Algerijnse extremisten staken strijd

Het Algerijnse Leger van Islamitische Redding (AIS) heeft gisteren meegedeeld definitief de wapens neer te leggen tegen de regering. Het AIS, de gewapende arm van het verboden, fundamentalistische Front van Islamitische Redding (FIS), stelde zich beschikbaar om naast de regeringstroepen mee te vechten tegen moslim-extremisten die de strijd doorzetten. Dat betreft de zeer gewelddadige Gewapende Islamitische Groep (GIA), die in 1997 het eenzijdige staakt-het-vuren van het AIS als een daad van geloofsafval brandmerkte en doorvocht.

,,Het AIS heeft besloten definitief zijn gewapende activiteit tegen de autoriteiten op te geven'', aldus een voor de televisie voorgelezen verklaring die was ondertekend door AIS-leider Madani Mezrag. ,,We zullen alleen wapens behouden om ze te gebruiken onder het gezag van de staat.''

De Algerijnse president, Abdelaziz Bouteflika, reageerde meteen positief, en kondigde een wetsontwerp aan ,,om alle problemen van veiligheid en stabiliteit te regelen''. Volgens waarnemers wordt in deze wet mogelijk een amnestiemaatregel verankerd voor bepaalde categorieën moslim-extremisten die de wapens neerleggen. Bouteflika lanceerde een week geleden in zijn eerste toespraak tot de natie sinds zijn verkiezing in april een oproep tot de overgebleven moslim-extremisten zich opnieuw in de maatschappij te integreren.

In het gebied van Mascara, 350 kilometer ten zuidwesten van Algiers, werden in de nacht van vrijdag op zaterdag weer 19 mensen vermoord, volgens de autoriteiten door moslim-extremisten. In dit gebied is met name de GIA actief. Sinds begin maart zijn volgens de Algerijnse pers meer dan 600 mensen vermoord, Sinds 1992, toen het FIS door het regime een verkiezingsoverwinning werd ontzegd en de bloedige machtsstrijd begon, zijn volgens Westerse schattingen 100.000 mensen gedood. (AFP, AP, Reuters)