NONVERBAAL LEERPROBLEEM

Een serie artikelen in Balans Belang, het tijdschrift van de vereniging van ouders van kinderen met leerstoornissen Balans, over het NLD-syndroom, een nieuwe nonverbale leerstoornis, riep een stortvloed van reacties op. Veel ouders meenden dat de problemen van hun kind precies in het beschreven syndroom pasten. Na jaren tobben werd hun eindelijk duidelijk wat er aan de hand was. Arga Paternotte, de schrijfster van de artikelenreeks, zag zich genoodzaakt om bij de vierde aflevering een kadertje te plaatsen met een vetgedrukte waarschuwing. Daarin drukt ze de lezers van dit blad over ontwikkelings-, gedrags-, en leerstoornissen op het hart dat niet ieder kind met een moeizame visuele informatieverwerking en een uitgesproken voorkeur voor auditieve informatie, aan het NLD-syndroom lijdt. ``Daarvan kan slechts sprake zijn bij een combinatie van een groot aantal problemen'', schrijft ze.

Paternotte kent de scepsis in den lande over deze nieuwe leerstoornis, en weet dat de meningen van deskundigen over NLD (Nonverbal Learning Disabilities) onderling nog sterk verschillen. Toch vindt ze dat een serie over deze stoornis in Balans Belang op z'n plaats is. ``Er heerst een enorme informatiehonger bij ouders'', zegt Paternotte. ``Ze krijgen ineens te horen dat hun kind NLD heeft, of dat het aan een prefrontaal syndroom lijdt. Ook horen ouders dat hun kind een tekort aan witte stof in de rechterhersenhelft heeft, of dat een disharmonisch intelligentieprofiel de oorzaak van de problemen is. Ze willen meer weten, maar ze kunnen nergens wat vinden.'' Paternotte meent dat ouders recht hebben op informatie over de laatste ontwikkelingen op het gebied van leerstoornissen. Ook al is het wetenschappelijk debat over zoiets als NLD nog niet beslecht en is het een uiterst complex syndroom, dat niet in drie woorden valt uit te leggen. ``Eigenlijk is het met dyslexie op dezelfde manier gegaan als nu met NLD. Dat is nu een algemeen geaccepteerde leerstoornis, waar in het onderwijs rekening mee wordt gehouden.'' De artikelenserie over NLD zal binnenkort gebundeld worden.

Ook neuro-en ontwikkelingspsycholoog Annemaaike Serlier-Van den Bergh is inmiddels geconfronteerd met ouders die hopen dat ze eindelijk een aanknopingspunt hebben gevonden voor de problemen van hun kind. Serlier is als hoofd onderzoek verbonden aan De Hondsberg in Oisterwijk, een instituut waar kinderen met ernstige leer- en ontwikkelingsstoornissen en kinderen met psychiatrische problemen worden geobserveerd en behandeld. Ze hoopt binnen enkele jaren te promoveren op de Nederlandse Nonverbale Leerstoornissen-schaal. Dat is een instrument waarmee de diagnose NLD kan worden gesteld, want dat is tot op heden nog niet mogelijk. Het onderzoek voor de ontwikkeling van dit instrument verricht Serlier in samenwerking met de `uitvinder' van NLD, de Canadese neuropsycholoog professor Byron Rourke van de Windsor University in Ontario, de Yale University in de Verenigde Staten en de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg, waar professor H. van der Vlugt zich intensief met NLD bezighoudt. Serlier formuleert behoedzaam als ze over het NLD-syndroom en de ontwikkeling van haar diagnostisch instrument spreekt. ``Het is heel moeilijk'', verzucht ze, ``want het syndroom manifesteert zich op een zeer complexe wijze.''

Serlier legt allereerst uit dat dyslexie lange tijd de enige benoembare (verbale) leerstoornis is geweest. In de jaren zeventig introduceerde professor Rourke echter het begrip nonverbale leerstoornis. Vanaf die tijd ging ook de neuropsychologie een steeds belangrijkere bijdrage leveren aan de ontrafeling van specifieke leerstoornissen. ``Duidelijk werd dat hèt leergestoorde kind niet bestond'', zegt Serlier. ``Er wordt nu onderscheid gemaakt naar subtypes, die een specifieke benadering vereisen.'' Het NLD-syndroom is zo moeilijk te diagnostiseren omdat het op verschillende terreinen tot uitdrukking komt, benadrukt Serlier. ``Op het didactische vlak, zeg de schoolprestaties van het kind, in neuropsychologisch opzicht en op sociaal-emotioneel niveau.''

Kinderen met deze nonverbale leerstoornis kunnen praten als Brugman, en lijken daardoor behoorlijk bij de pinken. Maar als je goed luistert blijkt het van associatie naar associatie te fladderen en zit er weinig samenhang in het verhaal. Ook het gedrag vertoont vaak onbegrijpelijke trekjes. Juist door hun verbale vermogens worden deze kinderen door leerkrachten en andere volwassenen te hoog aangeslagen. En daar ligt hun tragiek want onder die geweldige verbale stortvloed kan een behoorlijk ernstig nonverbaal tekort schuilgaan. Door het minder goed functioneren van de rechterhersenhelft kunnen deze kinderen slecht nieuwe informatie verwerken die visueel wordt aangeboden. Ze zijn vaak afwachtend en weinig onderzoekend. Motorisch gezien zijn ze houterig en onhandig. Ze leren laat praten, en ook het leren lezen en schrijven komt laat op gang. Hebben ze eenmaal de techniek onder de knie dan zijn er geen grote problemen meer. Begrijpend lezen blijft echter een zwak punt en dat geldt helemaal voor rekenen, dat voor deze kinderen in toenemende mate een struikelblok vormt. Het automatiseren van de tafels duurt lang maar als ze er eenmaal in zitten, gaat het goed. Zelf rekenproblemen oplossen is echter een ramp. ``In de linkerhersenhelft zijn de bekende zaken opgeslagen die door middel van een eenvoudige structuur bereikt kunnen worden'', legt Serlier uit, ``voor het aanleren van nieuwe dingen, voor context en breder inzicht moet je de rechterhersenhelft aanspreken, en daar zijn de vertakkingen een stuk ingewikkelder. Als die kant niet goed functioneert heb je als leerling in het onderwijs een groot probleem.''

Ook in de sociale omgang met anderen doen zich complicaties voor, omdat NLD-kinderen nauwelijks voelsprieten blijken te hebben voor nonverbale signalen en de lichaamstaal die iemand spreekt. Serlier: ``Betekenis geven aan sociale interacties vinden ze heel moeilijk en ze kunnen zich slecht aanpassen aan nieuwe of onbekende situaties. In groepjes op school doet zich echter voortdurend nieuw gedrag voor, maar NLD-kinderen begrijpen niet wat er gaande is, ze snappen de humor niet, kunnen zich niet aanpassen en raken op den duur geïsoleerd. De sociaal-emotionele gevolgen van NLD kunnen groot zijn en kunnen zelfs lijden tot ernstige vormen van depressie.''

Uit intelligentietesten van deze kinderen blijkt dat er een grote kloof gaapt tussen hun verbale vermogens en hun visueel-ruimtelijke inzicht. Het onderzoek van Serlier heeft inmiddels uitgewezen dat bij ongeveer tien procent van de kinderen met een leerstoornis sprake moet zijn van een NLD-syndroom. Van de hele basisschoolpopulatie heeft ongeveer vier procent van de kinderen deze stoornis. Serlier benadrukt dat het hier om conservatieve schattingen gaat.

Marjanne Welten, consultatiebureau-arts in Utrecht en moeder van een kind met NLD, heeft het zelf allemaal meegemaakt. Haar zoon, inmiddels tien jaar, ging zo laat praten dat ze dacht dat hij gehoorgestoord was. Hij vertoonde als kleuter ongedurig gedrag, hield niet echt van knuffelen en moest helemaal niets weten van spelletjes die een beroep deden om zijn praktische intelligentie. Hij had een uitgesproken hekel aan puzzels. Van kleien, knippen, plakken moest hij niets weten. ``Opeens begon hij te praten en dat deed hij boven verwachting goed'', vertelt Welten. ``Dat is nu precies de valkuil van deze stoornis: je wordt gerustgesteld. Je denkt dat de rest ook wel vanzelf komt, maar dat is niet zo.'' Op de basisschool verliep het leren lezen van deze ogenschijnlijk pientere jongen zeer moeizaam en bovendien kreeg hij 's nachts last van angsten.

Toen zijn intelligentie werd getest kwam er een zeer onevenwichtig beeld uit, en het is volgens Welten te danken aan een oplettende kinderpsychiater die dit disharmonische IQ en haar zoon's nachtelijke angsten met elkaar in verband bracht, dat ze voor het eerst op het spoor van NLD kwam. ``Ik had er nog nooit van gehoord'', moet ze bekennen. Maar ze was bepaald niet de enige. Inmiddels weet ze dat de meeste kinderartsen, jeugdartsen en leerkrachten er nog nooit van gehoord hebben. ``Er moet meer onderzoek en voorlichting over komen'', bepleit Welten.

``Een officiële diagnose vind ik heel belangrijk, want ouders en mensen die met kinderen werken moeten weten dat het bestáát. Als het vroeg wordt onderkend, kun je ook snel met deze kinderen gaan oefenen, zodat de discrepantie in hun intelligentie wordt verkleind.'' Welten weet hoe ongelukkig kinderen zich gaan voelen als ze enerzijds slim zijn en zo behandeld worden en anderzijds dingen doen en zeggen die helemaal niet met dat beeld in overeenstemming zijn. Ze wil er alles aan doen om het NLD-syndroom in haar eigen werkomgeving meer bekendheid te geven, zodat het specifieke gedrag van deze kinderen niet pas op de schoolleeftijd maar al eerder wordt opgemerkt. ``Deze stoornis is zo verwarrend voor kinderen dat het tot tot angsten en depressies kan leiden.'' Dat er ook sceptici zijn die niets van het NLD-syndroom willen weten, weet Welten. ``Als het niet in de bestaande diagnose-criteria past, wil dat nog niet zeggen dat het beeld niet bestaat.''

Landelijk Bureau Balans, postbus 93, 3720 AB Bilthoven