Nederland doet het graag Angelsaksisch

In politieke zin is Nederland op Europa georiënteerd, Duitsland is de grootste handelspartner van Nederland, maar het Nederlandse bedrijfsleven doet het 't liefst met Angelsaksen. Met wisselend succes.

Is het angst voor de Duitsers of brandende liefde voor de Britten? Als het om internationale allianties gaat in het zakenleven, ligt één combinatie op de lippen van bijna elke Nederlandse ondernemer bestorven.

Vanochtend waren het topmanagers van British Steel en Hoogovens die belijdenis aflegden van hun geloof in de gezamenlijke Brits-Nederlandse waarden. ,,Wij spreken dezelfde taal''. En: de afgelopen maanden hadden wij al gemerkt dat wij de Angelsaksische zakencultuur delen.

Met Britten klikt het, is een oerconventie van het Nederlandse bedrijfsleven. Is de moeder aller grensoverschrijdende fusies niet die van Koninklijke Olie en Shell Trading & Transport in 1905? Hoewel de Koninklijke de grotere van de twee partners was, zijn de naam van de Britse tak (Shell, de merknaam op de benzinepompen) en diens logo (de schelp) de dominante uitstraling naar het publiek geworden. En is de andere grote Brits-Nederlandse fusie, die van de Margarine Unie en Lever Brothers tot Unilever in 1930, ook geen doorslaand succes geworden? Al moeten beide de laatste jaren steeds weer twijfel wegnemen of hun duale organisaties wel rap genoeg op veranderingen kunnen inspelen.

Nog voor de Tweede Wereldoorlog angst en wraakgevoelens tegenover Duitsland opwekte waren de Britten al als de ideale bondgenoten aangewezen. Duitsland is de grootste handelspartner van Nederland, maar grote overnames en allianties doen Nederlandse managers het liefst in Amerika en het Verenigd Koninkrijk. Politiek en monetair oriënteert Nederland zich op Europa, maar zakelijk-cultureel kijkt het bedrijfsleven naar het Westen, ook voor zijn eigen riante beloning met de aandelenopties die uit Amerika zijn komen overwaaien en gretig aftrek vinden.

De mislukking van twee grote Nederlands-Duitse industriële fusies in de jaren zeventig en tachtig, van VFW en Fokker en van Hoesch met Hoogovens, maakte duidelijk dat Nederlanders met de formele Duitse management stijl niet goed werken. Het langgerekte debâcle van Fokker en ,,redder'' Daimler-Benz bevestigde de tegenstellingen nog eens.

Maar zijn de Britten wel zulke ideale zakenpartners? Vrachtwagenfabrikant Daf kocht met Leyland de molensteen om zijn nek. Fusiegesprekken van KLM en BA ketsen af op onder meer zeggenschapsverhoudingen.

De bejubelde fusie van uitgeverijen Reed en Elsevier in 1992 heeft het afgelopen jaar een zware terugslag opgelopen. Toevallig vanochtend kwam Reed Elsevier met een waarschuwing aan beleggers voor een lagere winst.

De topstructuur van Reed Elsevier bleek vorig jaar toch niet adequaat en is gereorganiseerd tot een enkel bestuurscollege in Angelsaksische stijl, al is er een vacature voor een topman. Het concern had twee co-voorzitters, net als de nieuwe staalcombinatie nu krijgt. Eerder mislukte overigens een fusie van Elsevier met de Britse uitgever Pearson.

Andere deals liepen slechter af. ING ging de boot in met de overname (in 1990) van de Britse herverzekeraar Victory en besloot in 1993 de zaak te sluiten. Een strop van ongeveer een miljard gulden. Drie jaar later kocht ING de Britse elitebank Barings uit een faillissement, maar de winstbijdrage van de zakenbank blijft al jaren achter bij de verwachtingen.

Maar er zijn ook succesverhalen, zoals automatiseringsbedrijf CMG. Nedlloyd bundelde zijn containervervoer met dat van de Britse P&O, en het hoofdkantoor daarvan zit nu in Londen. Ook het hoofdkantoor van de nieuwe staalgigant komt daar. En dat is een typerend verschil met Unilever en Koninklijke Shell die hoofdkantoren hielden in Nederland en Londen.