Vluchtelingen in Albanië willen thuis in Kosovo de oogst nog binnenhalen

Het militair overleg in Macedonië mag vast zitten, de Kosovaren in Albanië maken zich op voor hun terugreis. De oogst kan, met een beetje geluk, straks nog worden binnengehaald.

Het konvooi vertrekt vandaag niet. Nederlandse soldaten en mariniers hebben onverwachts een dag vrij. Zij liggen met ontbloot bovenlijf op het dak van hun vrachtwagens. Honderden Kosovaren zouden deze zondag met die vrachtwagens van het noorden naar het midden van Albanië worden gebracht en vandaar uit met een trein naar andere kampen in het land; een tocht van vijf uur in een laadbak, vier uur in een propvolle trein en nog eens anderhalf uur in een vrachtwagen. Slechts dertig mensen hebben zich vanochtend gemeld.

De konvooien verliepen toch al nooit goed, maar sinds het nieuws over een vredesplan is doorgedrongen, is de animo nog verder gedaald. In Kukës, op vijftien kilometer van de Kosovaarse grens, maken de vluchtelingen zich op voor de terugreis naar huis. Misschien trekken de Serviërs zich alsnog terug en gaan de NAVO-soldaten naar binnen. De vluchtelingen willen achter hen aan.

Vooral de boeren die op hun tractoren zijn gekomen, weigeren te vertrekken. ,,Ze denken aan hun inkomsten'', zegt Jetta Gottlieb van de VN-hulporganisatie UNHCR. ,,Ze hopen nog te kunnen zaaien en aan het eind van de zomer hun oogst binnen te halen.'' De boeren wilden toch al niet weg uit de kampen in Noord-Albanië. Eerst mochten zij hun tractoren niet naar andere kampen rijden. Levensgevaarlijk, oordeelden militairen en hulpverleners. Dus bleven de boeren zitten. Toen lieten hulpverleners ten einde raad de tractoren op vrachtwagens naar andere kampen rijden. Maar die vrachtwagens kregen vaak pech en blokkeerden andere hulpkonvooien. Nu gaan de boeren niet weg omdat zij op een snelle `bevrijding' van Kosovo hopen.

Westerse militairen en hulpverleners bezien de situatie met lede ogen. Zij proberen de kampen in Noord-Albanië al wekenlang te ontruimen. De situatie in de grensstreek is immers gespannen; het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK levert felle gevechten met het Servische leger, dat regelmatig dorpen op Albanees gebied onder vuur neemt. Dit weekeinde werden drie Albanese dorpen beschoten. De mortierinslagen galmden door de bergen. En de ongeveer 100.000 vluchtelingen in de kampen liggen binnen schootsafstand.

Kukës heeft de vluchtelingen daarnaast niets te bieden. Het grensstadje is berekend op zijn eigen 12.000 inwoners. Maar de afgelopen tien weken trokken 300.000 vluchtelingen door de straten en bleven er zo'n 100.000 achter. Hulporganisaties kunnen hen moeilijk bereiken, want de wegen zijn erg slecht; een konvooi met hulpgoederen doet er vanuit de Albanese hoofdstad Tirana al snel negen uur over om de kampen te bereiken. ,,En ieder pak melk moet over de bergen worden gebracht'', aldus Janet Reedy van de hulporganisatie Med Air. Zij zegt de komst van de winter te vrezen. De wegen zullen dan onbegaanbaar zijn.

De NAVO wil om nog een andere reden de noordelijke vluchtelingenkampen evacueren. Een gedwongen terugtrekking van Servische troepen zou tot een verheviging van de gevechten tussen UÇK en de Serviërs kunnen leiden. Het bondgenootschap vreest bovendien dat de duizenden Kosovaren al te snel achter hen aan zullen komen, nog voor de mijnen van zowel het Servische leger als het UÇK in de grensstreek zijn geruimd. De chaos is dan niet te overzien.

Shesqet wil zo snel mogelijk terug naar zijn huis in Kosovo. Zijn vinger wijst over de kale bergen. Dat huis ligt dáár, nog geen dertig kilometer verderop. Shesqet wilde eerst naar Oostenrijk, waar hij zes jaar als ober in een pizzeria werkte. Zijn voormalige baas heeft zelfs een brief naar het Rode Kruis in Albanië gestuurd. ,,Stuur Shesqet maar naar Wenen'', schreef de baas, ,,dan krijgt hij zijn oude baan terug.'' Maar nu? Nu wil de Kosovaar niet meer naar Oostenrijk. ,,Ik wil mijn huis terug.''

Er zijn twee soorten vluchtelingen, zegt Jetta Gottlieb. ,,De ouderen denken nog deze week terug te kunnen keren om hun leven weer op te pakken. Jongeren zijn realistischer. Laat de NAVO eerst de mijnen en een groot deel van de troepen opruimen, denken ze. Daarna gaan wij wel.''

Een groep mannen meldt zich aan het einde van de middag in Kukës om te worden geëvacueerd naar andere kampen in Albanië. Zij hebben in Kosovo gevangen gezeten en zijn vanochtend gedeporteerd door de Serviërs. De mannen zijn dun, hun broeken flodderen om de billen en zij stinken. Hun tent is al snel doordrenkt met een zurige lucht. Zo komen zij de afgelopen dagen steeds vaker over de grens, meldt Gottlieb. Zo'n zestig ex-gevangenen per dag. Er zijn deze keer ook andere vluchtelingen; 840 Albanezen uit Albanië, niet eens uit Kosovo. Zij komen uit het dorp Krumë, dat vannacht onder Servisch vuur heeft gelegen. Krumë kent een grote UÇK-basis.

,,Ik denk niet dat de Serviërs hun stellingen zomaar opgeven en al hun materieel terug naar Belgrado brengen. Die schieten de boel eerst nog even leeg'', had een Nederlandse militair vanochtend nog gezegd. Bijna op hetzelfde ogenblik keken de soldaten bovenop de vrachtwagens verschrikt op. De geluidsbarrière werd doorbroken door een kruisraket van de NAVO, op weg naar Joegoslavië. ,,Nee hoor, het gevecht gaat gewoon door, het overleg ten spijt.''