Arena vol ijselijk meisjesgegil voor Backstreet Boys

Vanaf de hoogste tribunes werden de teddyberen en knuffelbeesten ruim voor aanvang van het concert naar beneden gegooid, op verzoek van de Backstreet Boys die anders onder al dat knuffelspul bedolven zouden worden. Op rituele wijze namen honderden meisjes afscheid van hun vroegste jeugd door hun knuffelbeest naar het podium van hun tieneridolen te smijten. Het was een welkom `in the round'-concert, want het vijfhoekige podium in het midden van het Ajaxstadion gaf een groot deel van de 61.000 toeschouwers de indruk dat ze twee uur lang zo dicht mogelijk bij Howie, Kevin, Brian, AJ en Nick konden zijn.

Los van een klein percentage ouders en vriendjes maakte het oorverdovende legioen van ijselijk gillende meisjes de dienst uit, in weerwil van de `demografische verbreding' die de platenmaatschappij meent te bespeuren aan de hand van het verkoopsucces van de recente, derde cd Millennium. Die titel is wat ongelukkig gekozen in het licht van de gelijknamige hit van Robbie Williams, nadat de Backstreet Boys het gat vulden dat door Williams' vroegere jongensgroep Take That werd achtergelaten. Na hun Europese succes zijn de uit Florida afkomstige Backstreet Boys pas sinds kort doorgebroken in eigen land, waar van Millennium binnen een week meer dan een miljoen exemplaren verkocht werden.

De muziek van de Backstreet Boys is een slimme en door veel verschillende producers bekokstoofde mengeling van r&b, kermisdisco en zoetsappige liefdesballades. Hoewel met nadruk wordt verkondigd dat het vijftal onder meer op zangtalent werd uitverkozen, wekken hun podiumprestaties de indruk dat de rigide samenzang vooral kracht vereist, alsof zingen een gevecht is tegen de aanmoedigingen van de vele duizenden cheerleaders die de Boys op hun pad treffen. De fans kregen een dynamische show voorgeschoteld, waarbij een echte drummer en een schelle saxofoniste de indruk moesten wekken dat er tussen de vele kleed- en programmeerpauzes ook nog muziek werd gemaakt door mannen in witte pakken achter heel veel keyboards.

Niemand maakte zich druk om het muzikale gehalte, toen de Backstreet Boys per verlichte surfplank naar het podium vlogen, of toen ze hun acrobatische kunsten op enkele tientallen centimeters boven het uitzinnige publiek opvoerden, hangend aan ver in het stadion uitstekende steigerdelen. De blonde Nick Carter of het innemende onderdeurtje Brian Littrell hoefden maar op de videoschermen te verschijnen om de Arena in gegil onder te dompelen. Voordat de gemoederen konden exploderen bij de hit I want it that way, stal brave Brian alle moederharten met zijn ballade The perfect fan, opgedragen aan zijn moeder die altijd voor hem klaar stond. Het was een feest voor jong en oud, al wachtten de meeste oudjes buiten het stadion op hun dochters.

Concert: Backstreet Boys. Gehoord: 5/6 Arena, Amsterdam