studiebegeleiding

Stel uw kind wil of kan niet leren. Het heeft een gebrek aan motivatie of doorzettingsvermogen. Beschikt niet over de juiste studievaardigheden. Heeft een leerachterstand, afwijking, of lage intelligentie. Wat te doen? De ervaring leert dat leerkrachten weinig tijd en energie steken in studiebegeleiding. Een aantal scholen huurt een student, docent-in-opleiding of extern bureau in – tegen betaling uiteraard. Leerlingen die geen gebruik van hun diensten willen maken kunnen terecht bij een particulier instituut of orthopedagoog.

Er zijn, grofweg, vier soorten studiebegeleiding: vakinhoudelijke ondersteuning, studievaardigheidstraining, begeleiding bij motivatieproblemen of specifieke stoornissen zoals dyslexie. Nederland telt zo'n driehonderd particuliere begeleidingsinstituten: waar de school tekort schiet, springen zij in. Een goed maar kostbaar alternatief. Drie jaar geleden bond de Amsterdamse K. Schaapman de strijd aan met de basisschool van haar zoon, toen bleek dat hij een grote leerachterstand had opgelopen. Tom was volgens de schoolleiding geschikt voor de Mavo of het beroepsonderwijs; uit een intelligentietest bleek dat hij naar het Havo/VWO kon. Schaapman spendeerde maandelijks 380 gulden aan bijlessen van een orthopedagoog. Die kosten, zo bepaalde de rechter, mogen op de school worden verhaald.

Tom kon op zijn tiende nog geen klok kijken en had op zijn twaalfde bepaalde basisschoolvakken nog niet onder de knie. Dat kan geen toeval zijn, dacht zijn moeder. Maar er zijn ook kinderen die – om uiteenlopende redenen – thuis geen rust en regelmaat vinden; zij kunnen terecht bij een `huiswerkhuis'. Volgens het grote arsenaal folders bieden deze instituten `een ordelijk, doch ontspannen leerklimaat', waar scholieren `gerust kauwgom mogen kauwen, achterover hangen of dwars op de stoel zitten'. In Huiswerkhuis Van Hest te Kaatsheuvel bereiden leerlingen zich in groepen van zeven voor op een proefwerk, examen of presentatie. Er staat een computer met Internet aansluiting, er zijn naslagwerken, woordenboeken en een atlas. Een vakdocent beantwoordt vragen, overhoort, kijkt na, prijst en moedigt aan. De kosten variëren van 137, 85 tot 205,65 per maand, afhankelijk van het aantal zittingen. Een zitting duurt een uur en drie kwartier.

Sommige huiswerkinstituten bieden ook bijlessen. Het Huiswerkinstituut NHI (hoofdkantoor Beetsterzwaag) rekent 430 gulden voor 10 individuele bijlessen van een uur voor onderbouwleerlingen en 450 gulden voor bovenbouwleerlingen. In uitzonderingsgevallen is `thuisbegeleiding' mogelijk, tegen hetzelfde tarief plus reistoeslag van 0,60 cent per kilometer. Toch zal dat in de meeste gevallen niet nodig zijn; het NHI beschikt over eigen klaslokalen in diverse middelbare scholen in Friesland en Amstelveen. Kosten en reistijd blijven zo beperkt, aldus een woordvoerder. Een ander alternatief is het Huiswerk Instituut Loosduinen in Den Haag dat specifieke studiehuisbegeleiding voor leerlingen uit de bovenbouw van het Havo/VWO heeft ontwikkeld, op basis van het tweede fase model. Kosten: 350 tot 450 gulden per maand, afhankelijk van het aantal lessen per week. Het Instituut La Grange in Zeist biedt schoolonderzoek- en examentraining, vanaf 20 gulden per uur.

Huiswerkbegeleiding is meestal niet meer dan vakinhoudelijke ondersteuning. Bij studievaardigheidstraining daarentegen, draait het veel meer om het 'leren leren'. Bij de landelijke organisatie Studywatchers moeten ze van bijlessen niets hebben, die zouden contraproductief werken. `Studywatchers wil het vakinhoudelijke gedeelte zoveel mogelijk laten waar het hoort: bij de betreffende vakdocent op school', meldt de brochure streng. In plaats daarvan richt de organisatie zich op het vooruit werken, plannen en indelen. De activiteiten van leerlingen worden vastgelegd in een gecomputeriseerd `leerlingvolgsysteem'. Om de twee maanden wordt een rapportage uitgebracht, die zowel hun prestaties als `concentratie- en probleemoplossend vermogen' belicht. De kosten variëren van 280 tot 480 gulden per maand, inclusief koffie en thee. Ook het Amsterdamse Instituut de Leeuw zweert bij het `leren leren', al doet de aanpak – het stimuleren van de motivatie, concentratie en het verantwoordelijkheidsgevoel van leerlingen – veel milder aan.

Jonge kinderen met leesblindheid (dyslexie), dyscalculie (rekenproblemen) of faalangst kunnen zich wenden tot een onafhankelijk orthopedagoog (uurtarief: 75 gulden ) of een advies- cq. onderzoeksbureau.

Veel kinderen met dyslexie schrijven zich in bij het Amsterdamse De Feyter & Partners; ze werken er met woorden en letters van verschillend formaat, waardoor een beroep op de rechter (visueel-ruimtelijke) hersenhelft wordt gedaan. De tarieven voor behandeling en onderzoek zijn inkomensafhankelijk. Het landelijke bureau Ergoselect test tevens de taalvaardigheid en de uitspraak van allochtone leerlingen. Het uitspraakonderzoek kost 225 gulden, het taalvaardigheidsonderzoek minimaal 25 gulden. Ook staat er een individuele faalangstreductietraining op het programma (75 gulden).