Jongens II

,,In dit huis kwam van alles over de vloer'', vertelt Wolf Siedler (73). ,,Mijn beste schoolkameraad was Ernstel Jünger, de zoon van de schrijver Ernst Jünger. Mijn ouders waren zeer bevriend met de familie Hahn, die net zo antinazi was als zij. Hij was de uitvinder van de kernreactie, maar de ontwikkeling van een Duitse kernbom heeft hij vakkundig getraineerd. En dan was er Else Mayer, een oudere joodse weduwe. Die moest weg.''

Rond 1930 woonden er 160.000 joden in Berlijn. Begin 1941 waren er nog zo'n 70.000. In de Nieuwe Synagoge liggen nu enkel wat resten van een bloeiend joods leven: aankondigingen van feesten – `31 maart 1940, slotconcert van de Joodse Winterhulp', foto's van het joodse weeshuis, twee kleine meisjes die een poppenwagentje voortduwen, grote stralende ogen. In oktober 1941 begonnen de nachtelijke deportaties naar de Poolse getto's. De verlaten joodse huizen werden direct opengebroken, alles werd ter plekke geveild. De Berlijners kochten graag.

Siedler: ,,Vlak voordat Else Mayer vertrok kwam ze nog een cadeautje brengen, een kopje met de Brandenburger Tor erop. Ze was ervan overtuigd dat ze alleen maar moest verhuizen, naar Lodz of zoiets. `Tot gauw weer', riepen we tegen elkaar. `Ik heb het huis brandschoon gemaakt', zei ze, `ik wil niet dat de mensen denken dat ze in een jodenbende terechtkomen.' Later hoorden we dat haar trein even buiten Berlijn al op een zijspoor was gerangeerd en vergeten, omdat ze de locomotief nodig hadden voor de troepen. Het was winter. Pas na drie weken schoven ze de deuren van de wagons weer open. Tja.''