Jongens I

,,Wij, Berlijnse jongens, vonden de Engelsen fantastisch. Die luchtslag was in onze ogen een riddergevecht. Er werd gesproken over `de veldtocht tegen Frankrijk' en `de veldtocht tegen Holland'. Oorlog, nee, dat kenden we niet.''

Ik zit in de tuin bij de uitgever Wolf Jobst Siedler (73), in de oude villawijk Dahlem. Siedler is een zeldzaam mens, die nog altijd woont in het huis waarin hij opgroeide. ,,Toen de oorlog uitbrak zei mijn moeder: `Gelukkig is onze Wolf te jong.' Maar mijn vader zei bitter: `Die vecht nog wel mee'.''

De zomer van 1940 beleefde Berlijn als een roes. Het was nu, met alle chemische- en wapenfabrieken, de modernste industriestad van Europa. De filmindustrie bloeide als nooit tevoren. De nazi's experimenteerden druk met het gloednieuwe medium televisie. Bij de overwinningen in Frankrijk werd in de straten gezongen en gedanst. Verdun werd genomen, Sedan, de oud-strijders vielen elkaar in de armen. Wolf Siedler: ,,Er viel wel eens een Engelse bom, maar dat vonden we voornamelijk spannend. Op school ruilden we de granaatscherven van het afweergeschut.''

De eerste oorlogsbuit stroomde binnen: bont uit Noorwegen, kunst uit Holland, wijnen en parfums uit Frankrijk. De stad was vol luxe en dubbelhartigheid. Duizenden Berlijners zaten diezelfde zomer gevangen, werden gemarteld, of waren al vermoord, maar de overgrote meerderheid beleefde schitterende tijden.

Er kwam weer zo'n `veldtocht', nu naar Rusland, in een paar maanden uit en thuis. Pas eind '41, toen de soldaten almaar wegbleven en de winter inzette, pas toen daalde een onbehagen over de stad.