Tussen vader en zoon

Vanaf 1 januari 2001 gelden er naar verwachting ingrijpende, nieuwe belastingwetten. Tot die datum gelden de huidige wetten, aangepast om de overgang te vereenvoudigen en misbruik te voorkomen. Veel mensen balanceren, meestal onbewust, tussen oud en nieuw. Ze zouden eens over die verandering na moeten denken. Anderen zijn er bewust mee bezig: zij willen (blijven) profiteren van de oude voordelen en straks optimaal van de nieuwe. Neem die verse vijftiger uit Zaltbommel.

Hij ontvangt de komende zeven jaar een dubbel inkomen (uitkering plus een eigen bedrijf) en betaalt 60 procent inkomstenbelasting over zijn belastbare inkomen boven de 105.954 gulden. Daarom zoekt hij oplossingen die de belastingdruk verminderen. Een tweede punt betreft straks het gebrek aan inkomen tussen zijn 60ste en 65ste jaar. Een risico dat hij tijdig moet afdekken. Zijn lagere (dan 70 procent van het normale inkomen) ouderdomspensioen vormt een derde zorg. Verder wil hij voor zijn veel minder verdienende zoon – midden twintig – een huis kopen van zijn overtollige middelen. Hij loopt dus drie risico's: – belastingdruk, overbrugging 60-65 jaar, pensioentekort – en heeft één doel: een huis voor zijn zoon. Deze meneer wil indien mogelijk rekening houden met de belastingveranderingen.

We veronderstellen als strategie, en grof voorbeeld, dat de vader voor zijn zoon een slecht onderhouden huis van 250 duizend gulden koopt en dit aan hem verhuurt voor 1.250 gulden (of meer) per maand. Een gangbare, zakelijke transactie derhalve. Over een jaar of zeven koopt de zoon dit huis van zijn vader, onder meer door zelf een hypotheek te nemen.

De vader financiert dit beleggingspand met een aflossingsvrije hypotheek van 200 duizend gulden (of meer) voor hooguit 10 jaar tegen 5 procent, of 10 duizend gulden rente per jaar. Over de jaren 1999 en 2000 is de rente nog aftrekbaar van het belastbare inkomen, net als enkele initiële financieringskosten. In die twee jaren zijn bovendien nog aftrekbaar de eenmalige en doorlopende kosten om het huis op te knappen, althans volgens bepaalde regels zoals bijvoorbeeld vermeld in de belastinggidsen. En daarnaast is aftrekbaar een jaarlijkse afschrijving van 2.250 gulden, zijnde 15 procent van de huur van 15 duizend gulden (12 maal 1.250). Na de invoering van het nieuwe belastingstelsel (2001) mogen de financierings-, onderhouds- en afschrijvingskosten niet langer worden afgetrokken. Daar staat tegenover dat de huuropbrengsten niet langer belast zijn. Dat is een radicale, maar duidelijke verandering: lusten belastingvrij, lasten niet aftrekbaar. Wél betaalt een vermogensbezitter per jaar 30 procent belasting over een fictief (denkbeeldig) vermogensrendement van 4 procent. In dit geval: waarde huis minus hypotheekschuld.

De achterliggende gedachte in dit voorbeeld, de fiscale strategie in grote lijnen, is nog kosten af te trekken zolang het mag, wat de belastingdruk flink vermindert, en die over zeven jaar (of later) belastingvrij terug te verdienen (geheel of gedeeltelijk) bij de verkoop van het beleggingspand aan de zoon, die de hypotheekrente (voor een eigen huis) van zijn belastbare inkomen mag aftrekken.

In die periode van zeven jaar maakt de vader wellicht 60 procent rendement (hoogste belastingtarief) over de afgetrokken onderhoudskosten, en misschien nog wat beleggingswinst als de woning dan meer waard is en hij zijn zoon (de koper) zakelijk behandelt en niet bevoordeelt met een lage prijs.

Voldoet deze ingewikkeld ogende, populaire opzet aan de wensen? Ja en nee. Nee, omdat je alle hoofd- en bijzaken goed op een rij moet zetten. Hulp van een belastingadviseur verdient aanbeveling. Na 2001 mag de hypotheekrente voor het beleggingspand niet meer afgetrokken worden. Aflossen heeft dan zin. Daar komt bij dat vader de hypotheekrente voor zijn eigen woning wel af mag blijven trekken. Aflossen op die hypotheek heeft dus, in dit verband gezien, geen zin. Liefst wil hij die hypotheek verhogen en meer rente aftrekken. Overigens wordt zijn belastingdruk vanzelf minder, omdat vanaf 2001 het 60 procent-tarief waarschijnlijk daalt naar 52 procent.

Ja, want op zijn 60ste ontvangt vader minstens circa 250 duizend gulden, de verkoopsom van het beleggingspand; de hypotheek is dan al afgelost. Kan hij met dit bedrag 5 jaar overbruggen? Dat moet hij zelf uitrekenen. Hij betaalt er geen inkomstenbelasting over. Door een duurder huis te kopen, kan hij het bedrag opschroeven. Overigens zal in die vijf jaren de aftrek van de hypotheekrente minder voordeel opleveren door zijn gebrek inkomsten, hij teert immers in op zijn eigen geld. Hetgeen pleit voor eerder aflossen.

Hoe kan hij zijn ouderdomspensioen vanaf 65 jaar opkrikken? Door vanaf nu ruim tien jaar lang iedere maand, na overleg met zijn bank of adviseur, een flink bedrag in een aandelenbeleggingsfonds te stoppen en te rekenen met een netto rendement van 8 procent. De dividenden uit deze fondsen zijn straks belastingvrij. Zo beleg je ongemerkt een flinke pensioenreserve bij elkaar. En: zo vader, zo zoon.