HOOFDDOEK 3

Islamitische docenten die voor de klas een hoofddoek dragen kunnen het openbaar onderwijs soms in de problemen brengen (W&0 1 mei, `Openbare hoofddoek'). De ophef die nu ontstaat naar aanleiding van enkele incidenten dreigt de discussie een ongewenste richting te geven door te zeer te focussen op de politiek beladen hoofddoek in plaats van op de onderliggende problematiek van hoe de gewenste attitude van docenten in het openbaar onderwijs te ontwikkelen en te toetsen. Niet het al of niet dragen van een hoofddoek of andere kenmerken is bepalend voor de geschiktheid van een docent(e) om aan een openbare school les te geven, maar de juiste attitude van de betreffende docent(e). Deze attitude kan gekenschetst worden als een respectvolle, verdraagzame en open houding ten opzichte van godsdienst en levensbeschouwing van de verschillende leerlingen en de bereidheid en de vaardigheid om zich te onthouden van uitingen die de voorkeur voor eigen overtuiging willen uitdragen.

Terecht heeft de Commissie Gelijke Behandeling in haar oordeel over de klacht van de islamitische docente in Haarlem gesteld dat de directie in kwestie verzuimd had de stagiaire naar haar opvattingen te vragen. Het openbaar onderwijs dient docenten te toetsen of zij voldoende afstand kunnen nemen van hun persoonlijke godsdienstige of levensbeschouwelijke opvattingen. Het concept van de gewenste attitude van de docent kan worden ontwikkeld aan de hand van het kernbegrip `actieve pluriformiteit', dat het verouderde passieve begrip `neutraliteit' heeft vervangen.

Een en ander neemt echter niet weg dat de school in Rotterdam die geconfronteerd wordt met aanzienlijk verlies van leerlingen op dit moment een reëel probleem heeft. In een discussie met de betrokken Turkse ouders zal moeten blijken of zij van hun dreigement om hun kinderen van school te nemen afgebracht kunnen worden. Ik kan mij zeer goed voorstellen dat de directeur, als de ouders niet overtuigd raken, probeert om een belangrijke groep leerlingen in zijn school toch te behouden door met de docente in kwestie te bespreken of zij bereid is om de voor deze ouders beladen hoofddoek om strategische redenen niet te dragen. De uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling laat echter aan duidelijkheid niets te wensen over.