NAAKTE FORAMINIFEER ONTDEKT, AANWIJZING VOOR HOGE OUDERDOM

De evolutie van het dierenrijk, zoals we ons die momenteel voorstellen, is grotendeels gebaseerd op fossiele vondsten. Maar inmiddels wordt er ook steeds meer gebruik gemaakt van biochemische technieken om het verschijnen van soorten te dateren. De resultaten van beide benaderingen stroken niet altijd met elkaar. Zo zouden foraminiferen - eencellige, op de zeebodem levende diertjes die vanwege hun kalkskelet een fossiel bestand van miljoenen jaren hebben achtergelaten – volgens de biochemie veel eerder moeten zijn ontstaan dan uit fossiele vondsten bekend is.

Dit probleem heeft mogelijk een zeer eenvoudige oplossing: Zwisterse en Amerikaanse onderzoekers hebben onlangs namelijk een foraminiferensoort gevonden die geen kalkschaaltje vormt en dus geen fossiele sporen achterlaat (Nature, 6 mei). De onderzoekers stootten bij toeval op hun vondst. Ze onderzochten een soort die bekend staat als Reticulomixa filosa, een reuzenamoebe uit het zoetwatermilieu die veel overeenkomst vertoont met foraminiferen. De soort was ingedeeld bij de Athalamea, die nauw verwant zijn met de klasse van de Foraminifera. Maar na een analyse van het ribosomaal DNA (rDNA) en het actine-gen bleek dat R. filosa niet bij de Athalamea moet worden ingedeeld, maar bij de Foraminifera! En zo werd de eerste schaalloze foraminifeer ontdekt. Volgens de onderzoekers verloor de soort zijn schaal waarschijnlijk bij zijn aanpassing aan het zoetwatermilieu. Foraminiferen kunnen dus niet langer als schaalvormende protisten worden omschreven.

De vraag is natuurlijk of de `naakte' foraminiferen in de evolutie vóór of ná de kalkvormende foraminiferen zijn verschenen. Het eerste, menen de onderzoekers. En dat zou betekenen dat wellicht ook andere belangrijke groepen eukaryoten al tijdens het Precambrium zijn gediversifieerd en niet tijdens het Cambrium, zoals nu wordt verondersteld.

(A.J. van Loon)