Het is de economie, stomkop

Toen George Bush zich in 1992 in de verkiezingsstrijd wierp voor zijn tweede termijn als Amerikaans president, werd hij verslagen door de economie. De Verenigde Staten hadden juist twee jaar van recessie achter de rug, consumenten en bedrijven waren druk bezig geweest zich te ontdoen van hun in de jaren tachtig opgelopen schuldenlast en de werkloosheid was hoog. Het oplossen van de spaarbankencrisis had honderd miljard dollar gevergd, en tijdens de verkiezingscampagne tussen mei en november daalde het Dow Jones-gemiddelde ook nog eens met met 5 procent.

Dat was natuurlijk niet allemaal de schuld van de Republikein Bush, maar als zittende president werd hij er wel op aangesproken. Zijn door de recessie gebroken belofte om de belastingen niet te verhogen maakte hem tot een wandelende schietschijf voor de Democratische spin-doctors. Nog triester was dat juist tijdens de verkiezingsstrijd de economie aantrok en zich opmaakte voor wat later zou worden beschouwd als een van de meest succesvolle perioden van de twintigste eeuw.

De statistieken kwamen voor Bush te laat: in het vierde kwartaal van 1992, toen hij in november verloor van zijn jonge Democratische rivaal Bill Clinton, bleek dat de Amerikaanse economie met een gunstige groei het dal definitief achter zich had gelaten. Jammer voor Bush: de cijfers over dat vierde kwartaal kwamen pas binnen in febuari, ongeveer toen Clinton als nieuwe president werd ingezworen.

Clintons strijdkreet in de Democratische Campagne was veelzeggend geweest: ,,It's the economy, stupid''. Inderdaad. De voel-goed-factor speelt een belangrijke rol bij de stemming onder het electoraat over de zittende regering. En die voel-goed-factor is sterk afhankelijk van de economie. Hebben we werk, en kunnen we er op rekenen dat dat voorlopig zo blijft? Gaan we er in netto-inkomen op vooruit en worden we vermogender?

De Amerikaanse economie groeit nu al een jaar of zeven onafgebroken, en de voel-goed-factor heeft Clinton intussen al gered van een serie schandalen en schandaaltjes, waaronder Whitewater, Travelgate, de campagnefinanciering van 1996, de recente spionagerel over China en uiteraard de Lewinsky-affaire van vorig jaar. Het anti-Clintonkamp, met de Wall Street Journal als een van de voornaamste spreekbuizen, wordt er gek van: frustratie en onbegrip over zoveel toegeeflijkheid van de kiezers druipen dagelijks uit de commentaren.

Maar misschien komt de tijd van de Clintonhaters nog wel. Vice-president Al Gore, die de grootste kans maakt door de Democraten genomineerd te worden voor de verkiezingen van volgend jaar, zal volgend jaar met trots wijzen op de ongekende welvaartsgroei van Clintons jaren negentig. Maar de voel-goed-factor heeft een kort geheugen. Het zal voor Gore's kansen cruciaal zijn hoe de economie zich in het verkiezingsjaar 2000 zelf houdt.

De voorspellingen voor volgend jaar zijn redelijk eenduidig. Zowel de officiële instanties als het IMF en de OESO als het gros van de Amerikaanse banken en effectenhuizen tekenen voor volgend jaar een terugval in voor de Verenigde Staten. De consensusvoorspelling gaat uit van rond de twee procent economische groei, na jaren van expansie van tussen de 3 en 4 procent.

Nu is het voorspellen van een slecht volgend jaar voor de VS in de jaren negentig een evergreen geworden. Het geloof dat de opgaande conjunctuur niet kan blijven duren is echter keer op keer gelogenstraft. Waarna de voorspellers hun pessimisme maar weer op het jaar daarop projecteren.

Maar ditmaal zouden de voorspellers wel eens gelijk kunnen krijgen. De Amerikaanse centrale banken staan op het punt de geldmarktrente op te schroeven omdat de verhitting van de economie toeneemt. Nu duurt het in de regel wel een jaar voordat een renteverhoging tot de reële economie doordringt en voor de gewenste afkoeling zorgt (hoewel het gestegen aandelenbezit van consumenten via dalende beurskoersen die prikkeloverdracht misschien wel heeft versneld), zodat de `landing' van de economie op en voor Gore wel erg ongelukkig tijdstip kan vallen.

Kunnen Clinton en Gore daar iets aan doen? Mocht de centrale bank al gevoelig zijn voor zachte druk vanuit het Witte Huis, dan treffen de Democraten het niet: de termijn van bankvoorzitter Greenspan loopt volgend jaar af, en bekend is dat hij niet staat te trappelen om zijn functie voort te zetten. Sterker nog, alleen al het feit dat Greenspan er straks niet meer is kan al voor extra vertrouwensverlies van beleggers en consumenten in de economie zorgen. Als iemand de lof krijgt voor de super-economie van de jaren negentig dan is het Greenspan wel – hoewel dat eindoordeel nog beter even kan worden uitgesteld.

Gore's tegenspeler, de Republikeinse presidentskandidaat, zal volgend jaar geen mogelijkheid onbenut laten aan te tonen dat het Witte Huis verantwoordelijk is voor de economische vertraging van 2000, en Gore zal zich als vice-president moeilijk van Clintons beleid kunnen distantiëren.

Grote kans overigens dat zijn Republikeinse tegenspeler George Bush heet, de zoon van de oude Bush en op dit moment de meest getipte winnaar van de Republikeinse primaries van begin volgend jaar. In dat geval kan Bush, na acht jaar, revanche nemen op de economie. In naam van zijn vader.