Apotheker verstoort herrijzenis van Paars II

Juist op de dag dat het demissionaire kabinet-Kok zou herrijzen, kondigde minister Haijo Apotheker van Landbouw zijn aftreden aan. ,,Onbegrijpelijk.'' De komst van zijn opvolger Laurens-Jan Brinkhorst wordt omschreven als ,,een kwaliteitsvermeerdering''.

Geklungel. Ze zeiden het net niet zo, maar ze bedoelden het beslist wel.

In zeldzaam scherpe bewoordingen nam de coalitie gisteren afscheid van D66-minister Haijo Apotheker. De minister van Landbouw koos voor zijn aftreden het verkeerde moment, hij hanteerde foute argumenten en hij deed het op de verkeerde plek.

,,Onbegrijpelijk'', zei PvdA-fractieleider Melkert. ,,Bevreemdend'', meende VVD-leider Dijkstal. ,,Hij heeft zijn eigen afweging gemaakt'', zei partijgenoot en vice-premier Borst afgemeten.

Apotheker verstoorde een feestje. Op de dag dat het kabinet-Kok weer in volle missionaire staat kon herrijzen, trad de minister van Landbouw af. Net op het moment dat de coalitie na drie zware weken een stap voorwaarts wilde doen, deed Apotheker een stap terug.

Waarom? Omdat hij het niet meer aankon. ,,Het is hem allemaal te veel geworden'', zei premier Kok gisteren aan het eind van de middag onverbloemd. ,,Haijo maakte een overspannen indruk'', was in de kring van zijn partij te horen.

De minister van Landbouw had geen conflict met de Kamer. Er was ook geen conflict in het kabinet. Dus konden er alleen nog persoonlijke motieven zijn. Maar die persoonlijke motieven gaf Apotheker juist niet. In zijn ontslagbrief maakte hij gewag van ,,onvoldoende politiek draagvlak'' voor zijn aanpak van de sanering van de varkenssector.

Dit gebrek aan draagvlak was nog nergens aan de oppervlakte gekomen. Apotheker had weliswaar alternatieven voor een gedwongen sanering in de varkenssector aan de ministerraad voorgelegd, maar besloten was eerst een uitspraak af te wachten van de rechter die in hoger beroep moet oordelen over de legitimiteit van harde ingrepen. Juist overmorgen zou de rechter daarover oordelen. Daarna zouden Apothekers voorstellen weer in het kabinet aan de orde kunnen komen.

Zo zondigde de junior-minister, vorig jaar nog een alom gewaardeerde burgemeester van Leeuwarden, tegen de mores van de ministerraad en tegen de mores van de Haagse politiek. Want minister ben je niet in je eentje, en bezwaren vecht je uit in de Trêveszaal. ,,Ik was het debat in de ministerraad aangegaan'', zei D66-leider De Graaf gisteravond. ,,Verlies je, dan stap je op. Win je, dan ga je verder en sta je sterker.''

Pas als een minister echt alles heeft geprobeerd in het kabinet, heeft hij een reden om af te treden wegens gebrek aan politiek draagvlak. Daarvoor moet hij het moment wél zorgvuldig en staatsrechtelijk zuiver kiezen. Waarom had Apotheker niet gewacht tot na de rechterlijke uitspraak en nader beraad in het kabinet, zo vroegen collega-ministers, partij- en coalitiegenoten zich in gemoede af.

Kok had nog diverse malen op zijn minister van Landbouw ingepraat, zei hij gisteravond. En D66-leider De Graaf had ,,de voering uit zijn tong gesproken'', zo viel in fractiekring te horen. Maar de maat was vol voor Apotheker: hij kon het persoonlijk niet meer aan.

En zo treedt vandaag de zeer Haagse en ook zeer Europese Laurens-Jan Brinkhorst aan als de nieuwe minister van Landbouw. Een kwaliteitsimpuls mocht het niet heten. Dat deed te veel herinneren aan de ongelukkige dagen van Ed van Thijn in het derde kabinet-Lubbers. Thom de Graaf sprak gisteravond wel van ,,een kwaliteitsvermeerdering''. De Graaf heeft recht van spreken, want tenslotte is de keuze voor Brinkhorst zijn keuze.

Voor de gekwelde leider van de Democraten zou de komst van de oud-fractieleider goed kunnen uitpakken. Met Brinkhorst wordt de statuur van het D66-smaldeel in het kabinet flink vergroot. Het gemis aan politiek instinct bij Els Borst wordt gecompenseerd en de opgewondenheid van de andere D66-minister, Roger van Boxtel, wordt met de komst van de senior-politicus Brinkhorst enigszins getemperd.

Zo viel gisteren al te horen dat de D66-ministers mét de ervaren Brinkhorst in het kabinet nooit op crisis zouden hebben aangestuurd toen Hans Wiegel in de senaat zijn been uitstak. Het zijn vooral Van Boxtel en Apotheker geweest die de ramkoers hadden ingezet: Van Boxtel omdat hij D66 zo scherp mogelijk wil profileren, Apotheker omdat hij al maandenlang worstelde met zijn plek in het kabinet. De uiteindelijk gekozen oplossing, met een tijdelijke referendumwet en herindiening van de grondwetswijziging, zou ook zonder ontslagaanvraag en tussenkomst van een informateur te vinden zijn geweest. Thom de Graaf had dan niet hoeven meewerken aan een crisis die hij van meet af aan niet heeft gezocht.

Curieus blijft de komst van Brinkhorst tegelijk wel. Al was het maar omdat zijn vertrek uit de Haagse politiek zo abrupt was.

In 1982, nadat D66 te lang deel was blijven uitmaken van het omineuze kabinet-Van Agt/Den Uyl/Terlouw en de kiezers zich massaal hadden afgewend van D66, stapte Brinkhorst op om voor de Europese Commissie ambassadeur in Japan te worden. D66-peetvader Hans van Mierlo zag het destijds als desertie.

Tussen Brinkhorst en Van Mierlo is het daarna nooit meer goed gekomen. Maar Van Mierlo gaat sinds vorig jaar niet meer over de verdeling van de D66-posten. Als minister van Staat mag hij toekijken hoe Thom de Graaf, die hij vorig jaar niet aanwees als zijn opvolger, nu zijn eigen koers vaart.

Voor Thom de Graaf geldt sinds gisteren dat het kabinet de rit tot de laatste dag in 2002 moet volmaken. D66 kan alleen nog opveren als het tweede paarse kabinet alsnog een succes wordt.