In VS is stemming over oorlog Kosovo snel omgeslagen

Toen Joegoslavië vorige week instemde met het vredesplan voor Kosovo, sloeg in Amerika de kritiek op president Clinton en de luchtoorlog opeens om in lof.

Het lot van het vredesplan voor Kosovo is nog hoogst onzeker, maar in de Amerikaanse politiek wordt de balans van de oorlog alvast opgemaakt. De onverwachte wending die de crisis vorige week nam toen het Joegoslavische parlement het plan goedkeurde, leverde president Clinton meteen veel waardering op.

De lof kwam niet alleen van zijn geestverwanten, maar ook uit conservatieve hoek. De mogelijkheid dat de crisis nog lang niet voorbij is, temperde het enthousiasme nauwelijks.

Zèlf verkondigden de president en zijn regering donderdag meteen dat het nog te vroeg was om de overwinning al op te eisen. Maar voor zulke behoedzaamheid bestaat in Washington weinig geduld. Na krantenkoppen als ,,Joegoslavië zwicht'' begon de politieke wind razendsnel te draaien. De president die wekenlang gehekeld was omdat hij het land halsoverkop in een slecht voorbereide oorlog zou hebben gestort, werd nu opeens alom geprezen.

,,Dit ziet eruit als een overwinning voor Clinton'', erkende vrijdag zelfs de rechtse krant The Wall Street Journal, die doorgaans geen goed woord voor de president over heeft. De krant tekende weliswaar aan dat het te danken was aan de bondgenoten, en met name de Britse premier Blair, dat Clinton geen slappe knieën kreeg. Maar, luidde de conclusie tevreden, de wereld weet nu tenminste dat ,,de NAVO eendrachtig is opgetreden''.

Op de politieke talkshows op televisie was men het gisteren roerend eens: tegen alle verwachting heeft de luchtoorlog gewerkt en hebben Clinton en zijn minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright gelijk gekregen. En ze hebben de NAVO toch maar bijeengehouden, luidde het oordeel. Het conservatieve weekblad Weekly Standard noemt ,,de capitulatie van Slobodan Miloševic'' deze week een ,,triomf voor Amerikaanse macht en beginselen'', en een zege voor Clinton. De gematigd linkse Christian Science Monitor constateert: ,,In het gezelschapsspel van de Washingtonse politiek lijkt Clinton af te stevenen op weer zo'n onwaarschijnlijke versterking van zijn prestige – die kan bijdragen aan zijn reputatie als de Houdini van de Amerikaanse politiek.'' De Republikeinen zien dat met lede ogen aan, te meer omdat de oorlog aan het licht heeft gebracht hoe diep in hun eigen kring de verdeeldheid is over de richting van de buitenlandse politiek.

Toen de bombardementen van de NAVO net waren begonnen, spraken sommige vooraanstaande Republikeinen meesmuilend over ,,Clintons oorlog''. Als de onderneming zou uitdraaien op een fiasco, dan moest duidelijk zijn wie er verantwoordelijk voor was. Nu kampen deze Republikeinen met het probleem dat ze tegenstanders zijn van een oorlog die andere Republikeinen juist zien als een overwinning voor Amerika. ,,Het stomste wat Republikeinen nu kunnen doen'', waarschuwde een conservatieve commentator, ,,is de indruk wekken dat ze het jammer vinden dat Amerika en de NAVO hebben gewonnen.''

Slechts een handjevol vooraanstaande Republikeinen steunden de oorlog volmondig. Een van hen was senator John McCain, die campagne voert voor de Republikeinse nominatie voor de presidentsverkiezingen in 2000. McCain betoogde dat de NAVO alle middelen moest inzetten om te winnen. Hij verweet Clinton dat hij de optie van een invasie aanvankelijk vrijwel had uitgesloten, en daarmee een overwinning onmogelijk maakte. Maar dit weekeinde erkende McCain: ,,Als dit plan werkt, verdient de regering lof.''

In beide partijen is de uitkomst van de luchtoorlog een steun in de rug voor de internationalisten, in hun eeuwige strijd tegen de isolationisten. Maar vooral is het een signaal dat een president zich op het gebied van de buitenlandse politiek veel minder van het Congres hoeft aan te trekken, dan de afgelopen jaren vaak is aangenomen. Clinton benutte de nieuwe krachtsverhoudingen vrijdag meteen, door tegen de zin van de Senaat de benoeming door te zetten van James Hormel tot ambassadeur van Luxemburg. Een klein aantal conservatieve Republikeinen had de benoeming bijna twee jaar tegengehouden vanwege Hormels homoseksualtiteit. Ook een teken van de herwonnen kracht van de president was de aankondiging dat de Senaatscommissie voor buitenlandse betrekkingen op 17 juni eindelijk hoorzittingen zal houden over de benoeming van Richard Holbrooke tot ambassadeur bij de VN.

Voor vice-president Gore is het een belangrijke opsteker dat het einde van de oorlog in zicht lijkt te zijn. Gore loopt zich warm voor de presidentsverkiezingen in 2000, en een slepende oorlog, eventueel met grondtroepen, tijdens zijn verkiezingscampagne kan geen aantrekkelijk vooruitzicht zijn geweest. Dat gevaar is nu sterk afgenomen. En bovendien heeft Gore, door zijn goede contacten met de Russische onderhandelaar Tsjernomyrdin, een rol kunnen spelen bij de totstandkoming van het vredesplan.

The New York Times en The Washington Post publiceerden gisteren grote reconstructies van het internationale diplomatieke verkeer dat vorige week leidde tot goedkeuring van het vredesplan. Het akkoord, aldus de Post, was ,,een spectaculaire ommekeer, net op het moment waarop de regering-Clinton en de Europese leiders zich begonnen te verzoenen met de mogelijkheid dat een invasie van Servië noodzakelijk kon zijn''. Volgens de krant verbood Madeleine Albright haar medewerkers onmiddellijk om in de verleden tijd over de oorlog te spreken, alsof de confrontatie al voorbij was. En Clintons Veiligheidsadviseur Sandy Berger zou verstoord hebben gereageerd toen een Amerikaanse diplomaat hem gelukwenste. ,,Laten we onszelf niet feliciteren voor het echt voorbij is'', zou Berger hebben gezegd.

Ook politieke analisten van de denktanks waarschuwden voor opgetogenheid. Richard Haass, die onder president Bush in de Nationale Veiligheidsraad zat en die nu verbonden is aan de Brookings Institution, noemt het woord overwinning ,,op zijn best onvolledig, want de NAVO is er niet in geslaagd om de `etnische zuivering' te voorkomen''. Zijn collega Ivo Daalder, die de luchtoorlog de afgelopen maanden herhaaldelijk scherp gekritiseerd heeft, erkent dat hij ten onrechte geloofde dat de inzet van grondtroepen onontbeerlijk was. Maar hij blijft kritisch: ,,De prijs van onze ,,overwinning'' is dat 1,4 miljoen mensen zijn verdreven, dat duizenden en misschien tienduizenden mensen gedood zijn. Die aantallen hadden lager kunnen liggen als we niet waren begonnen om de mogelijkheid van grondtroepen uit te sluiten.''