Hollands Dagboek: Ragip Duran

De Turkse schrijver en journalist Ragip Duran (45) verblijft in Amsterdam, in het kader van het Europees netwerk van vluchtsteden voor publicisten die in hun eigen land vervolgd worden. Hij is gespecialiseerd in het Koerdische vraagstuk. Wegens een van zijn artikelen werd hij veroordeeld tot zeveneneenhalve maand cel. Eind januari is hij vrijgekomen.

Woensdag 26 mei

Het is gelukkig mooi weer vandaag. Als de zon niet schijnt, kan ik mij maar moeilijk aan het werk zetten. Sinds zaterdag heb ik bij mij thuis vrienden te gast uit Istanbul. We zijn nu een beetje overgegaan op het leeftempo in Istanbul. Veel sneller, veel drukker dan in Amsterdam. Ik ontdek deze stad opnieuw door de ogen en de opmerkingen van mijn vrienden. Kemal Gökham is cartoonist en weet altijd het meest komische, het meest ridicule aspect te vinden van de plek waar hij is. ,,Amsterdam is een ononderbroken schoonheidswedstrijd van vrouwen. Sinds ik hier ben, heb ik nog niet één lelijke vrouw gezien!'', zei hij. Waarschijnlijk is het waar.

Ik zit bij elkaar ten minste twee uur achter de computer. Ik lees op Internet de Turkse, Franse, Engelse en Amerikaanse dagbladen. Maandag heb ik voor de afdeling Turkije van de BBC de oprichtingsbijeenkomst verslagen van het Koerdistan Nationaal Congres in de Rode Hoed. Daar ontmoette ik verscheidene Koerdische vrienden die ik al zeker zes jaar niet had gezien. De laatste keer dat we elkaar hadden getroffen was in een guerrillabasis van de PKK, in het zuiden van Koerdistan, of in het noorden van Irak, in Hewler (Arbil) of in Suleimaniya.

Ik zag er ook collega's met wie ik in 1992 heb samengewerkt bij het verboden Koerdische dagblad Ozgur Gundem, waarvan het gebouw met een kneedbom is opgeblazen. Er vielen toen één dode en zeven gewonden. Het is interessant om te zien hoe Koerden van over de hele wereld hier rustig vergaderen, want voorheen hebben ze elkaar tientallen jaren lang vermoord in de bergen.

Eerder al was in Nederland het Koerdische parlement in Ballingschap opgericht. De Turkse regering in Ankara was daarover witheet en beschuldigde Den Haag ervan `het separatistische terrorisme te steunen', maar de Nederlandse autoriteiten blijven vasthouden aan het recht van organisatie en vrije meningsuiting. Dat is goed. Het enige wat ik niet begrijp is dat de Koerden die zo van de bergen houden, nu in dit platte land zijn!

Donderdag

Het is vandaag precies 39 jaar geleden – ik was toen dus 6 jaar – dat ik met mijn ouders in Londen was. Van mijn vader die naar de BBC zat te luisteren hoorden we op een dag het nieuws: ,,Eindelijk is in Turkije de Revolutie uitgebroken!'' Wat hij `de Revolutie' noemde, was de staatsgreep van progressieve militairen tegen de corrupte en pro-Amerikaanse regering Bayar-Menderes. Dat was mijn eerste staatsgreep. Ik heb er daarna nog twee meegemaakt. In 1971 toen ik op het lyceum zat, en in 1980 toen ik voor het maoïstische dagblad Aydinlik in Istanbul werkte. Tegenwoordig hoeven de militairen geen staatsgrepen meer te plegen, want via de Nationale Veiligheidsraad wordt Turkije in feite bestuurd door de generaals.

Ik ga mij verder voorbereiden op het proces tegen Öcalan. De Koerdische advocaten hebben een goede site op Internet geopend, `Het Proces van de Eeuw'. Vrijwel alle documenten staan erop in het Turks, met samenvattingen in het Engels.

In De Balie ontmoette ik Özkan Gölpinar, een uit Turkije afkomstige collega die voor de Nederlandse media werkt. Hij stelde me voor aan een Marokkaanse collega die Öcalan heeft geïnterviewd in Rome. De Marokkaanse journalist is gespecialiseerd in de kwestie-Algerije, en is ook op de hoogte van het Koerdische vraagstuk. We hebben wat gepraat over de overeenkomsten en verschillen tussen deze twee tragedies (Koerden en Algerije). Het gaat in wezen over hetzelfde: identiteit.

Vrijdag

Mijn vrienden zijn gisteren vertrokken. Ik heb al bijna een week lang niets gedaan aan de vertaling die ik begin augustus af moet hebben van Géopolitique du Chaos, geschreven door Ignacio Ramonet, hoofdredacteur bij Le Monde Diplomatique. Het is een goed boek waarin de kwalijke gevolgen van de globalisering aan de kaak worden gesteld.

Ik woon in Amsterdam-West, in een wijk waar veel Turken wonen. In Amsterdam spreekt iedereen Engels, dus dat is voor mij geen probleem. Dat ik in een Turkse wijk woon, vind ik prettig om twee redenen. Ik kan bij de kruideniers dingen vinden die ik lekker vind, en er is een Turks café met een abonnement op een televisiezender die voetbalwedstrijden uitzendt. Onze club Galatasaray is voor de derde achtereenvolgende maal kampioen van Turkije geworden. Ik zou heel graag hier in Amsterdam naar een wedstrijd tussen Galatasaray en Ajax gaan, helaas doet Ajax het volgend seizoen niet mee aan de Champions League.

Bij ons, en hier misschien ook, menen sommige intellectuelen dat voetbal nu het `opium voor het volk' is. Maar wat geeft dat? Waarom zouden we niet elke zeven dagen recht hebben op een wekelijkse dosis van negentig minuten? Voor mij is voetbal zowel het beleven van een collectieve identiteit als een moment van plezier en ontspanning. Ik ga al sinds 1963 naar het stadion en heb daar veel geleerd over sociologisch en cultureel gedrag van toeschouwers.

Zaterdag

Maandag begint het proces tegen Abdullah `Apo' Öcalan, voorzitter van de Koerdische Arbeiders Partij (PKK). Turkije en Europa hebben vrijwel volledig tegengestelde opvattingen over de PKK. Voor Ankara ligt het probleem eenvoudig: Öcalan is het hoofd van een separatistische groep terroristen die in het oosten en zuidoosten van het land een onafhankelijke staat wil stichten. Hij moet dus worden berecht en tot de doodstraf worden veroordeeld.

In alle psychologisch-politieke beschouwingen vooraf in de Turkse media, die optreden als woordvoerders van de staat, is Öcalan al veroordeeld tot de doodstraf. Iedereen in Turkije weet dat dit geen rechtvaardig, geen eerlijk en geen onafhankelijk proces is, want in Turkije zijn de justitiële mechanismen structureel al problematisch. In het Turkse parlement zitten nu negentien afgevaardigden van de extreem-rechtse Partij van de Nationalistische Actie (MHP – de Grijze Wolven) die verdacht worden van moord. Kun je van een rechtsstaat spreken in een land waar moordenaars zitting hebben in het parlement of zelfs ministersposten bekleden? De Europeanen daarentegen beoordelen de PKK volgens hun eigen maatstaven, zonder over veel informatie te beschikken.

Ik heb Öcalan twee keer ontmoet en geïnterviewd. In 1991 in Damascus en in 1994 in Libanon. Hij heeft nog het meeste weg van een leider van een extreem-linkse groep of van een organisatie voor nationale onafhankelijkheid uit de jaren zeventig. Typisch voor het Midden-Oosten is ook dat hij nagenoeg alle positieve en negatieve aspecten van de Koerden in Turkije vertegenwoordigt. Als persoonlijkheid is hij naar mijn idee niet zo erg belangrijk en interessant, maar wat hij vertegenwoordigt, de `koerditis', dat is van groot en zelfs van wezenlijk belang.

Ankara is er sinds 1925 niet in geslaagd het Koerdische probleem op een politieke manier op te lossen. Dus met de executie van Öcalan zal het ook niet lukken. Want in tegenstelling tot de inschatting van Ankara is het geen veiligheidskwestie, maar gaat het om een omvangrijk, voornamelijk politiek probleem met historische, culturele, economische en geografische dimensies.

Zondag

Vandaag heb ik aan de telefoon meer dan een uur lang gesproken met collega's en vrienden in Istanbul. Het is daar mooi weer, verneem ik, maar ze vertellen er meteen bij: ,,Wat het weer betreft is het wel mooi, maar politiek gezien is de atmosfeer erg mistig.'' Wolven houden van mist.

Gisteren heb ik in het Turks een gedicht van Louis Aragón vertaald dat gezongen wordt door Léo Ferré, Est-ce ainsi que les hommes vivent. Aragón zei daarin: Het was een tijd vol waanzin / De doden waren aan tafel gezet / Men bouwde zandkastelen / De wolven zag men voor honden aan / Alles veranderde van koers en kompas.

Maandag

De hele dag voor de televisie gezeten. Vandaag was de eerste zitting van het proces tegen Öcalan op het gevangeniseiland Imrali. Alleen de officiële televisiezender TRT was in de rechtszaal toegelaten en zond de beelden uit die de autoriteiten geschikt vonden. Öcalan, die zichtbaar was vermagerd, leek verwonderd, verrast, bezorgd, om niet te zeggen ontgoocheld. Was hij bang?

Zijn verklaringen bevielen me niet erg: ,,Ik ben niet gemarteld''. En de beelden dan waarop hij gedrogeerd en geblinddoekt was te zien? ,,Ik ben vastbesloten me voor de staat in te zetten.'' Terwijl hij tegen diezelfde staat vijftien jaar lang gewapende strijd heeft gevoerd. ,,Ik moet blijven leven en kan in drie maanden een eind maken aan de gewapende strijd.'' Ik weet niet of de activisten van de PKK hem zullen geloven, maar ik ben er zeker van dat de Turkse autoriteiten hem niet geloven!

Daarna heb ik aan de telefoon met ten minste twintig vrienden en collega's in Europa en Turkije gesproken om te horen wat ze denken van het proces tegen Öcalan. Ik citeer: ,,Alles was er op Imrali, behalve de Koerden'', ,,Ankara heeft het goed gespeeld: het is Apo tegen de families van de Turkse slachtoffers terwijl er toch ten minste vijfentwintigduizend slachtoffers zijn aan Koerdische kant. Wie gaat voor die doden om vergeving vragen?'', ,,Apo heeft zijn ontslagbrief bij de PKK ingediend'', ,,Het Koerdische probleem kan niet in de rechtszaal worden opgelost, maar Apo denkt het toch te kunnen'', ,,Het leek wel op de processen in de tijd van Stalin, net als in de roman L'Aveu van Artur London''.

Voor een programma in het Turks van Radio Holland moest ik een aantal vragen over het proces beantwoorden. We deden een vraaggesprek van tien minuten. In Turkije zou zoiets onmogelijk zijn.

Dinsdag

De Turkse pers, die over het algemeen de opvatting van de machthebbers weergeeft en niet die van de samenleving, is ingenomen met de bekentenissen van Öcalan. De Koerdische pers die dicht bij de PKK staat, schijnt niet te weten welke tragedie zich afspeelt.

De tweede dag van het proces belooft niet veel goeds. De vader van een gedode Turkse soldaat sprak zelfs in het Koerdisch en beschuldigde Öcalan ervan dat hij geen Koerd is. ,,Je bent een Armeniër'', schreeuwde hij. Alsof dat iets negatiefs is. Nationalisme is irrationeel en bovendien gevaarlijk.

De enige goede houding in mijn ogen is tegenover de rechters de Koerdische nationale identiteit te verdedigen, zoals elke Koerdische democraat of intellectueel zou doen. Wijzen op de enorme repressie waar de Koerden onder te lijden hebben. En op de plicht tegen deze vernietiging met alle mogelijke middelen verzet te plegen – ook gewapend, want er staat tegenover de Koerden een reusachtig leger.

Woensdag 2 juni

Ik heb bijna de hele dag, van 12 tot 23 uur, doorgebracht op de redactie van de programma's in het Turks van Radio Holland. Vermoeiend, maar vruchtbaar. Mijn Turkse collega's van de radio vertelden dat hier in Nederland wordt gediscrimineerd. Dat wist ik. Misschien zal ik het nog merken.

Ze maken met zijn vieren professioneel gezien goede programma's, maar in mijn ogen zouden er meer live-reportages moeten komen, meer spontaniteit. Het belangrijkste is een goed evenwicht te vinden tussen wat de luisteraars willen en verwachten, en de hoofdregels van radiojournalistiek. Dat lukt hun tamelijk goed. Want er is geen censuur en geen rechtstreekse bemoeienis van de chefs of de overheid. De journalistiek heeft vrijheid nodig, net als levende wezens zuurstof nodig hebben.

Met de collega die ik al heel lang ken omdat hij correspondent in Amsterdam was voor het dagblad Cumhuriyet, heb ik vanavond over van alles en nog wat gesproken. Over Nederlanders, over Europeanen, over Turken en Koerden, maar ook over belastingzegels van het Ottomaanse Rijk, want hij is een serieuze verzamelaar die naar veilingen en postzegelbeurzen in San Francisco gaat. Een mens zonder hobby zou zijn als een boom zonder bladeren en vruchten. Zelf kan ik met Turkse poëzie of Franse chansons (Léo Ferré, Barbara, Brassens, Renaud etc.) heel wat plezierige uren doorbrengen. En met voetbal.

(vertaling: Michel de Groot)

Iedereen in Turkije weet

dat dit geen rechtvaardig, eerlijk en onafhankelijk proces is

Als persoonlijkheid is Öcalan naar mijn idee niet zo erg belangrijk en interessant