Kosovaren slaags in kamp in Macedonië

In het grootste vluchtelingenkamp in Macedonië, Stenkovec, is het zaterdag tot langdurige rellen gekomen, waarbij vier mensen zwaar en 26 anderen licht gewond werden. In de kampen is de spanning als gevolg van overbevolking te snijden, zo waarschuwen hulpverleners.

De ruzie in het kamp Stenkovec brak uit toen vluchtelingen uit Kosovo een familie van Roma (zigeuners) aanwezen als collaborateur van de Serviërs. De Roma zouden de Serviërs hebben bijgestaan bij het plunderen en platbranden van huizen in het kader van de `etnische zuivering'. Het incident groeide uit tot een massale vechtpartij. De Macedonische politie had drie uur nodig om de rust te herstellen en vroeg de Amerikaanse ambassadeur in Macedonië, Christopher Hill, naar het kamp te komen om de gemoederen te sussen. Alle Roma-gezinnen in Stenkovec zijn na de vechtpartijen elders ondergebracht.

In Stenkovec verblijven twintigduizend gevluchte Kosovaren. Volgens hulpverleners is als gevolg van de overbevolking de sfeer zo slecht dat kleine incidenten al snel uitgroeien tot grote, waarbij gewonden vallen.

In de kampen schrijven zich nog steeds vluchtelingen in voor overbrenging naar derde landen. Het vorige week donderdag bereikte vredesakkoord geniet vooralsnog weinig vertrouwen: de Kosovaren vertrouwen de Serviërs niet en geloven (nog) niet binnen afzienbare tijd naar Kosovo te kunnen terugkeren.

In het noorden van Albanië zijn zaterdag 86 mannen uit twee dorpen in Kosovo aangekomen na vier dagen lang door Serviërs gevangen te zijn gehouden en te zijn mishandeld. De mannen werden verdacht van banden met het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK. Sommigen waren er als gevolg van de mishandelingen in de gevangenis van Smrekovnice zo slecht aan toe dat ze moesten worden gedragen. De mannen vertelden dat hun dorpen Shtitarice en Dolak, ten noordwesten van Priština, vorige week door de Serviërs waren omsingeld, beschoten en veroverd, waarna de burgers werden verdreven en negentig procent van de huizen in brand werd gestoken.

Het UÇK liet gisteren weten dat de Serviërs een groot offensief hebben geopend tegen het Bevrijdingsleger, kennelijk in de hoop het UÇK zoveel mogelijk schade toe te brengen voordat ze zelf de provincie moeten verlaten. Bij het offensief zouden de Serviërs bij Dugagjin gifgas hebben gebruikt. Belgrado van zijn kant maakte ook melding van het offensief. De afgelopen dagen zouden vijfhonderd UÇK-strijders zijn gedood bij pogingen in Kosovo te infiltreren, zo werd in Belgrado meegedeeld. De NAVO zei gisteren aanwijzingen te hebben dat Servische politietroepen en Joegoslavische soldaten in Priština en Prizren op grote schaal woningen plunderen.

Ook zouden de Serviërs, zo wordt vermoed, voor hun aftocht alles in het werk stellen om in Kosovo mijnen te leggen en booby traps aan te brengen en om sporen van hun `etnische zuivering' uit te wissen. Het Britse blad The Observer schreef gisteren op basis van verklaringen van drie getuigen dat de Serviërs al een tijd lang elke dag in de mijn van Trepca rond honderd lijken van vermoorde Kosovaren verbranden. (Reuters, AP, AFP)