HOOFDDOEK 5

Met verbijstering hebben wij kennis genomen van de inhoud van het artikel `openbare hoofddoek' (W&O, 1 mei). In dit artikel wordt een aantal directeuren van openbare basisscholen opgevoerd die uitdrukkelijk verklaren geen islamitische vrouwen met hoofddoek op hun scholen als onderwijskracht toe te laten.

Het is schrijnend dat directeuren publiekelijk verklaren lak te hebben aan de wet. Artikel 1 van de Grondwet, het Strafrecht en de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) verbieden een dergelijke opstelling uitdrukkelijk. Een verbod dat door jurisprudentie ondersteund wordt. Nog schrijnender is echter dat de gemeente, die verantwoordelijk is voor het openbaar onderwijs, van deze praktijk op de hoogte blijkt te zijn en nog geen standpunt heeft ingenomen — men heeft de hulp van een onderzoeksbureau ingeroepen ten behoeve van een standpuntbepaling.

Allerlei motieven worden aangedragen voor de weigering. Men verwijst naar een hoofddoekverbod in Turkije en een voorval in Duitsland. Echter wij hebben hier te maken met Nederlandse wetgeving en die is ons inziens duidelijk. Dat laatste geldt ook voor de opgevoerde liberale Turkse ouders, die zouden dreigen hun kinderen van school te halen. Ook zij hebben zich te conformeren aan de hier geldende wetten. Dat men slechte ervaringen met één moslima opvoert als argument is natuurlijk geheel van de zotte. Evenals dat sommige moslims van mening zijn dat een hoofddoek geen verplichting is. Jurisprudentie geeft aan dat de hoofddoek gezien moet worden als een religieuze uiting en als zodanig dus geaccepteerd dient te worden. Voorts stelt men, dat de openbare school geen partij kiest in levensovertuigingen. Echter juist door de uitsluiting van bepaalde personen onder andere op grond van hun hoofddoek kiest het openbaar onderwijs ons inziens wel partij, maar dan op een zeer negatieve wijze. Overigens in tegenstelling tot hetgeen in het artikel gesuggereerd wordt, mogen ook bijzondere scholen vrouwen niet uitsluiten op grond van hun hoofddoek.

Natuurlijk mag een school, gelijk iedere werkgever, eisen stellen aan haar personeel. Maar op voorhand veronderstellen dat bepaalde groepen op grond van hun religiee niet aan die eisen kunnen of willen voldoen en hen op grond van die vooronderstelling uitsluiten is discriminatie en dus verboden. En dat professionele opvoeders en een overheid een dergelijk standpunt hebben en uitdragen is ronduit schandalig. Wij zullen dan ook van het Rotterdamse gemeentebestuur eisen dat zij zich aan de wet houdt en maatregelen in deze neemt en iedere school die zich schuldig maakt aan discriminatie zullen wij ter verantwoordingg roepen.