Poesjkin als nieuw nationaal bindmiddel

Rusland telt al tijden de dagen af naar het Poesjkin-jubileum, het Poesjkin-jaar, de vele Poesjkin-exposities. De dichter, zondag 200 jaar geleden geboren, wordt een bindmiddel in een uiteenvallende natie.

Omlijst door knakworstjes in de vitrine van de slagerij in de Moskouse Pjatnitskaja-straat, op billboards langs de brede avenues of in miniatuur op luciferdoosjes – de beeltenis van Aleksandr Sergejevitsj Poesjkin is dezer dagen in Rusland alomtegenwoordig.

Overal duikt hij op, met zijn schalkse blik en kroezige bakkebaarden, alsof de schepper van de roman-in-verzen Jevgeni Onegin weer even onder de Russen is. Op het brood van bakkerij Aroma, op de bonbons van de chocoladefabriek Rode Oktober, in de casino's van St. Petersburg – die heel toepasselijk in het teken staan van Poesjkins verhaal Schoppenvrouw.

Zondag 6 juni zou de ,,zon onder de dichters'' 200 jaar zijn geworden, ware hij niet in 1837, in duel met de Franse officier Georges d'Anthes, in zijn maag geschoten (en zouden hem voorts net zovele jaren als Methusalem beschoren zijn geweest). Toch is het vooral de vitaliteit van ,,het genie van de negentiende eeuw'' die in het oog springt.

Poesjkin spreekt aan, getuige de jambische epigrammen die gewone Russen op straat declameren in het tv-spotje van de zender ORT, dat de formule heeft van een countdown tot P-day (Poesjkin-dag). Nog vier, drie, twee... dagen te gaan tot... Ja, tot wat eigenlijk?

Poesjkin hoeft niet opnieuw gelanceerd te worden. ,,Hij is een bestanddeel van ons bloed'', schrijft het weekblad Itogi. ,,We hoeven hem niet eens te injecteren.'' In het aan het fenomeen gewijde omslagverhaal stelt commentator Lev Roebinsjtein dat de dichter de enig overgebleven Rus is die de nationale saamhorigheid belichaamt. Poesjkin dus als bindmiddel voor een verder uiteenvallende natie.

Met de dement ogende tsaar Boris in het Kremlin, en een omloopsnelheid van premiers en ministers die doet denken aan de achtbaan in Gorki-park, is er geen enkele levende figuur die blijvend respect afdwingt onder alle lagen van de bevolking. ,,Poesjkin is de Lenin van vandaag'', schrijft de krant Segodnja. Dat er 1-roebelmunten worden geslagen met zijn kop erop is het bewijs dat hij de status van ,,vader des vaderlands'' heeft overgenomen. Lenin-munten zijn per slot van rekening niet meer in omloop, en er gaan geruchten dat de Leninski-prospekt na 6 juni de Poesjkinski-prospekt zal heten.

Er is naarstig gezocht naar ,,een nationaal embleem'', een rol die Poesjkin vanwege het jubileum ineens lijkt te vervullen. In de postcommunistische chaos van de jaren negentig heeft zowel president Jeltsin als patriarch Aleksej II de intelligentsia opgeroepen een nieuw ,,nationaal idee'' te formuleren, al was het maar om verdere desintegratie van Rusland te voorkomen. Soltsjenitsin, schrijver en overlever van de Goelag-archipel, had het in 1994 bij terugkeer uit Amerikaanse ballingschap geprobeerd, als zijnde het Russische geweten onder de Sovjet-terreur. Maar niemand wenste al te lang bij dat verleden stil te staan.

De NAVO als gemeenschappelijke vijand kan de Russen, ondanks de campagne tegen de Slavische bloedbroeders op de Balkan, evenmin verenigen. Maar nu Poesjkins dichtregels (,,Sta op, Rusland, blijf hoger staan'') over het land worden uitgestrooid, lijkt er een vonk over te springen. ,,Wij misten inderdaad een object voor verafgoding'', merkt de populaire krant Moskovski Komsomolets op. ,,Aleksandr Sergevitsj Poesjkin blijkt perfect aan dat beeld te voldoen.''

Waarom hij, deze volgens zijn schoolrapport ,,lichtzinnige, luimige, slordige, overigens goedhartige'' jongeman met ,,een bijzondere hartstocht voor poëzie''? Kan een dode dichter een op drift geraakte kernmacht bijeen houden? Opmerkelijk is dat hij een held van alle tijden is, geliefd in zowel het tsaristische, het communistische als het democratische Rusland. De Sovjet-ideologen, bijgestaan door bekwame geschiedvervalsers, maakten van Poesjkin eenvoudig een dekrabrist: een actief lid van de liberale rebellen die in december 1825 de macht van de tsaar uitdaagden. De aanwijzingen dat de opvliegende rokkenjager met opzet niet op de hoogte was gebracht van de ophanden zijnde opstand (hij werd te loslippig bevonden), werden als onwelgevallige details terzijde geschoven.

Met evenveel gemak valt er uit het nagelaten werk een ultra-nationalist van Poesjkin te maken. ,,Poesjkin is ons alles'', schreef een recensent al in de vorige eeuw. Volgens Itogi klinkt die kreet nog steeds, maar dan met het accent op ons. Want, zo betoogt het blad, is niet ,,Roeslan en Loedmila'' of ,,Mozart en Salieri'' een grabbelton geworden, met voor elk wat wils? Is niet Poesjkin om die reden een allemansheld?

De Segodnja voorspelt dat bij de opening van de Poesjkin-viering in Moskou burgemeester-annex-presidentskandidaat Joeri Loezjkov de show zal stelen: ,,Politici houden nu eenmaal veel van literatuur, of worden plotseling diep gelovig, als ze electoraal gewin ruiken.''

Vanzelfsprekend identificeren ook de Russische biznismeni zich met het hervonden nationale symbool. Er is Poesjkin-wodka, Poesjkin-parfum en allerhande Poesjkin-prullaria. The Moscow Times denkt dat Poesjkin onbedreigd Ruslands grootste marketing-item wordt, al halen de manie en de merchandising het niet bij die rond Princess Diana. De vraag is echter of hij zal beklijven. Of er na 6 juni nog steeds Russen zijn die in het speciaal gebouwde hotel op het tot museumdorp omgebouwde landgoed van de Poesjkins (in Michailovskoje, bij de stad Pskov) willen logeren. ,,De jeugd wil zakenman of fotomodel worden'', zegt directeur Sergej Nekrasov van een van de vele Poesjkin-musea. ,,Jongeren zijn meer geïnteresseerd in bodybuilding dan in poezie.''

Maar vooralsnog staat Poesjkin centraal op twintig tentoonstellingen en in zeven theatervoorstellingen, en verschijnen er tachtig gelegenheidsuitgaven van zijn werk. Er komt een declameerwedstrijd in alle talen van Rusland, een Poesjkin-postzegelruilbeurs en een speciale Poesjkin-cd-rom. Het ontbreekt er nog maar aan dat er een duel wordt georganiseerd waarbij dit keer niet de dichter maar de Franse officier D'Anthes het leven laat – een geopperd spektakel dat Poesjkin overigens niet onsterfelijker had gemaakt dan hij al is.