Siegfried is een onbenullige held

Siegfried is van de vier opera's van Der Ring des Nibelungen het merkwaardigst opgebouwd. De vocale bezetting is met acht solisten het kleinst — in Das Rheingold en Die Walküre zijn er veertien, in Götterdämmerung dertien. Door het gebrek aan concurrentie biedt Siegfried de meeste ruimte aan de vertolker van de titelrol, in alle drie aktes zeer prominent aanwezig. Pas in de laatste akte is er plaats voor de vrouwenrollen: Erda, de wijze oermoeder, en Brünnhilde, de voor haar ongehoorzaamheid door Wotan gestrafte Walküre. Omringd door `Feuerzauber' wacht ze op haar verlossing door de held Siegfried.

Naast Erda en Brünnhilde kan in Siegfried nog één vrouwenstem klinken: de Waldvogel, die Siegfried op weg stuurt naar Brünnhilde. Bij de Nederlandse Opera laat regisseur Pierre Audi de rol van de Waldvogel vertolken door de jongenssopraan Stefan Pangratz. Zijn vieve verschijning veroorzaakt een tintelende toversfeer. Hij is een pronkvogel met een wit verenpakje en een elegant gewelfde haardos.

Erda vertegenwoordigt het doordachte diepe, de Waldvogel het hulpvaardige hoge. Daartussen bevindt zich Siegfried. In de vocaal nogal zwakke en vooral eenvormige vertolking van Heinz Kruse – een schim van een èchte Siegfried – is hij een zeer aards personage, wiens heldhaftige onverschrokkenheid vooral is gebaseerd op onbenulligheid. Kruse's ouwelijke voorkomen ontneemt elke gedachte aan jeugdige onbezonnenheid. Samen met Mime woont hij in een morsig mannenbedoeninkje, een smoezelige smidse. Mime en Siegfried zijn de verre voorouders van Stiefbeen en zoon, handelaren in tweedehands rommel.

Net als de Waldvogel is Mime (Graham Clark) in zijn keverpak een van de bijzonderste personages in deze Ring, vooral als hij een weerzinwekkend vieze soep van brontosaurus-ei brouwt. De acteercapaciteiten van Clark zijn zeer opmerkelijk, net zoals dat het geval is bij Henk Smit in zijn vertolking van de Nibelung Alberich. Ook Chris Merritt (Loge), Reinhild Runkel (Fricka) en Kurt Rydl (Hunding) geven op indringende wijze gestalte aan hun rol. Zij zingen niet alleen voortreffelijk, hun inzet geldt eveneens een hoogstpersoonlijke uitbeelding van hun personage. John Bröcheler maakte gisteren als een zeker zingende Wanderer een sterke indruk.

Tal van andere rollen krijgen van hun vertolkers veel minder profiel mee en het is merkwaardig dat regisseur Pierre Audi daaraan niet meer individuele aandacht heeft gegeven. Zo zijn in Das Rheingold de goden Freia, Donner en Froh onopmerkelijke, saaie en zelfs anonieme personages. Toch is er voor hen in de handeling alle reden om van alles te doen en uit te beelden. De mooie Freia, van wie de goden afhankelijk zijn voor hun onsterfelijk voortleven, wordt weggevoerd door de reuzen Fasolt en Fafner. Ze laat het zich zonder verzet welgevallen en ook Donner en Froh sluiten zich niet daadkrachtig aan bij Fricka's geweeklaag.

De reuzen Fasolt en Fafner zijn lompe dommekrachten en verschillen in karakterisering nauwelijks van elkaar. Dat de veel zakelijker Fafner uiteindelijk de geile Fasolt vermoordt en al het goud en de ring inpikt, wordt onvoldoende voorbereid.

In Die Walküre zijn John Keyes (Siegmund) en Nadine Secunde (Sieglinde) goede zangers, maar hun personages zijn statisch en ontwikkelen zich niet. Ze bevinden zich in de problemen en zijn steeds zeer bedrukt. Maar als ze ontdekken dat ze broer en zus zijn en uiting moeten geven aan hun opvlammende onderlinge liefde, verandert er niets. Hun bloedschennigheid, die Siegfried verwekt, is volmaakt kuis.

Siegfried: herh. 12, 20 en 28/6. 20/6 op videoscherm in het Oosterpark Amsterdam en live op Radio 4.