer oorlog' een onbereikbaar ideaal is.

Het cirkelconcept, de spectaculaire theatertechniek, de grootschaligheid van de vier verschillende decors van George Tsypin, de visuele diversiteit van de toneelbeelden, de videoprojecties en de fascinerende belichting van Wolfgang Göbbel maken gezamenlijk de eerste Amsterdam Ring-productie uniek in de uitvoeringsgeschiedenis van Der Ring des Nibelungen. Met het overvloedige gebruik van vuur, rook en mist is het ook Wagner op zijn Wagneriaanst.

Al kan de muzikale en vocale software niet altijd op tegen de imposante hardware, deze Ring is een groots Gesamtkunstwerk dat inderdaad overweldigt. De muzikaal zo monumentale Götterdämmerung kreeg gisteravond een veel sterkere uitvoering kreeg dan bij de eerste losse uitvoering, afgelopen september. Heinz Kruse (Siegfried) had in ieder geval meer glans op zijn stem dan vrijdagavond in de wat hem betreft teleurstellende Siegfried. Jeannine Altmeyer (Brünnhilde) liet zich toen excuseren wegens verkoudheid, maar gisteren had ze een van haar betere avonden, tot de slotscène, waarin ze kracht tekort kwam. Het was veeleer de Götterdämmerung van Hagen en Waltraute, geweldige vertolkingen van Kurt Rydl en Anne Gjevang.

Het is uiteraard ook de Ring van zeer bewonderenmswaardige Hartmut Haenchen, die drie orkesten dirigeert. Een kwaliteitsvolgorde aanbrengen is eenvoudig: het Rotterdams Philharmonisch Orkest bleek met een uitstekende kopersectie in Siegfried het geverseerdst in het Wagnerspel en in sonoriteit. Dan komt het in Das Rheingold zo goed spelende Residentie Orkest, gevolgd door Haenchens eigen Nederlands Philharmonisch Orkest dat de topstukken Die Walküre en Götterdämmering respectabel begeleidt.

Haenchens Wagner is vooral voortvarend en Duits. Slechts een enkele keer zakt het tempo tot bijna stilstand en dan krijgt het drama ook meteen meer intensiteit. Hij heeft minder liefde voor de lichte lyriek die boven alle teutoonse zwaarte kan zweven. Als geheel levert de Nederlandse Opera met deze Ring-cyclus een prestatie van groot formaat, waard om die zo verschillende malen met zich vernieuwende bezettingen te herhalen in een ring van Ringen.

Götterdämmerung. Herh.: 15, 23, 30/6. 23/6 op videoscherm in Oosterpark Amsterdam en live op Radio 4.