Wachthouden is geen opoffering

Stokstaartjes blijken minder heldhaftig dan gedacht. Het wachthouden op een heuvel en het waarschuwen van de groep voor naderend gevaar blijkt niet zozeer een daad van opoffering, maar juist van egoïsme. Dat melden Engelse en Zuidafrikaanse ethologen in Science (4 juni). De wachters lopen minder gevaar dan de voedselzoekende leden van de groep.

De ethologen, verbonden aan de University of Cambridge, de University of Pretoria en de University of Edinburgh, volgden groepen stokstaartjes (Suricata suricatta) in het Kalahari Gemsbok Park in Zuid-Afrika. De dieren leven in kolonies van 3 tot 30 individuen en bouwen holen met uitgebreide gangenstelsels. In de buurt van hun hol zoeken de dieren naar voedsel, een taak waarmee ze dagelijks vijf tot acht uur in de weer zijn. De dieren hebben een zeer veelzijdig menu bestaande uit insecten, spinnen, schorpioenen, honderdpoten, hagedissen, slangen, vogels, eieren daarvan, kleine zoogdieren, slakken, plantenwortels, vruchten en andere plantendelen. Tijdens het voedselzoeken houden de individuen afwisselend de wacht. Ze zoeken een hoog punt uit en houden van daar uit de omgeving in de gaten, staand op de tenen van hun achterpoten (raised guarding). Als er gevaar dreigt – meestal een naderende roofvogel – stoten de wachters korte, blaffende waarschuwingskreten uit waarop iedereen zich naar het hol haast en zich in veiligheid brengt.

Na duizenden uren van observatie komen de onderzoekers tot de conclusie dat wachthouden eigenlijk helemaal geen gevaarlijke bezigheid is, zoals altijd werd aangenomen. In tegendeel. Het individu dat wachthoudt is beter af dan zijn soortgenoten die naar voedsel zoeken. Als er een vijand nadert zijn de wachters vaak als eerste onder de grond verdwenen omdat hun post zich binnen enkele meters van een ingang naar hun hol bevindt. Gedurende de observaties werd geen enkele wachter aangevallen of gedood.

Wachthouden kan volgens de onderzoekers dus niet verklaard worden vanuit de theorie die een soort `wederkerend altruïsme' veronderstelt: het dier dat wacht houdt loopt gevaar, maar zijn genetisch verwante familieleden kunnen voedsel zoeken en dat is mooi want zo blijft tenminste een deel van de genetische bagage van de wachter in stand. Deze verklaring werd gesteund met het feit dat 75 procent van de nakomelingen binnen een kolonie wordt gebaard door het dominante vrouwtje en dus nauw aan elkaar verwant is.

Maar wachthouden heeft niks te maken met `wederkerend altruïsme', aldus de onderzoekers. Verwante stokstaartjes staan niet vaker wacht dan de minder verwante individuen. Wachthouden is gewoon een sociaal proces waarmee een individu zijn overlevingskansen kan vergroten. En dat is toch de drijfveer van elk individu: overleven en zich voortplanten. Wanneer en hoe lang een stokstaartje wacht houdt, hangt af van de mate van dreigend gevaar, de grootte van de kolonie, en het voedselaanbod. Als er minder gevaar dreigt, wordt er minder wacht gelopen en kan de kolonie meer tijd besteden aan voedsel zoeken. Dat zagen de onderzoekers bevestigd. De stokstaartjes in het Kalahari Gemsbok Park hadden gedurende de helft van de tijd dat ze voedsel zochten een individu op wacht staan. Bij de kolonies in het aangrenzende ranchland, waar minder vijanden van de stokstaartjes voorkomen, was dat slechts 12 procent van de tijd. Hetzelfde geldt voor de grootte van de kolonie. Hoe kleiner de groep, hoe vaker een individu op wacht staat, hoe minder tijd hij overhoudt om voedsel te zoeken, hoe kleiner zijn overlevingskansen (omgekeerd geldt hetzelfde: als elk individu besluit toch veel tijd te besteden aan het zoeken van voedsel, blijft de kleine kolonie vaker onbewaakt en wordt daarmee dus kwetsbaarder). Ook het voedselaanbod speelt een rol, zo ontdekten de ethologen. Dieren die aan het begin van de dag werden bijgevoed met 25 gram hardgekookt ei, gingen gedurende de dag drie keer vaker wacht staan dan de controle-dieren die al hun eten zelf bij elkaar moesten schrapen. Hoe voller de maag, hoe sneller een stokstaartje voor het redelijk veilige wachtlopen kiest. Kortom, zo concluderen de onderzoekers, wachthouden is een zelfzuchtige bezigheid van samenwerkende zoogdieren. Het is niet meer dan een `onafhankelijke optimalisatie van de activiteit van individuen.'