Verzekeren is geen sparen

In februari adverteerde de Postbank met: `Nieuw; beleggen voor spaarders'. Misleidend, oordeelde de Reclame Code Commissie. Het bleek niet om een vrijblijvende spaarvorm te gaan, maar om een kapitaalverzekering. Meer verzekeraars adverteren zoals de Postbank. Wie zo'n verzekering als `spaarvorm' ziet kan bedrogen uitkomen.

Wie geld overhoudt kan dat op een spaarrekening zetten. De rentevergoeding is niet zo hoog, maar wel zeker. Over de rente moet belasting betaald worden, zij het dat een deel vrijgesteld is. Wie gebruik maakt van de standaardvrijstelling (1.000 gulden per persoon; voor gehuwden het dubbele) en de vrijstellingen op werknemersspaarrekeningen, binnen `Tante Agaathrentefondsen' en in `groenspaarrekeningen' kan heel veel rente belastingvrij ontvangen. Men kan ook beleggen in aandelen. De koerswinst is onbelast. Het dividend is – ook al weer buiten de vrijstellingen – belastbaar.In ieder geval is het geld op spaar-/beleggingsrekeningen snel voor andere doelen te gebruiken.

Verzekeraars zeggen ook 'spaarvormen' aan te bieden. Dat is niet juist. De klant spreekt met een verzekeraar af dat die over x jaar een kapitaal uit keert onder de voorwaarde dat de verzekerde persoon dan leeft. Verder kan er met de verzekeraar afgesproken worden dat er bij vooroverlijden ook een uitkering wordt ontvangen.

Zo kan men bijvoorbeeld met een verzekeringsmaatschappij afspreken dat die 200.000 gulden over 30 jaar uitkeert als de verzekerde dan leeft. De verzekeraar berekent daar dan een premie voor. Tegenwoordig kan het ook anders. De verzekeraar belooft in dat geval over 30 jaar de `tegenwaarde van een aantal eenheden in een beleggingsfonds' uit te keren. Die tegenwaarde wordt in de loop van de tijd gevormd doordat de klant een bepaald bedrag per maand of per jaar aan de verzekeraar betaalt. Dit lijkt op sparen of beleggen. Maar omdat het een verzekering is wordt er doorgaans bij overlijden van de verzekerde niet meer dan 90 procent van de waarde aan nabestaanden uitgekeerd. Dat is zo door de overheid voorgeschreven. Want anders is een verzekeraar net een bank (die overigens bij eerder overlijden gewoon het gespaard of belegd saldo voor de nabestaanden beschikbaar houdt); en dat mag niet. Ieder moet zich bij zijn eigen leest houden.

De overheid begeleidt het `zekerheid zoeken op langere termijn' door daarvoor fiscale faciliteiten te bieden. En daar maken verzekeraars in hun advertentieteksten graag gebruik van. Maar niet altijd wordt de (hele) waarheid verteld. De meest in het oog springende uitingen zijn: ,,Belastingvrije uitkering! Tot maximaal f 536.000 (voor gehuwden en samenwonenden)'' en ,,Volledige vrijheid met inleggen van de `spaargelden'!''

Maar om een uitkering uit een kapitaalverzekering belastingvrij te kunnen ontvangen moet aan een aantal strenge fiscale voorwaarden worden voldaan. Zo niet, dan moet er belasting betaald worden over het verschil tussen de uitkering en de som van de betaalde premies; het zgn. `rentebestanddeel'

Na tenminste vijftien jaar jaarlijks premie betalen is maximaal 61.000 gulden te ontvangen (lage vrijstelling). Bij een jaarlijkse premiebetaling gedurende 20 jaar is de uitkering tot uiterlijk 207.000 gulden belastingvrij (hoge vrijstelling). Een belastingvrije utkering van 268.000 gulden na twintig jaar kan ook. Want dan is er voor 207.000 gulden voldoende jaren premie betaald en voor 61.000 gulden immers ook tenminste 15 jaar. Men moet dus langdurig premie betalen om van de fiscale faciliteiten te kunnen profiteren. Deze bedragen zijn overigens voor 1999 door het Ministerie van Financiën vastgesteld. Wellicht dat ze in de toekomst worden verhoogd; Financien kan daartoe ieder jaar besluiten.

De vrijgestelde uitkeringen gelden alleen per belastingplichtige. Een voorbeeld. Meneer X ontvangt over 20 jaar 536.000 gulden uit zo'n kapitaalverzekering. Maar hij zelf kan `slechts' 268.000 gulden belastingvrij krijgen. Volgens een bepaalde rekenformule stelt de Belastingdienst vast dat in de uitkering een `rentebestanddeel' zit van 88.000 gulden. Daarover moet (maximaal) 45 procent belasting betaald worden: ongeveer 40.000 gulden! Zouden zowel hij als zijn vrouw ieder de helft van 536.000 gulden ontvangen dan hoeft er geen belasting te worden betaald. (Twee keer een vrijstelling van 268.000 is 536.000 gulden). Maar dat moet dan wel goed in de polis worden vastgelegd.

Als tijdens de verzekeringsduur in enig jaar een hogere premie betaald wordt dan in een ander jaar, mag die hogere nooit meer mag zijn dan tien keer de laagste. Iemand betaalt bijvoorbeeld een eerste premie van 40.000 gulden aan een verzekeraar en vervolgens 4.000 gulden per jaar. Op een bepaald moment raakt hij/zij werkloos, arbeidsongeschikt of gaat scheiden en kan daardoor maar 1.000 gulden per jaar betalen. Dan is de uitkering niet meer belastingvrij, want 40.000 gulden is ruim hoger dan 10 1.000 gulden.

Volledige vrijheid met de premie heeft men dus niet. De 'bandbreedte' van 10 : 1 moet in de gaten worden gehouden.

De belastingvrij te ontvangen uitkeringen gelden niet per polis maar per belastingplichtige. Zo kon bijvoorbeeld mevrouw Y geen `spaarhypotheek' (een lening met aflossing door middel van een kapitaalverzekering) voor ongeveer 270.000 gulden krijgen. Zij bleek al een kapitaalverzekering gesloten te hebben, die in 2008 40.000 gulden op zou leveren en een waarbij in 2015 150.000 gulden tot uitkering zou komen. De adviserende bank had berekend dat, als zij de `spaarhypotheek' zou sluiten, over 30 jaar de Belastingdienst bij haar (maximaal) 45 pocent van ongeveer 90.000: 40.500 gulden zou kunnen komen ophalen. (En dat is heel vervelend als die 270.000 gulden volledig zou moeten worden gebruikt om de schuld af te lossen)

Door andere `kapitaalverzekeringen' – vaak gepresenteerd als `spaarplannen' – kan de vrijstelling op een volgende kapitaalverzekering (bijvoorbeeld voor een hypotheek) niet van toepassing zijn.

Kapitaalverzekeringen zijn alleen interessant voor mensen, die zeker willen (of moeten) zijn dat er over tenminste 15 jaar geld is, die extra geld bij overlijden willen verzekeren, of die willen zorgen dat – door een extra premieopslag – bij arbeidsongeschiktheid de verzekeraar het afgesproken kapitaal uitkeert zonder daar verder premie voor te hoeven betalen (dekking voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid.) Bedenk dan wel dat bij tussentijdse beëindiging van het contract de `afkoopwaarde' soms (veel) minder is dan er voor de verzekering aan premie is betaald. Mensen, die willen beleggen doen dat bij voorkeur niet via een kapitaalverzekering. De koerswinst van de beleggingen in een kapitaalverzekering zou bij tussentijdse beëindiging wel eens belast kunnen worden, wat bij een directe belegging niet gebeurt.

Adriaan Hiele heeft het in zijn column `Gezin in zaken' meermalen betoogd: als men zekerheid zoekt bij een verzekeraar en vervolgens de gelden risicovol (laat) beleggen is er sprake van `twee geloven op een kussen'. En meestal `slaapt daar de duivel tussen'.