Taartman krijgt zes jaar en boete

De Amsterdamse rechtbank heeft gisteren banketbakker A.C., alias Taartman, veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en een half miljoen gulden boete. De rechtbank acht hem schuldig aan drugshandel en het leidinggeven aan een criminele organisatie. Een handlanger van Taartman werd veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf.

De straffen vielen aanzienlijk lager uit dat de eisen. Officier van justitie E. Noordhoek had twee weken geleden tegen Taartman veertien jaar en tegen de handlanger zes jaar celstraf geëist. De rechter achtte een groot deel van de tenlastelegging bewezen. Zo was Taartman betrokken bij de invoer of pogingen tot invoer van in totaal 1.628 kilo cocaïne via België uit Venezuela. Ook had hij geprobeerd ruim tienduizend kilo hasj in te voeren vanuit Sri Lanka. De rechtbank vindt alleen niet dat bewezen is dat Taartman leiding gaf aan de criminele organisatie die zich met de invoer van de cocaïne bezighield. Hij was wel de leider van de organisatie die vanuit Sri Lanka hasj probeerde te importeren.

Taartman wordt in verband gebracht met de IRT-affaire. Hij zou in 1991 onderwerp van onderzoek zijn geweest van de Haarlemse CID-politiemensen Langendoen en Van Vondel. Om hem te kunnen aanpakken zouden zij een Belgische saphandelaar, alias Sapman, hebben laten infiltreren in het bedrijf van Taartman. Over deze opsporingsmethode en wie hiervan precies op de hoogte was, is nooit duidelijkheid gekomen. De banketbakker is tot 1997 nooit strafrechtelijk vervolgd. Taartman zou, nu hij is veroordeeld, wellicht nog eens duidelijkheid kunnen verschaffen over de periode van begin jaren negentig. ,,Of hij dat doet'', glimlachtte officier Noordhoek na de uitspraak. ,,Wie weet. Ik kan niet zijn hoofd kijken''.

Het belangrijkste bewijs in de zaak-Taartman vormde een verklaring van de criminele kroongetuige R. R. is eerder in Haarlem veroordeeld tot acht jaar cel.