De hoorn

,,Als kind is de hoorn mij eigenlijk opgedrongen. In mijn familie was iedereen actief in de plaatselijke harmonie, en toen ook ik oud genoeg was, bleef alleen nog een hoorn over. In het begin heb ik me verzet, want ik was veel liever lid geworden van een voetbalclub. Maar toen ik eenmaal een behoorlijke toon kon blazen en op grammofoonplaten hoorde hoe een hoorn ook kon klinken, was ik verkocht.''

Hoornist Martin van de Merwe is dit seizoen vijfentwintig jaar verbonden aan het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Hij begon er in 1974 als derde hoornist en werd in 1983 solohoornist. Vrijdag soleert Van de Merwe in het Konzertstück voor vier hoorns van Robert Schumann, in september volgt het Tweede hoornconcert van Strauss. Beide werken worden vastgelegd op een jubileum-cd, die het orkest ter gelegenheid van de Merwes jubileum zal uitbrengen.

,,Iedere musicus vindt zijn eigen instrument altijd het moeilijkst. Maar een hoorn ís ook echt lastiger te bespelen dan een trompet of trombone. Door de langere buis liggen op een hoorn alle tonen dicht naast elkaar, waardoor het risico mis te blazen altijd levensgroot is.

,,De ontwikkeling van natuurhoorn naar de moderne ventielhoorn wordt weerspiegeld in de muziek. Haydn schreef in zijn symfonieën ontzettend onbenullige partijtjes, omdat hij uitging van natuurhoorns. De hoornconcerten van Mozart zijn ook voor natuurhoorn gecomponeerd, maar oneindig veel lastiger. Als je Mozart wilt spelen op een oud instrument moet je gebruik maken van stoptechniek, waarbij de stand van je hand in de beker de juiste noten vormt. En dat is, zeker in verhouding tot het indrukken van een knopje op een ventielhoorn, een monsterlijk lastige techniek.

,,Het solistische repertoire voor hoorn is beperkt, maar de twee hoornconcerten van Richard Strauss vind ik fantastisch. Strauss' vader was hoornist en heeft zijn liefde voor het instrument overgedragen, want in bijna al zijn werken maakt Richard Strauss ontzettend veel gebruik van de hoorns. De introductie op de slotscène van de opera Capriccio bij voorbeeld, is eigenlijk een compleet hoornconcert van drie minuten.

,,Bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest spelen alle hoornisten in dezelfde stijl. Ik vind dat essentieel binnen een kleine instrumentgroep, maar het is geen algemeen geldende norm. Het Concertgebouworkest heeft ook de beschikking over een groep top-hoornisten, maar zij hebben onderling heel verscheidene speelstijlen. Dat is een keuze. Wij proberen bewust een eigen klank te behouden, en nemen ook alleen nieuwe hoornisten aan die in stijl aansluiten bij onze `school'. En al is chef-dirigent Valery Gergjev primair geïnteresseerd in het eindresultaat, hij laat wel blijken dat hij heel content is met wat er uit onze hoek komt.

,,Onze klank wordt gekenmerkt door de toonvorming en het spaarzame gebruik van vibrato. Maar dat wil absoluut niet zeggen dat we heel subtiel spelen, we staan juist bekend om onze stevige manier van inzetten! Veel hoornisten stellen zich graag verdekt op, uit angst heel hard een foute noot te spelen. En dat is ook heel begrijpelijk. Maar ik neem zelf liever een beetje risico en trek met open vizier ten strijde dan dat ik op safe speel, maar me wel altijd moet inhouden.''

Martin van de Merwe en het Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Hans Vonk, 11/6 en 10/9, De Doelen, Rotterdam. Res. (010) 2171717.