Rotterdam blijkt al multicultureel

Jongeren en allochtonen, de doelgroepen die staatssecretaris Van der Ploeg met man en macht het culturele circuit in wil loodsen, zijn al jaren in groten getale te vinden op het Dunya Festival in Rotterdam. Ook dit weekend schuifelden Turkse families met koelboxen, Kaapverdiaanse schonen, Afrikaanse muziekfanaten en bleke anarcho-punkers weer gebroederlijk tussen de dertien muziekpodia in het park bij de Euromast.

De culturele diversiteit waarvoor Van der Ploeg zo ijvert, manifesteert zich tijdens Dunya niet alleen voor de podia maar ook er op. In de poëzietent en de storytellingtent trad een internationale keur aan dichters en verhalenvertellers op. En op de twee hoofdpodia stonden muzikanten uit Georgië tot Guyana, terwijl de zogenoemde `dorpspodia' plaats boden aan muziek uit Suriname, Kaap Verdië, Indonesië, Turkije en de Antillen. Voorzien van een aureool van exotische kookgeuren, afkomstig van de talloze eetstandjes, klonken Anatolische bruiloftsmuziek, traditionele Berberliederen, Kaapverdische soul, zoete Indonesische schlagers en stevige Surirock. Dat er toch groepen waren die zich overgeslagen voelden, bleek uit een overal aangeplakt postertje van de Unión Latina Rotterdam, waarop onder een sip kijkend zonnetje de klacht `Waar is het Zuid- Amerikaanse dorp?' te lezen viel.

Maar zowel Zuid-Amerikanen als een waterig zonnetje waren gewoon te vinden op de hoofdpodia, waar Braziliaan Chico César zijn tropische mix van samba-reggae, maracatú en forró ten beste gaf, het Cubaanse Orquesta Aragon sonore zang combineerde met een hartverwarmend strijkje en Orquesta Pegasaya uit de Antillen met swingende salsa de dreigende wolken probeerde te verjagen.

De toppers van dit jaar kwamen echter uit Afrika. De uit Mali afkomstige zangeres Oumou Sangare, die zaterdagavond voor een exclusief optreden naar Rotterdam was afgereisd, betoverde het publiek met haar traditionele liederen met feministische inslag. Sangare's donkere timbre contrasteerde mooi met de hypnotiserende ritmes van haar begeleidingsband en het ijle geluid van de achtergrondzangeressen. Een zelfde effectieve eenvoud was te beluisteren bij Mamar Kassey uit Niger, die ondersteund door twee danseressen en vijf muzikanten hees gezongen, traditionele oogstliederen ten gehore bracht. De meer Westers georiënteerde Malinese pop van festivalafsluiter Salif Keita was weliswaar vol soul, maar miste de subtiele intensiteit die Sangare en Kassey tentoonspreidden.

Concert: Dunya Festival. Gehoord: 5/6 en 6/6 in Rotterdam