`Als ik moet sterven, dan in mijn eigen huis'

Dorpen in Noord-Albanië worden dagelijks door Serviërs beschoten. De NAVO bombardeert op haar beurt de Serviërs vlak over de grens. De dorpelingen trekken weg.

Rasin Sheta stond op het schoolplein toen de mortiergranaat insloeg. Het was ongeveer half acht, zaterdagavond. Sheta hoorde een fluitend geluid, zo, en hij sist tussen zijn scheve tanden door. Nauwelijks een seconde later sloeg de eerste granaat in, snel gevolgd door een tweede granaat. Ze kwamen terecht bij de oude varkenshouderij, vroeger een boerencoöperatie.

Rasin Sheta, die op het schoolplein van Krumë stond te discussiëren over de hulp aan vluchtelingen uit Kosovo, rende naar de plek van de inslagen. Hij had de voormalige coöperatie enige tijd geleden opgekocht om een bierfabriek te beginnen. Sheta trof drie gezinnen aan, die nog in de oude stallen woonden. De volwassenen liepen verdwaasd rond. En kinderen krijsten tussen de glasscherven. De weinige ruiten lagen eruit.

Jah Peko was niet thuis toen de mortiergranaat in zijn tuin belandde, tussen de kippen, de geiten, de twee schapen en de koe met het touw om de nek. Dat was maandag, alweer een week geleden, om ongeveer kwart voor zeven in de avond. Zijn vrouw, de kinderen en de kleinkinderen waren wel in huis, samen met achttien Kosovaarse vluchtelingen. Ze hoorden gefluit, een klap en daarna niets. De granaat explodeerde niet. Dat was een geluk; de gevel van het huis zou zwaar zijn beschadigd.

Een waarnemer van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, OVSE, arriveerde even later en trof een dodelijk verschrikte familie Peko aan, achttien verontruste vluchtelingen en tientallen rondrennende kippen en kuikens. De Albanese politie kwam twee dagen later, om de mortiergranaat met zand toe te dekken. Jah Peko wijst het gat in de grond aan – één meter breed, twee meter lang. Dan schuift hij de stoelen voor het bezoek aan het tafeltje aan. Een glas limonade naast een mortiergranaat.

Noord-Albanië, waar het stadje Krumë ligt, is het strijdtoneel van velen: het Servische leger, het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK en de NAVO. De Serviërs hebben zich al enige weken geleden in de Kosovaarse grensstreek ingegraven, om een aanval van de NAVO te kunnen weerstaan en een aanval van het UÇK te kunnen afslaan. Servische soldaten schieten al langer met hun 122 mm-mortieren granaten af op Albanees grondgebied: om het UÇK te imponeren, om de Albanese bevolking schrik aan te jagen of gewoon, uit verveling. Maar de beschietingen zijn de afgelopen week verhevigd. Eerst kwamen de dorpen Letaj, Dobrunë en Golaj onder vuur, daarna werd Krumë beschoten.

Het UÇK probeert op zijn beurt een corridor te openen om de strijders in Kosovo te voorzien van voedsel en water. Het Kosovo Bevrijdingsleger heeft drie bases in deze regio. Nabij het dorp Cahan zag OVSE-waarnemer Andreas Tesch wel zo'n duizend rekruten trainen. Overigens werd de Duitse waarnemer niet toegelaten tot de basis, zo zegt hij zelf.

De NAVO ten slotte bombardeert de Servische stellingen in het grensgebied. Soms vallen de bommen aan de verkeerde kant van de grens, op Albanees grondgebied. Zo werd de grensovergang Morinë, waar de afgelopen tijd honderdduizenden vluchtelingen overheen kwamen, vorige week getroffen door zeven bommen. Westerse waarnemers en journalisten en Albanese agenten konden zich ternauwernood uit de voeten maken.

De hevige beschietingen hebben de situatie in het gebied inmiddels veranderd. Veel dorpelingen verlaten hun huizen; ze willen de zoveelste aanval niet meemaken. Het is de angst, want de bommen hebben nog niet veel doden en gewonden veroorzaakt of veel schade aangericht, zegt OVSE'er Tesch in zijn kantoor in Krumë. Zaterdag overleed het eerste slachtoffer aan zijn verwondingen. Het was een meisje, dat samen met haar vader in het veld aan het werk was. Een granaat sloeg vlakbij in.

Een ander meisje kreeg een granaatscherf in haar been. Ze werd naar het UÇK-ziekenhuis in Krumë gebracht. Een uitstekend uitgerust ziekenhuis, weet Tesch. Het draait op Noorse artsen, door hun eigen regering gestuurd. Ze behandelen voornamelijk schotwonden. Het ziekenhuis zelf wordt bewaakt door UÇK-soldaten met kalasjnikovs in de aanslag; vreemdelingen worden geweerd.

De VN-hulporganisatie UNHCR neemt intussen het zekere voor het onzekere. Ze stuurt bussen naar Noord-Albanië om de overgebleven Kosovaarse vluchtelingen uit het gebied weg te halen. De familie die in de oude kippenboerderij woonde is bijvoorbeeld gisteren vertrokken. Sommige dorpelingen stappen ook in de UNHCR-bussen. Anderen gaan op eigen houtje weg; de weg naar lager gelegen dorpen in Albanië is vol uitpuilende taxibusjes.

Bij Jah Peko zijn de kinderen, de kleinkinderen en de vluchtelingen ook verdwenen. Alleen de 73-jarige Jah en zijn vrouw zijn achtergebleven. Iemand moet de bezittingen bewaken en de dieren verzorgen. Peko maakt zich geen zorgen over de beschietingen. Hij heft zijn glas limonade als in een toast en zegt: ,,Als ik dan toch moet sterven, dan maar in mijn eigen huis.''