HOOFDDOEK 1

Het artikel van Wubby Luyendijk over leerkrachten op openbare scholen met een sluier of hoofddoek (`Openbare hoofddoek' W&O, 1 mei) deed me denken aan het bezoek dat ik laatst bracht aan een Marokkaanse vrouw, die thuis onderwijs in de Nederlandse taal kreeg. Na de les kwamen de familiefoto's uit Marokko op tafel. Op veel foto's was onze gastvrouw het stralende middelpunt. Op vrijwel geen van die foto's droeg de gesluierde vrouw tegenover me echter een sluier. Ik zag prachtig lang, zwart, licht golvend haar en kon niet nalaten haar haarbos te prijzen. Even ging de hoofddoek af. Met gepaste trots toonde ze dat er in dat opzicht niets veranderd was. Wat me werkelijk bezighield durfde ik niet te vragen. Wat beweegt iemand om zich hier in een sluier te hullen waar ze dat in Marokko kennelijk bij voorkeur niet deed?

Kort geleden ontstond in het Turks parlement een rel omdat een parlementslid door het dragen van een hoofddoek protesteerde tegen de scheiding van kerk en staat in dat land. Dat hoofddoekje was een regelrechte provocatie van de seculiere Turkse staat. Het is dus niet vreemd dat juist liberale Turken in ons land een diepere betekenis in dat hoofddoekje zien en zich verzetten tegen de aanwezigheid op openbare scholen van het symbool bij uitstek van onderwerping van staat aan geloof en van propaganda voor strenge en intolerante opvattingen. Vreemder is het dat wij het ons permitteren er schouderophalend op te reageren. Met kleding kan een overtuiging worden uitgedragen. Ook politie, leger en medisch personeel gaan in uniform gekleed om andere dan uitsluitend praktische redenen. De symboolwerking die uitgaat van hun kleding is minstens zo belangrijk.

Analoog daaraan redenerend is het zeer wel denkbaar dat kledingvoorschriften onderdeel vormen van de afspraken die gemaakt worden met leerkrachten, omdat zij immers een rolmodel moeten zijn voor alle kinderen. Onze vrijheid van onderwijs heeft geleid tot een pluriform stelsel van openbare en bijzondere scholen. Ieder kan in zijn omgeving wel een school vinden die past bij zijn levensovertuiging. Dat geldt niet alleen voor leerlingen maar ook voor leerkrachten. Wie het nodig vindt zijn eigen levensovertuiging met kleding of op andere wijze krachtig uit te dragen moet voor een andere richting kiezen dan de openbare. Van elke leerkracht op een openbare school mag verwacht worden dat deze alle levensovertuigingen met precies hetzelfde respect benadert en democratische waarden weet uit te dragen.

Het lijkt me daarom niet alleen geoorloofd maar zelfs gewenst dat besturen van openbare scholen zorgvuldig nagaan waarom een leerkracht een hoofddoek draagt. Als die hoofddoek inderdaad symbool blijkt te zijn voor het propageren van één geloofsovertuiging en het daarbij behorende normen- en waardenpatroon, zijn de schoolbesturen het aan de aard van het openbaar onderwijs en aan de ouders die daar bewust voor kiezen, verplicht om naar een ander om te zien. Er is, de multiculturele samenleving ten spijt, soms sprake van onverenigbare normen en waarden. Het wordt tijd dat de overheid dat erkent en de spelregels daarop aanpast.