Humorloze King Arthur beweegt zich in prachtig toverwoud

Het Holland Festival 1999 opende zaterdag op een ongewoon tijdstip. De eerste pronte tonen uit de ouverture van de `semi-opera' King Arthur van Henri Purcell en John Dryden klonken om twee uur 's middags. King Arthur, gemaakt door de in Nederland beroemde jeugdtheatergezelschappen Maccus en Huis aan de Amstel, in samenwerking met het barokorkest Combattimento Consort Amsterdam, werd uitgevoerd voor een publiek vanaf acht jaar, onder wie prinses Margriet en staatssecretaris van Cultuur Van der Ploeg.

King Arthur (Adri Overbeeke) heeft een schelmse oogopslag en wuivend blond haar, zijn beminde blinde Emmelijn (Debbie Korper) lange donkere krullen. De slechteriken uit Saksen, hun in berenvellen gehulde tegenstanders, zijn `schor van zwaveldamp'. Hun tovenaar (Edo Brunner) die het opneemt tegen de grootse Merlijn (Peter van Heeringen), stampt gedreven op de grond en offert drie jongetjes aan Wodan. De Saksen roven Emmelijn. En toch wil de voorstelling niet echt dramatisch of spannend worden.

In een semi-opera zijn gesproken en gezongen tekst strikt gescheiden en lopen niet, als in een musical, vloeiend dooreen. Alleen bijfiguren zingen en vertolken zo de gevoelens van de hoofdpersonen. Op cruciale momenten barsten ze steeds weer los in een lofzang op Engeland, de komst van de lente of de schoonheid van de strijd. De strikte wisselingen maken King Arthur statisch. Iedereen wacht keurig op zijn beurt om te praten of te zingen.

Ondanks de vele menigten op het toneel wordt King Arthur geen spektakel. Er wordt erg mooi gezongen, vooral door solisten Anne Grimm als ijle elf Philidel en haar in grimmig gebladerte gehulde opponent Frans Fiselier als Grimbald de gnoom. De muziek ligt makkelijk in het gehoor, voor je het weet zit je opgewekt mee te hummen (`Ei-ther this way! This way? This way!'– de teksten worden op een bovenschermpje vertaald), maar blijft wel drie uur lang erg eenduidig en afstandelijk.

Dat King Arthur toch niet slaapverwekkend is, is vooral te danken aan de prachtige vormgeving van Jan Ros. Aanvankelijk lijkt het decor vooral sober, uitgevoerd in gedempte kleuren beige, bruin en groen, met verrijdbare kasten die een verticaal lijnenspel veroorzaken. Maar dan komt het betoverde van boven, letterlijk uit de hemel gevallen. Ros' toverwoud, waar Arthur zich met een behulpzame luchtgeest doorheen moet banen, bestaat uit rijen dunne kettingen die worden neergelaten. Het woud ziet er ondoordringbaar en ongenaakbaar uit. Groen-goud licht blikkert erdoorheen. Een kind in de zaal legt onmiddellijk het verband met een gevangenis.

Regisseurs Liesbeth Coltof en Jos van Kan delen een liefde voor opera en kozen juist voor King Arthur omdat het verhaal kinderen zo zou aanspreken. Wat al het getover betreft hebben ze het bij het rechte eind, maar waarom ze zo trouw bleven aan het origineel is een raadsel. Al schoven ze enigszins met het gejubel over Engelands grazige weiden en werd Purcells fantasie `Once upon a note' toegevoegd alsmede een door muzikaal leider Jan Willem de Vriend geschreven uitgebreide paukenslag, aan vaart en humor deden zij te weinig concessies. De introductie van personages laat soms wel erg lang op zich wachten en uit de zaal klinkt een keur aan sissende kinderstemmen: `wie is dat en wat doet die daar?'

De kinderen in de zaal reageren meteen op Emmelijns verbijstering als ze weer kan zien, een van de weinige grappige scènes uit deze King Arthur. `Nee maar, er zit een hoofd in', roept ze als haar een spiegel wordt voorgehouden. Is het een zwijgende pop, een naäper, een schaduw? Als ze verrukt beweert dat zij zichzelf nog veel en veel mooier vindt dan haar hofdame, komt het personage en daarmee het hele stuk tot leven. Zo'n moment heeft ook Koning Arthur, als op het toverwoud een nieuwe vloek rust, van `stroop, gevlei en geilheid.' Een parade van hooggehakte dames in bontjas draait om hem heen, er klimt er een op zijn schoot die een elegant beentje naast zijn oor strekt, en de machtige heerser verandert in een giechelende puber. Er staat al iemand in zijn onderbroek als hij plotseling weer van mening verandert, want het lied is uit. `Vlucht, tippelaartjes van het Wilde Woud', roept hij dan, maar de omslag komt totaal onverwacht. Even leefde de held.

Holland Festival: King Arthur, een opera voor iedereen vanaf acht jaar. Door Maccus, Huis aan de Amstel en het Combattimento Consort Amsterdam. Muziek: Henri Purcell, Libretto: John Dryden, Vertaling: Frans Kellendonk. Regie: Jos van Kan en Liesbeth Coltof. Vanaf 8 jaar. Gezien: 6/6, Stadsschouwburg Amsterdam. Nog te zien aldaar op 7/6. Tournee vanaf 26/12.

Inl. (015) 212 29 77.