`Iets nieuws uit schat aan oude muziek'

Moby, veelzijdig musicus, pacifist en vegetariër, is ook de achterkleinzoon van de wereldberoemde schrijver Herman Melville. Moby slaat met zijn nieuwe cd Play alweer een andere richting in.

Richard Melville Hall dankt zijn artiestennaam Moby aan het feit dat hij werd geboren als achterkleinzoon van Herman Melville (1819-1891). Melvile was de schrijver van het epische walvisboek Moby Dick (1851), dat geldt als een van de hoogtepunten uit de wereldliteratuur. Over een pseudoniem hoefde Richard Melville Hall niet na te denken, want ,,mijn moeder noemde me al Moby toen ik nog geen tien minuten oud was.''

Punkrocker, technomuzikant, samplekunstenaar, filmmuziekmaker en hardcore-gitarist: Moby is het allemaal en bij elke nieuwe cd lijkt het of de Newyorkse producer/muzikant een ander alter ego aanneemt. Na een sterk debuut in de dance-sector met de clubhit Go en het techno-album Everything is wrong (1995) verbaasde de uitgesproken pacifist en vegetariër Moby zijn pasverworven fans met de militante hardcore-gitaarpunk van de cd Animal Rights, waarna hij zijn een breakbeatversie van het James Bond Theme en het bijbehorende filmmuziekalbum I Like To Score weer een heel andere richting insloeg. Zijn nieuwe cd Play lijkt in bijna niets op het voorgaande, maar bevat een verbluffend frisse en originele combinatie van hiphip- en technobeats met oude blues- en gospelsamples.

,,Ik laat me leiden door muziek die me interesseert en die me emotioneel raakt,'' zegt Moby over zijn voortdurende verandering van stijl. ,,Er is geen vooropgezet plan om telkens iets anders te doen. Ik kan me goed voorstellen dat het verwarrend werkt, maar ik kan niet anders. Vooral in de dance-wereld zijn er veel puristen die dat niet kunnen of willen volgen. Alles wat buiten hun benauwde techno- of triphop-vizier valt, wordt als oninteressant aan de kant geschoven. Als muzikant kan ik me daar niet druk om maken, want het gaat mij er in de eerste plaats om dat het voor mijzelf interessant moet blijven. Er zijn geen wetten die mij verplichten om binnen één bepaalde muziekstroming te blijven.''

In essentie is er niet eens zo'n groot verschil tussen ruwe punkmuziek en voorgeprogrammeerde techno, vindt Moby. ,,Het verschijnt allemaal op cd en het komt uit diezelfde speakers van je stereo-apparatuur. Voor de manier waarop muziek mij raakt is het niet belangrijk of het gespeeld wordt door een rockgroep, een symfonie-orkest of een jochie met een samplemachine. In de postmoderne wereld is alle informatie toegankelijk en gelijkwaardig. Als je vroeger iemand op een dwarsfluit hoorde spelen, klonk dat veel zachter dan een rockband. Tegenwoordig hoor je de rockband op hetzelfde geluidsniveau als de dwarsfluit. Er is een soort van grootste gemene deler ontstaan van de manier waarop muziek wordt geconsumeerd.''

Uit de cd-titel Play mag niet worden opgemaakt dat de muziek speelser is dan we tot nu toe van Moby gewend waren. ,,In zekere zin is het de meest serieuze muziek die ik gemaakt heb. Ik zou willen dat ik meer aan spelen toekwam, zoals kinderen kunnen spelen. Als ik eens wat vaker in een boom kon klimmmen, zou dat mijn leven een heel stuk rijker maken. Uit het raam van mijn huis kijk ik uit op een kinderspeelplaats, waar het woord PLAY in metershoge letters op een muur is geschilderd. Als muzikant word je dagelijks met het woord play geconfronteerd, want het staat op alle casseterecorders, minidiscspelers, sequencers en drumcomputers. Een vriendin die aan SM doet ze is een dominatrix vertelde me dat play in de SM-wereld een eufemisme is voor een sadomasochistisch ritueel. Er was al een elpeetitel Play van de groep Magazine, een van mijn favoriete live-platen aller tijden. Het woord diende zich van alle kanten aan.''

In zes van de achttien nummers op Play maakte Moby gebruik van sample-vocalen, waarvan er enkele uit het begin van de eeuw stammen. Die oude blues- en gospelstemmen vond hij onder meer tussen de veldopnamen die muziekantropoloog Alan Lomax maakte voor de Library of Congress en waarvan er in de afgelopen jaren vele honderden op cd zijn verschenen in de serie The Alan Lomax Collection.

,,Iemand zou nog eens een film moeten maken over Alan Lomax, een keurige heer uit New York die in zijn witte overhemd het veld in trok om in het diepe zuiden van de VS opnamen te maken van katoenplukkers die rauwe bluesnummers zongen, of kerkgangers die hun gospelmuziek in hun eigen opgeving ten gehore brachten. De geluidskwaliteit van die opnamen viel me enorm mee. Vooral het a capella-materiaal bleek uiterst geschikt om er met moderne middelen een instrumentatie aan toe te voegen.

,,Het was van tevoren niet bij me op gekomen dat ik uitgerekend rond de eeuwwisseling terug moest grijpen op muziek van het begin van de eeuw. De gedachte spreekt me aan dat je uit die schat aan oude muziek iets nieuws kunt samenstellen. Als muzikant aan het eind van het millennium stelt de techniek mij in staat om van die oorspronkelijke opnamen gebruik te maken, terwijl de muziek van vóór die tijd alleen door overlevering bewaard is gebleven. Menselijke emotie is universeel, en zo kan het dat je geen negerslaaf uit 1900 hoeft te zijn om geraakt te worden door de klaagzang van een katoenplukker.''

Het kan geen toeval zijn, vindt Moby, dat zijn Engelse collega Fatboy Slim ongeveer tegelijk op het idee kwam om een oud gospelnummer te sampelen voor zijn recente hit Praise you. ,,Ik ken Norman [Cook, ware naam van Fatboy Slim - JV] goed en ik heb hem vorig jaar een bandje van mijn nummer Honey gestuurd, waarin ik in essentie hetzelfde deed. Dat moet hem op een idee gebracht hebben. Daar kan ik mee leven, want ik maak evengoed als hij gebruik van `geleende' muzikale ideeën.

,,Het grote verschil tussen zijn muziek en de mijne is dat het lijkt of hij bang is om zijn samplemateriaal serieus te nemen en dat hij er altijd extreme geluidseffecten op los laat. Zijn muziek hoort bij een populistische drank- en drugscultuur, terwijl ik liever wat meer verantwoordelijkheidsgevoel uitstraal. Ik wil een prachtig gospelnummer als Why does my heart feel so bad laten horen voor wat het is, ook al voeg ik er een breakbeat aan toe. Mijn muziek is niet gemaakt voor een dansende massa, maar voor individuele luisteraars die zich willen laten meeslepen door de onderliggende emotie.'' Moby Dick van overgrootvader Herman Melville heeft Moby nooit uitgelezen. ,Al die uitweidingen over vis. Véél te dik en véél te saai.''

Moby: Play (Mute/Play It Again Sam)