Trots op zichzelf

Nog geen anderhalf jaar geleden schreeuwden de leden van het Haagse college van B en W van de daken hoe slecht het ging met de economie en de werkgelegenheid in de stad. De stad had immers een schuld van meer dan een miljard gulden en stond onder curatele van het rijk.

Wethouder Engering (financiën) in november 1997 bijvoorbeeld: ,,Den Haag heeft de laagste economische groei van de grote steden en heeft in tegenstelling tot Amsterdam, Rotterdam en Utrecht te kampen met een stijgende werkloosheid. Het gaat heel slecht met de stad. Zonder hulp van het rijk redden we het niet.''

Het heeft gewerkt. De schuld is afgelost door het rijk en sinds januari van dit jaar heeft de gemeente weer haar handen vrij. Daarmee is ook de negatieve toon bij het gemeentebestuur verdwenen en omgeslagen in zelfvertrouwen. Vol trots praat de gemeente nu over haar sociale beleid. Vorige week werd zelfs de Rotterdamse wethouder J. van der Tak (sociale zaken) met een tiental Rotterdamse raadsleden uitgenodigd eens een kijkje te nemen naar de `Haagse aanpak' van de werkloosheidsbestrijding. ,,Zonder dat we ons op de borst hoeven te kloppen kunnen we heel goed laten zien hoe we mensen aan een baan helpen'', zegt de Haagse wethouder P. Heijnen (sociale zaken) in het restaurant van één van de vier Haagse Leerwerk-centra aan de Haagse Vinkensteynstraat, waar werklozen onder meer een opleiding tot kelner, kok of cateraar volgen.

Sinds 1987 hoeven werklozen in Den Haag niet meer zelf in een eindeloze zoektocht langs verschillende loketten op zoek naar de persoon die hen uiteindelijk de weg wijst naar de arbeidsmarkt. Sterker nog, de gemeente benadert de mensen met een bijstandsuitkering zelf voor het `werkproces'. Na gesprekken met de persoonlijke begeleider wordt een traject uitgestippeld. Scholing, stages, een Melkertbaan, de banenpool of een opleiding in het Leerwerk-centrum. Mensen afschrijven is er niet meer bij. `De nieuwe doelgroep', zo worden in Den Haag de mensen aangeduid `met de grootste afstand tot werk'. Langdurig werklozen, met een lage opleiding en soms ook nog met beperkingen, worden `niet meer losgelaten'. Wie niet mee wil werken krijgt een sanctie, wie zijn best doet verdient een bonus. Het werkt; de werkloosheid loopt terug.

Maar er doemt alweer een gevaar op voor de werkloosheidsbestrijding. Het kabinet wil tot een landelijke aanpak komen. Daartoe zouden meer dan tweehonderd Centra van Werk en Inkomen moeten worden ingericht die niet door de gemeenten maar door een centraal orgaan gestuurd worden. Heijnen vreest dat de zeggenschap van de gemeente wordt beperkt. ,,Als we het niet meer op zijn Haags kunnen doen, is ons opgebouwde systeem straks zo foetsie.'' Nu Den Haag weer zelf mag bepalen wat het met zijn geld doet, zit de stad niet meer te wachten op hulp van het rijk. En misschien nog wel belangrijker: het gemeentebestuur durft het nu weer openlijk te zeggen ook.