HOOFDDOEK 2

Gaarne wil ik reageren op `Openbare hoofddoek'(W&O, 1 mei). De kwestie van de hoofddoeken voor moslim-vrouwen blijft in Nederland, Duitsland en vooral Frankrijk de gemoederen bezighouden. In 1985 reeds adviseerde prof. J. Brugman in Leiden het schoolbestuur in Alphen aan de Rijn om de hoofddoek te verbieden omdat de koran (Soera 33,59) over dit onderwerp niet eenduidig is. Moslim-ouders die de strenge koran-uitleg volgen, laten zich dit echter niet gezeggen door een `niet-moslim' islam-deskundige. In Frankrijk is men er na veertien jaar oekazes en een serie rechtszaken ook nog steeds niet uit.

Het is naar mijn mening mogelijk uit dit dilemma te komen door duidelijke beleidsvoornemens te formuleren. Bij het openbaar onderwijs dient men te onderscheiden tussen het instituut en zijn gebruikers. Het openbare instituut is van overheidswege verplicht onderwijs aan te bieden aan alle kinderen die aangemeld worden. De vereiste neutraliteit geldt ook voor godsdienst en levensbeschouwing. Die neutraliteit kan van de gebruikers van het instituut, de leerlingen, evenwel niet gevraagd worden. De rechter heeft moslim-ouders toegestaan dat hun kinderen hoofddoeken dragen op school. De godsdienstvrijheid van de leerlingen is hiermee gewaarborgd.

Vanuit het instituut `openbare school' gezien ligt de kwestie principieel anders. Wanneer een docente een hoofddoek draagt tijdens de uitoefening van haar functie, doet ze dat als vertegenwoordigster van het instituut. Daardoor komt de neutraliteit van het instituut in gevaar. Vandaar dat in Frankrijk nonnen en priesters geen les mogen geven op de openbare school, omdat anders het seculiere karakter in gevaar komt.

Dat het dragen van hoofddoekjes door moslim-vrouwen een demonstratief zichtbaar maken van de islam in de samenleving kan betekenen, is sedert de Iraanse revolutie van 1979 wel duidelijk geworden. Ook als het motief meer persoonlijk dan ostentatief is, kan men dat aan de buitenkant niet zien. Als men een moslim-docente met hoofddoek wel op de openbare school aanstelt, heeft volgens vele moslims een bepaalde interpretatie van Gods wet het gewonnen van de Nederlandse grondwet. Moslim-ouders die dreigen hun kinderen van de openbare school terug te trekken als de docente met hoofddoek, en alles wat daar volgens hen aan behoudende opvattingen onder zit, wordt aangesteld, hebben dat goed begrepen. Het gaat niet aan om hier te spreken van een tekort doen aan de godsdienstvrijheid van de docente, omdat het om een zelfopgelegde beperking gaat waarvan men de gevolgen sportief moet aanvaarden. Zolang de ongeveer dertig islamitische scholen een tekort aan docenten hebben zijn er trouwens alternatieven.