EERSTE KAMER, HET BOLWERK VAN WILLEM II ...

Meer dan manshoog hangt hij achter de stoel van de voorzitter in de Eerste Kamer der Staten-Generaal: koning Willem II (1840-1849), de vorst die zo ijverig complotten smeedde en met vele winden meewoei ten dienste van zichzelf. Een dolende opportunist, dat was hij, een man die zijn draai nooit heeft kunnen vinden in het toen nog jonge staatsbestel: niet in de schaduw van zijn autocratische vader, niet in de liberale turbulentie waarmee hij te rekenen had in de jaren van zijn regering.

Had het aan de liberale staatsman J.R. Thorbecke gelegen, dan was de Eerste Kamer in 1848 afgeschaft. Maar koning Willem II moest in die dagen al genoeg macht en waardigheid prijsgeven. Zijn Eerste Kamer, als een conservatief `bolwerk van de troon', mocht hij houden.

Senator Wiegel (VVD) riep dezer dagen Thorbecke aan met een pleidooi voor ouderwets dualistische politiek. De publieke zaak moet publiek worden behandeld, declameerde Wiegel. Weg met dichtgetimmerde regeerakkoorden, weg met het gefluister achter broodjes in het Torentje van de premier!

En weg met de Eerste Kamer? Nee, daarin moest Wiegel helaas met Thorbecke van mening verschillen. Sterker nog, de senator uit Drenthe wordt morgen weer voor vier jaar beëdigd in het doorluchtige college dat – met een ander historisch synoniem – ook wel is aangeduid als `de dierentuin van de koning'. Vergist Wiegel zich niet, dan knipoogt Willem II hem morgen instemmend toe. 's Konings ménagerie is klaar voor een nieuw millennium

... STAAT NOG DICHTBIJ KROON ...

Leden van de Eerste Kamer worden al lang niet meer door de koning benoemd. Maar ex-dienaren van de Kroon voelen zich nog steeds bovengemiddeld sterk tot de senaat aangetrokken. Niet minder dan dertien oud-ministers en oud-staatssecretarissen zullen morgen trouw zweren of beloven aan de wetten van het koninkrijk. Vooral bewindslieden die ooit zwaar onder druk hebben gestaan of zelfs lelijk ten val zijn gekomen, laten zichzelf morgen (opnieuw) installeren.

Zie ze komen, de slachtoffers van parlementaire enquêtes, onderzoeken, affaires of mislukte kabinetten: Braks, Hirsch Ballin, Van der Linden (CDA), Van Eekelen (VVD), Ter Veld, Van Thijn (PvdA), Terlouw en Sorgdrager (D66). De chambre de réflexion heeft veel weg van een therapeutische spreekkamer, voor de nazorg van getraumatiseerde politici.

Eénenveertig oudgedienden en 34 verse leden beginnen morgen aan een nieuw mandaat dat in 2003 afloopt. Voorzitter Korthals Altes, oud-minister van Justitie, kan zo veel doorstroming van politiek talent slechts matig waarderen.In zijn lofrede voor scheidende senatoren, vorige week dinsdag, sprak hij over ruim 340 jaar senaatservaring die in één klap wordt weggespoeld. Waarbij mag worden afgetekend dat één senator goed is voor tien procent van al die ervaring: voor het eerst sinds juni 1965 zal de Eerste Kamer het moeten zien te redden zonder prof. P. Steenkamp, de peetvader van de CDA.

Maar goed nieuws is er voor Korthals Altes zelf. Hij lijkt de komende twee jaar te mogen aanblijven als voorzitter, hoewel het CDA als grootste fractie deze post zou kunnen opeisen. Vanavond en morgenochtend spreken de fractieleiders over de voorzitterskwestie. Een compromis tekent zich af: Korthals Altes (VVD) tot 2001, Braks (CDA) tot 2003.

... MOET ZICH KOEST HOUDEN ...

Als de marges in de politiek smal zijn, dan geldt dat de komende vier jaar zeker voor de Eerste Kamer. De paarse coalitie beschikt er over de kleinst mogelijke meerderheid van 38 zetels. Het CDA en de kleine christelijke fracties bezetten samen 26 zetels, waarmee zij de sleutel in handen hebben voor de bewaking van de grondwet die slechts met tweederde meerderheid kan worden gewijzigd.

Over de Eerste Kamer is vaak in sussende bewoordingen gesproken. De senaat zou er in de staatsrechtelijke praktijk niet zoveel toe doen. Het zou de Kamer zijn van wijze meest grijze dames en heren die het wetgevende huiswerk van regering en Tweede Kamer nog eenmaal zorgvuldig nakijken.

Het wordt beweerd, maar geloof er niets van.

,,De Eerste Kamer is een door en door politiek orgaan, dat bestaat uit politici (...) die op grond van politieke overwegingen voor of tegen een wetsvoorstel stemmen'', concludeert de historicus B. van den Braak in zijn vorig jaar verdedigde proefschrift. De voorbeelden zijn legio. Een nieuwe wet over gelijke studieduur aan hogeschool en universiteit (1988), het schrappen van het recht op hoger beroep in asielprocedcures (1993), een nieuwe nabestaandenwet (1995), een varkenswet (1998) – allemaal juridisch broddelwerk dat onder zware coalitiedruk door de senaat werd geramd.

Toen opeens was er de dappere senator Wiegel die niet week voor zijn principes. Het werd een nacht die je normaal alleen in films ziet. De koningin, de vice-president van de Raad van State, de minister-president en vele andere dignitarissen moesten eraan te pas komen om het verstoorde evenwicht in het staatsbestel te herstellen. Die Eerste Kamer toch.

De vraag werd weer veelvuldig gesteld. Moest die volstrekt antagonistische Eerste Kamer niet eens een kopje kleiner worden gemaakt? Senatoren die indirect worden gekozen, nota bene door Statenleden die afgelopen maart zelf door minder dan de helft van de stemgerechtigden zijn gekozen – dergelijke marginaal gelegitimeerde volksvertegenwoordigers moeten hun plaats kennen. Juridische toetsing, akkoord, maar van politieke beoordeling moeten zij zich verre houden.

... MAAR HEEFT NIETS TE VREZEN

Het kabinet had ook al gewaarschuwd. Het komt ,,met voorstellen inzake de verkiezing en de positie van de Eerste Kamer'', zo valt te lezen in het vorig jaar zomer geschreven regeerakkoord van Paars II. Zou het dan toch te gebeuren staan? Zou het karwei van Thorbecke eindelijk worden afgemaakt?

Even leek het erop dat de eeuwige discussie over de Eerste Kamer in een stroomversnelling zou komen. VVD-fractieleider Dijkstal schoof bijna twee weken geleden aan bij informateur Tjeenk Willink met de mededeling dat hij wel wat extra zinnen in de marge van het regeerakkoord wilde krabbelen over de wijze waarop de senaat kan worden `gedepolitiseerd'. Zijn voorstel tot staatkundige vernieuwing luidde: restauratie van de senaatsverkiezing zoals die tot begin jaren tachtig gold (zes-jaarsmandaat, iedere drie jaar de helft vervangen). Aanvullende creativiteit kwam uit de kring van PvdA en D66, waar oude discussies over terugzendrecht en `verenigde vergadering' werden afgestoft.

Het was weer eens genoemd, maar tot harde afspraken kwam het niet. De nieuwe Eerste Kamer wordt morgen beëdigd in de geruststellende wetenschap dat zij het nooit goed zal doen. Is het te stil rondom de Eerste Kamer, dan ligt daarin het bewijs dat de senaat overbodig is. Ontstaat er commotie, dan klinkt de roep tot ingrijpende revisie van de Eerste Kamer.

Het is de wraak van koning Willem II die zoet is sinds 1848.

Redactie: Gijsbert van Es