CPB verschaft een inlogsleutel op de macht

Dezer dagen lanceerde Eduard Bomhoff weer eens een scherpe aanval op de rekenmodellen van het Centraal Planbureau, die hij `blind' noemde. Bovendien beschuldigde hij het CPB van partijdigheid, trucs en vooringenomenheid. CPB-directeur Henk Don reageerde furieus. Blind is tot daar aan toe, maar gekleurd gaat Don te ver. Toch heeft Bomhoff een punt. Er zijn tal van vragen te stellen bij de doorberekeningen van de partijprogramma's door het CPB. Maar de vraag is of het CPB de aangesproken partij moet zijn. Eigenlijk hoort de politiek in de beklaagdenbank.

Joop den Uyl heeft in de Nederlandse politiek het begrip `smalle marges' geïntroduceerd. Het is een standaarduitdrukking geworden waar menig politicus nog naar verwijst. En inderdaad, de ruimte om dingen écht te veranderen is in de dagelijkse praktijk niet zo verschrikkelijk groot. Maar Den Uyls smalle marges waren geen symbolen van berusting. Ze vormden niet het excuus om te blijven zitten waar je zit. Voor hem waren ze de hinderlijke insnoeringen van de gedreven politicus. De knellende banden waartegen gevochten moest worden om je idealen dichterbij te brengen. Daarom had Den Uyl zoveel volgelingen én zoveel tegenstanders.

De smalle marges zijn nu niet langer hinderlijke insnoeringen, maar het correcte leidsel van de getemde politiek. De PvdA van Kok weet precies waar het keurige midden ligt en piekert er niet over zelfs maar de randen te verkennen. De tijd van het socialistische avontuur is voorbij. De arbeider is de tweeverdienende middenklasser geworden en bij de FNV heeft de VVD de grootste aanhang. Je moet dus wat als PvdA, en keurig besturen zonder brokken lijkt dan zo gek nog niet. Dat kan zelfs sturen zonder handen zijn, want de smalle marges bepalen toch de koers.

Met de zo redelijke `smalle marges' als argument is dus elk beleid verdedigbaar, mits men zich voldoende ingedekt weet. Door partijprogramma's? Juist niet. Die verschillen en dat brengt risico's met zich mee. Regeringsfracties binden zich dus in binnenskamerse afspraken. Tegenwoordig zelfs het liefst tot en met de Eerste Kamer. Wordt het probleem toch echt urgent, dan is externe consultancy het tovermiddel. De politiek kiest niet meer voor of tegen Schiphol, maar volgt het milieuadvies van Berenschot in het licht van de toekomstscenario's van McKinsey gedeeld door de economische haalbaarheidstoets van BCG.

Feitelijk heeft de politiek door voor de macht te kiezen, de macht uit handen gegeven. Niet de partij of de politieke leider bepaalt de koers, maar de omgeving. De bureaucratie bijvoorbeeld of de internationale kapitaalstromen. Verzet daartegen, ooit politiek idealisme genoemd, geldt als onverstandig, niet-bij-de-tijd of weinig zakelijk.

In deze sfeer past ook het neutraliseren van partijprogramma's. Niet de idealen staan meer voorop, maar de haalbaarheid. En dus overleggen de politieke partijen braaf hun programma's aan het CPB. Ambtelijk wordt dus vastgesteld of de idealen in de haak zijn en uitvoerbaar. Terwijl nogal wat CPB-aannames om de drie maanden in aanzienlijke mate worden bijgesteld, worden de programma's over vier jaar doorgeëxerceerd alsof het Miljoenennota's zijn. Die partij die het best begrijpt hoe het CPB-model werkt, profeteert zichzelf naar de beste uitkomst.

Wie is hier gek? Natuurlijk het CPB, dat het risico neemt voor zijn goede naam door in zijn ambtelijke ijdelheid speelbal te willen zijn van politieke strijd. Natuurlijk nog meer de politiek. Ten eerste liggen idealen in principe achter de horizon. Het zijn vergezichten, geen haalbaarheden-van-morgen. Ze zo te laten behandelen doet idealen verschrompelen tot pragmatisch schuifelen, waarbij alle partijen op elkaar lijken. Ten tweede is de exactheid van de uitkomst zo betrekkelijk. Dat ondervond het CDA tot zijn nadeel in 1994. Het CPB voorzag zwaar weer, nog zwaarder dan iedereen toch al dacht. Het CDA wilde daarvoor niet vluchten en besloot zelfs de AOW niet langer te ontzien. Het sloeg in als een bom. De ouderen liepen massaal weg. Het CDA verloor mede daardoor de verkiezingen. Zo'n dag na de verkiezingen bleek het eigenlijk toch allemaal anders te zijn, alweer volgens het CPB. Het doemscenario had helemaal niet gehoeven. Het eerste kabinet-Kok kon vier jaar in de stralende zon regeren.

Een derde argument tegen het vierjaarlijkse CPB-ritueel is dat de politieke partijen de rekenmachine van de overheid daarmee verheffen tot enig arbiter. Waarom niet eens rondgekeken en andere deskundigheid ingebracht? Ja, inderdaad bijvoorbeeld bij het Nyfer van Eduard Bomhoff. Of op de Erasmus Universiteit. Het zou het politieke debat aan inzichten en levendigheid doen winnen.

Toch zijn politieke partijen niet gek en weten ze uitstekend wat ze doen. En ze blijven kiezen voor de neutralisering van hun programma's door het CPB. Want het CPB verschaft een inlogsleutel op de macht. PvdA, VVD en D66, die toch economisch verschillende ideeën zouden kunnen hebben, bleken bijvoorbeeld bij de verkiezingen van vorig jaar exact dezelfde macro-lastenverlichting aan te bieden. Die klopte namelijk met de CPB-modellen. Het CDA koos een andere lijn, meer op individuele leest en verantwoordelijkheid geschoeid. Dat kon de CPB-computer niet verwerken. Verstandig? Nee, het CDA deed niet mee, want het liep niet mee in de optocht. Dat riepen niet alleen de paarse partijen, die er een argument bij hadden om het CDA uit te sluiten. Ook bijvoorbeeld VNO/NCW nam onmiddellijk afstand van de CDA-keuzes. ,,Een goed en gedurfd program'', zei Melkert toen het CDA zijn plannen presenteerde. ,,Een slecht program'', zei hij na het rondje CPB over diezelfde plannen. Niemand die hem vroeg waarom hij zo'n draai had gemaakt. Had hij het eerst niet goed gelezen? Of misschien niet gesnapt? Nee, iedereen begreep het. Het CDA had zichzelf buitenspel gezet.

Zolang conformeren de trend is en macht belangrijker is dan inhoud, zal het CPB uiterst populair blijven. Als de politiek weer gaat kiezen, en het oprekken van de marges weer uitdagender wordt dan het toeven in het veilige midden, dan worden idealen weer belangrijk.

Hans Hillen is lid van de Tweede Kamer en maakt deel uit van de CDA-fractie.