Surinaamse grondwet laat veel vragen open

De politieke crisis heeft opnieuw duidelijk gemaakt dat de Surinaamse grondwet veel vragen openlaat. De grondwet werd in 1987 per referendum aangenomen, onder dwang van de toenmalige sterke man Desi Bouterse. Het leger kreeg toen nog de rol van politieke waakhond toebedeeld. En als het volk tegen zou stemmen, kwamen er ook geen vrije verkiezingen.

Het resultaat is een slordige mengvorm van een presidentieel en parlementair systeem, dat president Wijdenbosch de afgelopen jaren in staat stelde zonder veel parlementaire inmenging te regeren.

De oppositie reageerde op de presidentiële Alleingang door na 1996 de meeste zittingen van de Assemblee te boycotten. Voor de NDP van Wijdenbosch is dat aanleiding om het parlement de schuld van de crisis te geven: die zou de politiek hebben lamgelegd en al te snel toevlucht nemen tot stakingen en straatprotest.

Over de afzetting van de president is de grondwet niettemin glashelder. ,,De Nationale Assemblee heeft de volgende uitvoerende taken: het kiezen en het besluit tot tussentijds doen aftreden van de president en de vice-president.'' Uit artikel 83 blijkt dat een eenvoudige meerderheid volstaat om de president naar huis te sturen.

De Assemblee heeft vorige week dinsdag met 27 stemmen voor, 14 tegen en 10 onthoudingen een motie van wantrouwen tegen de president en vice-president aangenomen. Voor het kiezen van een nieuwe president is een tweederde meerderheid van minimaal 34 stemmen nodig. Als dat tweemaal mislukt, dan wordt de Nationale Volksvergadering bijeengeroepen, met vertegenwoordigers uit de districten. Die kiest met een eenvoudige meerderheid een nieuwe president.