Het Fatsoen van de Middelen

Biljana Srbljanovic is dertig. Ze is toneelschrijfster en woont in Belgrado. In Trouw publiceert zij met enige regelmaat haar dagboekaantekeningen. Ze worden geschreven als het licht het toevallig doet, of overdag, en als ze nog batterijen heeft voor de computer. Ze schrijft over wat ze denkt en wat ze meemaakt. Ze schrijft dat de tijd zich in het gebombardeerde Servië zo eigenaardig gedraagt: ,,De nachten lijken twee keer zo lang als de dagen. En wanneer de alarmsirenes klinken, lijken de horlogewijzers weer langzamer te bewegen: een seconde duurt dan twee seconden, een minuut twintig minuten, een nacht tweehonderd nachten. Daarentegen gaan de dagen snel voorbij. Niemand onderneemt iets belangrijks of gecompliceerds, omdat het constant lijkt of van het ene moment op het andere de nacht weer kan vallen.''

Ze schrijft hoe men uit die nachten tevoorschijn komt, met wat voor angsten om de mensen, de omgeving, om zichzelf. ,,En hoe komt men erachter of zijn zenuwen toevallig zijn beschadigd of dat hij zelfs krankzinnig is geworden?'' Alles lijkt mogelijk nu het land in de greep van angst, dood, verwoesting en leugens verkeert.

Srbljanovic is bepaald geen Miloševic-aanhangster. Ze heeft weinig goede woorden over voor het regime, voor de schijnheiligheid, censuur, verdraaiingen en leugenachtigheid. Ze denkt niet anders dan ieder fatsoenlijk mens over de etnische zuiveringen en de wreedheden in Kosovo. Maar een NAVO-aanhangster is ze natuurlijk niet. Hoe zou ze. Al wordt haar dat wel gevraagd, als ze een paar dagen in Wenen is waar een toneelstuk van haar opgevoerd wordt. Of ze, aangezien ze zoveel kritiek heeft op het regime, instemt met de bombardementen. Ze besluit op een dergelijke vraag geen antwoord te geven. ,,Als iemand na twee maanden van bombardementen nog niet inziet dat het een tragische vergissing is, dan heb ik daar niets aan toe te voegen.''

Haar laatste gepubliceerde dagboekaantekening is van 30 mei. Van voor het verdrag. Ik ben benieuwd wat Srbljanovic daarvan vindt. De bombardementen gaan voorlopig door, al wordt Belgrado dan `ontzien'. Op andere plaatsen wonen ook mensen. En we weten inmiddels dat de NAVO niet zo vreselijk knap kan mikken.

Over een poosje gaat hopelijk het luchtalarm niet meer, dan begint de grote operatie de andere kant op. De weg van herstel. Al is er veel te veel onherstelbaars gebeurd. Er heerst dan ook nergens, behalve bij Westerse politici, grote vreugde. Natuurlijk zal het een verbetering zijn als er geen bommen meer inslaan. Het zal een verbetering zijn als de Serviërs Kosovo ontruimen. Maar ik denk niet dat enige inwoner van Belgrado, of van Novi Sad of waar ook, hoe weinig ze ook ophebben met Miloševic c.s., hoe misselijk van afschuw ze ook zijn over de misdaden in Kosovo, zal vinden dat het dan toch, achteraf, gerechtvaardigd was, dit luchtgeweld, deze doden, deze vertwijfeling.

Stefan Themerson, de Pools-Engelse filosoof en schrijver, zei in zijn Huizinga-lezing in 1981: ,,Geen Doel is zo verheven dat het een harteklop meer waard is dan Fatsoen van Middelen. Want alles wel beschouwd is Fatsoen van Middelen het Doel der Doeleinden.''

Die opvatting verklaart waarschijnlijk het ellendige gevoel dat menigeen al deze tijd gehad heeft over de bombardementen. Die vragen ons om niet op de middelen te letten en uitsluitend in het doel te geloven. En het doel dat nagestreefd wordt, een humaan bestaan voor iedereen, is in flagrante tegenspraak met de middelen. Want degenen die zonder water, zonder eten, zonder licht, in doodsangst gevangen zitten in wat ooit hun vanzelfsprekende land was, die worden door `ons', de NAVO-landen, de bommengooiers, niet bepaald humaan behandeld. Wij laten niet echt zien wat dat nu is, beschaving, gelijke rechten, democratie en al die andere mooie dingen uit naam waarvan wij treinen, bussen, scholen, ziekenhuizen, oude vrouwen, jonge vrouwen, vaders, baby's, iemands liefste vriend, het huis van zijn jeugd, haar moeder, opblazen. Bombardementen, de meedogenloze verwoesting zonder aanzien des persoons, vanaf een veilige afstand, zijn altijd weerzinwekkend. Rotterdam. Dresden. Hiroshima. Allemaal onfatsoenlijke middelen.

Maar wat dan? Ook Themerson ziet wel in dat als er nu eenmaal door de tegenstander onfatsoenlijke middelen gebruikt worden, er weinig anders opzit dan daar met geweld een einde aan te maken. Want een poosje dulden en de andere wang toekeren gaat wel, maar erg lang gaat dat niet. In sommige gevallen gaat het nog geen seconde. Dus dan moet het wel, onfatsoen vraagt om onfatsoen. Daarmee gaat veel verloren. Want, zoals Themerson schrijft: ,,Het gebruik van verdorven middelen om doeleinden te bevorderen – logenstraft de doeleinden.''

Bestaat er dan geen gerechtvaardigde strijd? Is er dan geen doel waarvoor gevochten moet worden? Natuurlijk wel. Beschaving verliest altijd als je die niet verdedigt, desnoods met geweld. Maar bij dat geweld verliest de beschaving ook iets. Zeker bij dit soort `veilig' geweld, veilig voor ons die onze hoogstaande opvattingen vanuit de lucht, of op de televisie, in vlammen zien veranderen. Wil ik dan uit naam van de beschaving ook aan onze kant veel doden zien vallen? Dat is ook een eigenaardige opvatting van beschaving. Toch lijkt het me iets heel anders als onderdrukten tegen hun onderdrukkers vechten dan wanneer bondgenoten onder het uitslaan van veel mooie woorden een land de ellende in bombarderen.

In een restaurant in Belgrado waar Biljana Srbljanovic sinds de bombardementen niet heen geweest is, maar waar ze aan de vooravond van haar vertrek naar Wenen met vrienden naartoe gaat, omdat ze niet weet of ze wel terug zal kunnen komen, zitten Amerikaanse journalisten met Servische meisjes. Ze worden door Biljana en haar vrienden met afschuw bekeken. De Amerikanen lijkt het grappig als er een nationalistisch Servisch lied gezongen zal worden: ,,`Vanwege dat soort liederen is de oorlog uitgebroken!' schreeuw ik. Maar ze keuren me geen blik waardig. Dit is mijn restaurant, ik zit hier met mijn vrienden. Is het terecht dat vreemde mensen me hier beroven van mijn plek, van mijn herinneringen?''

Dubravka Ugresic, de Kroatische schrijfster die bij het begin van de opdeling van Joegoslavië uit haar land vertrok omdat ze het er in het nieuwe nationalistische klimaat niet meer uithield, schreef laatst kribbig dat de Serviërs beter en masse de straat op kunnen gaan om tegen hun regering te protesteren, in plaats van met die schietschijf-badges op te lopen. Daar zit wat in. Maar ze weet zelf hoe moeilijk het is om, als je geen massa bent maar een minderheid – en als er gebombardeerd wordt is kritische zin ten opzichte van het eigen land al gauw in de minderheid – te protesteren tegen de gang van zaken. Een heel volk is niet schuldig. Dat is nu juist, schreef Srbljanovic terecht, `wat de leider van dit land ons wil doen geloven'.

Nu daar zitten we dan met ons fatsoen, beschaamd te wezen. Er is iets bereikt en er is iets verloren. Wat er bereikt is, moeten we nog maar afwachten. Hopelijk een vermindering van ellende. Wat er verloren is, is duidelijk. Mensen. Vreugde. Beschaving – uit naam van de beschaving.