In de ban van Doduo, Drowzee en Poliwag

Een nieuwe geheimtaal rukt op in Amerika, vooral onder kinderen in de leeftijd van zeven tot dertien jaar. Volwassenen kunnen er doorgaans geen touw aan vastknopen, ook al doen ze nog zo hun best. Maar dat is juist één van de charmes van het verschijnsel Pokémon.

Wie kinderen met elkaar hoort praten, vangt zinnen op als: ,,Charmander is getransformeerd in Charmeleon, nu moet ik snel naar een Pokécenter.'' Of: ,,Ik heb het geheim van de helix fossiel.'' Alsof het oude bekenden zijn praten ze over wezens met geheimzinnige namen als Pikachu, Bulbasaur, Jigglypuff, Exeggcute en Geodude. Een enkel kind probeert het zijn ouders nog wel eens geduldig uit te leggen: ,,Squirtle wordt Wartortle wordt Blastoise. Weedle wordt Kakuna.'' Jaja.

Oorspronkelijk was Pokémon een videospelletje, in Japan ontwikkeld door de firma Nintendo om te spelen op een Game Boy, het populaire handcomputertje. Toen een tekenfilmversie in 1997 op de Japanse televisie kwam, veroorzaakte één aflevering grote opschudding. Na de uitzending bleek dat honderden kinderen naar het ziekenhuis waren gebracht, omdat de snelle beelden en lichtflitsen hen acute hoofdpijnen en flauwtes hadden bezorgd.

Maar de filmpjes werden aangepast en Pokémon groeide uit tot een enorm succes, eerst in Japan en nu ook in de Verenigde Staten. In acht maanden zijn er in Amerika meer dan 2,5 miljoen spelletjes afgezet. Op televisie is Pokémon het kinderprogramma met de hoogste kijkcijfers. Op schoolpleinen en sportvelden door het hele land ruilen kinderen Pokémon-plaatjes, en speciale beurzen om de plaatjes te ruilen trekken duizenden mensen. Er zijn t-shirts, poppetjes, ballen, sleutelhangers, video's, boeken en zelfs speciale lunchpaketten van Pokémon te krijgen. Natuurlijk is Pokémon ook te vinden op het internet (www.pokemon.com). En in het najaar komt er een bioscoopfilm uit.

Vertwijfeld ziet menige ouder aan hoe zijn kind steeds meer in de ban raakt van het fenomeen. Het enige waar het nog over kan praten is de wereld van de monstertjes Voltorb, Magnemite en Tentacool, Abra en Cadabra. Het kan niet lang meer duren voor de televisie-talkshows zich storten op het thema: Minimonsters Overmeesterden de Ziel van mijn Kind!

Het spel draait om 150 kleine monsters – fantasiefiguren die voor het merendeel gebaseerd zijn op insecten, reptielen, dinosaurussen en draken. Deze zogeheten Pokémon, getekend in de snelle stijl van Japanse cartoons, hebben allemaal hun eigen kracht. De één kan krabben, de ander bijten, vlammen werpen of hypnotiseren. Spelers moeten monsters verzamelen en met behulp van die monsters weer andere monsters zien te vangen, net zolang tot de hele verzameling van 150 compleet is.

Dat is geen eenvoudige opgave, verzekert een zevenjarige gedreven Pokémon-speler. Al weken is hij ermee bezig, met intens plezier. Vriendjes die komen spelen brengen hun eigen Game Boys mee, die ze met snoertjes onderling verbinden om Pokémon te kunnen uitwisselen. Als de telefoon gaat klinkt er de meeste gevallen aan de andere kant van de lijn een jonge stem, die opgewonden begint te ratelen over Doduo, Drowzee, Machop, Poliwag of andere helden van het nieuwe universum.

In de nasleep van de schietpartij op Columbine High School in Littleton (Colorado) begon Amerika zich opeens te bezinnen op de invloed van videospelletjes op de kindergeest. Een van de twee daders bleek immers een grote liefhebber te zijn van het bloedige spelletje Doom. Maar tussen dat spel en Pokémon bestaat een wereld van verschil.

In Pokémon gaat het wel om de strijd tussen monsters, maar die zijn allemaal redelijk goedaardig. En er komen in het spel geen vuurwapens voor, er vloeit geen bloed en er gaat ook niemand dood. Het weekblad Time schreef daarom geruststellend dat ,,Pokémon kinderen waarschijnlijk niet zal aanzetten om machinegeweren aan te schaffen''.

Waar Pokémon wel toe aanzet, is de aanschaf van nog meer Pokémon-artikelen. De handige marketing van de hele operatie begon vorig jaar met de gratis verzending van een miljoen videobanden in een vrolijke verpakking. Ouders die het kleurige pakketje uit de brievenbus haalden, hadden nauwelijks tijd om zich af te vragen wat dit kon zijn. Als er een kind in de buurt was, had die meteen in de gaten dat hij de doelgroep was en dat dit iets was om in de videospeler te stoppen en te bekijken. En zo maakte Pokémon op een zaterdagochtend in september zijn debuut in een miljoen Amerikaanse huiskamers, in een reclamespot van een kwartier die eindeloos herhaald kon worden. Pokémon - Gotta Catch 'Em All was de leus. Amerika is druk bezig.