Eer op maat

Bij iedere nationale feestdag of herdenking gaan zij te paard voorop: de trotse mannen van de Garde Républicaine. De recente politiecrisis op Corsica heeft echter een deuk in hun zelfvertrouwen geslagen. `Wij willen onberispelijk zijn.'

Glanzend bruine paarden huppelen losjes door het blonde zand, tweehonderd meter voorbij de verkeerslawine van de Place de la Bastille. Een vijg meer of minder telt niet, daar zijn mensen voor. De dieren moeten twee uur per dag lekker buiten hollen, anders worden ze gek. Dus draaien zij 's morgens hun rondjes, in het hart van Parijs. Als zij aan het werk moeten, krijgen zij met suikerwater en een koperen plaat vierkantjes op hun edele billen geborsteld.

Binnen de ovalen zandbaan staan op een geasfalteerd plein veertien man te trommelen. Zij vormen `La Batterie Napoléonienne'. Hun werkkleding bestaat uit een bewerkelijke jas met veel wit, goud en rood, een slobbroek en het soort dwarse muts dat in de musical Les Misérables werd gebruikt voor gezagshandhavers. Terzijde maken zeventig koperblazers zich op voor hun wekelijkse repetitie in de open lucht. In een negentiende-eeuws gebouw even verderop schaaft een symfonieorkest aan de Serenade in c majeur van Tsjaikovski en een klein mannenkoor studeert Schuberts Gesang der Geister über den Wassern in.

Wat is dit: een manège, een conservatorium? Geen van beide. Wat een inwoner lachend aanduidt als ,,de grootste boerderij van Frankrijk'' is in werkelijkheid het Quartier des Célestins, de belangrijkste kazerne van de Garde Républicaine. Deze elite-eenheid van de Franse gendarmerie voorziet de hoogste Franse autoriteiten van eerbetoon, beveiliging en muziek.

Als de president voornaam buitenlands bezoek krijgt, is de Garde Républicaine paraat om de gasten te laten zien hoe hoog Frankrijk hen acht. Bij ieder staatsbezoek staan zij langs de rode loper, op het vliegveld of op de binnenplaats van het Elysée-paleis. Dan spelen zij de volksliederen, net als bij de eerste en de laatste wedstrijd van het WK voetbal vorig jaar. Bij iedere nationale feestdag of herdenking gaan zij te paard voorop. Als de Vlam voor de onbekende soldaat onder de Arc de Triomphe wordt geëerd, verlenen zij ernst en decorum aan de presidentiële kranslegging. Heeft het staatshoofd intiem bezoek voor het diner, dan levert de Garde een trio of een strijkkwartet. Hun motorrijders geven een officieel tintje aan de Tour de France; zij kunnen met achttien man op vijf motoren rijden, zo nodig gekleed in de nationale driekleur.

Frankrijks glorie als historisch bewuste militaire natie wordt belichaamd door de 3.200 man sterke Garde Républicaine en haar 527 paarden. ,,Wat u van ons ziet is het topje van de ijsberg'', zegt de brigade-generaal Henri-Charles Puyou, commandant van de Garde Républicaine. ,,Wij zijn de vitrine van de gendarmerie.'' De Garde Républicaine bewaakt het staatshoofd, de minister-president, de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken en de leden van het parlement. De gardes helpen soms de collega's van de `gewone' gendarmerie ook bij het transport van donororganen en bij openbare ordetaken, in moeilijke buurten en in het verkeer. ,,De motorrijder die u op de grote weg buiten Parijs aanhoudt, kan een lid van de Garde Républicaine zijn.''

Het meest vanzelfsprekend en opvallend zijn de gardes in hun rol bij de rituelen van de Republiek. Bij de opening van iedere zitting van de Assemblée Nationale of de Senaat begeleiden zij in vol ornaat de voorzitter naar weer een bewogen parlementair debat. Ook de Raad van State, de Constitutionele Raad en andere hoge colleges van staat mogen zich periodiek verheugen in veders en koperwerk, competent gedragen door de gezondsten onder de negentigduizend gendarmes.

Politiek instrument

Een minimum erewacht voor een `kleine' buitenlandse gast op het Elysée bestaat uit negen man plus een commandant, in ceremonieel tenue, maar zonder paarden. Is het bezoek hoger of het land van herkomst belangrijker, dan groeit de haag mannen in rood, zwart en goud. Paarden, motorrijders, kopermuziek en trommelaars geven extra cachet. Generaal Puyou: ,,Volgens een binnenkort verschijnend proefschrift over de Garde Républicaine zijn wij een politiek instrument waarmee men de eer kalibreert die de Franse staat wil bewijzen aan een bezoeker.''

Koningin Elizabeth kreeg laatst, bij een ceremonie in Parijs ter ere van sir Winston Churchill, de maximale behandeling: 270 paarden, het eerste regiment infanterie plus motorrijders van de Garde Républicaine, 500 man in totaal. Frankrijk herkent iets van zichzelf in Engelands liefde voor traditie, uitgedrukt in perfect getrainde mannen en paarden. Of was het een verlate erkenning dat Churchill het nodige heeft gedaan voor de huidige vrijheid van Frankrijk? De maatvoering van het eerbetoon door de Garde Républicaine is in handen van de chef protocol van het ministerie van Buitenlandse Zaken, tenzij het Elysée specifieke wensen heeft. Toeval is het dus nooit.

De paarden krijgen iedere veertig dagen nieuwe hoefijzers op maat aangemeten. Het mag hun aan niets ontbreken. Als het er op aankomt moeten zij onder condities van extreme publieke belangstelling, vuurwerk en laag overvliegende straaljagers rustig kunnen optreden, en zo nodig de hoogste heren tegen het gewoel kunnen beschermen. De voorlopers van de Garde Républicaine waren daar al op getraind: de Gardes Parisiennes waren de eerste gewapende politiemannen van de hoofdstad. Zij bewaakten de poorten van de stad, en vooral de vorst. De bajonet hielp het volk zijn plaats te wijzen. Een klein maar venijnig exemplaar zit nog steeds op het dienstwapen.

Ieder van de 22 kazernes van de Garde Républicaine in en om Parijs zijn ,,een bastion van prestige'', zoals luitenant-kolonel Marc Verdy het omschrijft. De machthebbers van Frankrijk kunnen rekenen op deze gardes, die waardigheid en veiligheid tegelijk uitstralen. Zij horen bij de gendarmerie, die gehoorzaamt aan de minister van Defensie, terwijl de gemeentepolitie (110.000 man) onder de minister van Binnenlandse Zaken valt. Lodewijk XIV verdeelde de politietaken al over diverse vertrouwelingen, om blijvend te kunnen heersen. De Franse Revolutie heeft de scheiding in twee politiesoorten definitief gemaakt: zo wordt voorkomen dat één minister al te makkelijk de macht kan grijpen.

Het Quartier des Célestins bij de Bastille, waar de generale staf, de muziek en een deel van de cavalerie van de Garde Républicaine zetelen, was vroeger een klooster, een van de vele waar de Revolutie een andere bestemming aan gaf. Het zou de verdreven orde niet bevallen te weten dat hier nu ook honderd gezinnen wonen, want gendarmes zijn, anders dan de gemeentepolitie, verplicht op het werk te wonen. Voor de kinderen is de kazerne gewoon. De generaal, zelf kind van een gendarme en in een kazere opgegroeid, kent hun leventje: ,,Wij zochten altijd stiekem lange spijkers, om hutten te bouwen. De adjudant, die over de spullen ging, was onze grote tegenstander.'' Hun moeders blijven de enige vrouwen in de kazerne. Behalve zestien musici in het orkest, kent de Garde Républicaine nog geen vrouwen. ,,Ik heb er geen fundamenteel bezwaar tegen'', aldus generaal Puyou, ,,De gendarmerie is er laat mee, maar het ministerie wil dat we er werk van maken. Het zal wat verbouwingen met zich mee brengen, dat is alles.''

De gendarmes van de Garde Républicaine zijn zeven dagen per week inzetbaar, al hebben zij recht op twee vrije dagen per week. Het werk gaat voor, maar de sfeer is gemoedelijk, bijna provinciaal, in de goede zin van het woord. ,,Een gendarme is iemand die kiest voor beschikbaarheid. Zijn tijd wordt niet geteld'', aldus de commandant van Garde Républicaine. Anders dan gewone politiemannen mogen de gardes zich niet in vakbonden organiseren en niet staken, maar in een ander opzicht zijn zij net als andere Fransen: een flink percentage woont samen, ook in de kazerne. De taak is nobel maar niet ongezellig.

In Frankrijk gaan eerbewijs en bewakingswerk hand in hand. Op het Elysée werken 250 man van de Garde Républicaine. Zij beheersen de toegang en het verkeer binnen het presidentieel paleis. Zij screenen en bezorgen de post en bemannen zelfs de fotodienst. Gardes onderhouden en rijden de presidentiële auto's. De mannen die de erewachten verzorgen, hebben een parachutisten- of een zware politietraining: als een (genode of ongenode) gast rare dingen doet, schakelen zij hem zonder pardon uit. ,,De Garde Républicaine is getraind op lichte commando- en interventietaken'', heet dat sober. Waar in de Verenigde Staten, Israel en Rusland kleerkasten met oordopjes de grote leiders fysiek afdekken, kiest Frankrijk voor gardes die eerder historie en discipline uitstralen dan de wereld van James Bond.

Corsica

Juist daarom heeft de recente politiecrisis op Corsica de Garde Républicaine, als onderdeel van de gendarmerie, zwaar getroffen. De vorige prefect op het Middellandse Zee-eiland, Bernard Bonnet, moest een maand geleden het bestuurspaleis in Ajaccio verruilen voor de Santé-gevangenis in Parijs. Gebleken was dat onder zijn verantwoordelijkheid officieren van de gendarmerie twee restaurants van vermeende separatisten in brand hadden gestoken en een politiepost 's nachts met mitrailleurs hadden bestookt. Bonnet, die namens de regering in Parijs de rechtsstaat op het eiland moest herstellen na de moord op zijn voorganger in februari '98, had een speciaal team gendarmes gevormd. Daarmee voerde hij een eigen onderzoek uit naar de moord omdat hij de lokale politie en justitie niet vertrouwde. Sinds het echec van die poging zijn gendarmes in heel Frankrijk het doelwit van spotternij van het type `U wilt zeker een vuurtje?' als zij ergens een automobilist langs de weg staande houden.

,,De moord op de prefect Erignac was een elektroshock'', constateert de generaal Puyou achteraf. ,,Dat zoiets kon gebeuren maakte in één klap duidelijk dat het klimaat van laat-maar-waaien niet meer kon. Financieel-economische ontsporingen waren te lang geaccepteerd. Er zijn snel extra mensen heen gestuurd. De vrijwilligers verdrongen zich niet om die operatie te leiden. De prefect Bonnet durfde het aan. In die gespannen sfeer, waarin niemand iemand vertrouwde, was één op de twee gendarmes `geografisch vrijgezel', gescheiden van vrouw en kinderen. Men stuitte op een muur van wantrouwen en stilzwijgen, en moest maandenlang dicht bij elkaar leven, geheimen bewaren en zich verdedigen. Het is geen excuus, maar het maakt het wel begrijpelijker dat men de volstrekt illegale weg is opgegaan.

,,Wij in de gendarmerie zijn een week helemaal van de kaart geweest. Iedereen had het er over. Het beïnvloedde ons dagelijks leven. Gendarmes lijden aan megalomanie en paranoia. Onze esprit de corps zegt ons dat we de beste zijn, dat we horen tot de elite. Tegelijk zijn we erg kwetsbaar en willen dat iedereen ons voortdurend looft en prijst. Een dermate ernstig disfunctioneren werkt zeer destabiliserend. Wij willen onberispelijk zijn. Dit doet pijn.''

Het nieuws in Frankrijk werd de laatste weken niet alleen beheerst door Corsica, maar ook door Kosovo. Frankrijk is een overtuigd deelnemer aan de NAVO-acties met vliegtuigen en manschappen. Op de binnenplaats van de Garde Républicaine-kazerne gingen de repetities en uitvoeringen intussen door van de Fanfare te paard en La Musique, de big band te voet. Ook de Fuseliers van de Koning deden op gezette tijden hun nagebootste aanval uit de (door Frankrijk gewonnen) slag bij Fontenoy (1745). In witte pruiken en kostuums met slobkousen uit de tijd van Lodewijk XV stormden zij voorwaarts om het publiek te trakteren op een geweldige collectieve knal met witte rook. Dat is ook vandaag en morgen, op de jaarlijkse open dagen van de Garde Républicaine, weer een topattractie. Of is het contrast wat groot op een continent in oorlog, waar echte mensen dagelijks het leven verliezen en collega's gevaar lopen?

Generaal Puyou: ,,Er zijn ook gardes in Bosnië en bij de Franse strijdkrachten in Macedonië en Albanië, waar zij de burgerpolitie versterken. Kan je niet knallen terwijl Kosovo speelt? Het leven gaat door. We staan er wel bij stil, maar hoe zou 't worden opgevat als we opeens ophielden? Ook tijdens de Corsica-crisis zijn we doorgegaan ons te tonen zoals wij zijn. Als we ons opeens verstoppen zou de boodschap kunnen zijn dat we problemen hebben. Bovendien: we moeten repeteren om de quadrille foutloos te kunnen uitvoeren voor de presidentiële tribune.''

Verzetsgroep

Het leven gaat door, zoals het ook is doorgegaan tijdens de laatste oorlog die Frankrijk tot in zijn vezels heeft geraakt, de Tweede Wereldoorlog. Nadat de Duitsers het land hadden overgenomen en de regering van generaal Pétain zich met een zekere autonomie voor het zuidelijk deel van het land had teruggetrokken in Vichy, werd Garde de Paris (voorloper van de huidige Garde Républicaine) ontwapend en ter beschikking gesteld van de gemeentepolitie van Parijs. Of dat betekent dat zij schone handen hield, is niet met zekerheid te zeggen. Maréchal-des-logis chef (wachtmeester eerste klasse) François Govin, die als huishistoricus van de Garde Républicaine optreedt, zegt stellig: ,,Er zijn geen aanwijzingen van collaboratie''.

Enkele gardes hebben een verzetsgroep opgezet, en dat hebben niet allen overleefd. Anderen werden van dag tot dag ingezet om de orde in de bezette maar relatief vrije hoofdstad te helpen handhaven. Ook op de beruchte 16 en 17 juli 1942, toen ongeveer 4.500 Franse politiemannen tijdens de `razzia van Vel' d'Hiv' (Vélodrome d'Hiver) 12.352 joden arresteerden en bij de bezetter afleverden ter deportatie. De geschiedschrijving van de Garde vermeldt dat een flink aantal hunner ook die dagen door de commissaris te hulp zijn geroepen, maar of zij direct meededen aan de razzia, of gewone politiemensen vervingen, blijft onbesproken. Govin: ,,Ik ken geen aanwijzingen dat de Garde arrestaties of andere collaboratiediensten heeft verricht. Als de Garde `fout' was geweest, had Vichy de `milice' - een paramilitaire, fascistische, ideologisch anticommunistische eenheid niet hoeven oprichten.''

Die oorlog is lang voorbij. De Gardes vonden destijds snel het respect van generaal De Gaulle door hun hulp bij de bevrijding van het stadhuis van Parijs. Het publiek mag tegenwoordig zonder aarzeling weten wie door de autoriteiten bewaakt en muzikaal onthaald wordt. Voorafgaand aan de jaarlijkse open dagen zet de Garde Républicaine de deuren al halfopen. Voor genodigden speelt het Orkest en zingt het Koor van het Franse Leger, beide onderdeel van de Garde Républicaine, drie galaconcerten. Een houten vloer bedekt de zandvloer in de prachtige dressuurhal, waar de cavalerie anders `De Carrousel van de Lansiers' rijdt.

Duizend mensen zijn toegestroomd om de beste musici van de Garde (de meeste ook beroepsmatig buiten de kazerne werkzaam) te horen. De dirigent, luitenant-kolonel François Boulanger, grinnikte een dag tevoren discreet om zijn militaire status. Hem gaat het om de muziek. Zijn musici zijn net zo Frans en bekwaam als de collega's in de grote orkesten, zei hij: opgeleid tot solist en slechts met enige moeite te bewegen tot samenspel. Op de avond zelf is er weinig van te merken. Daphnis en Cloé van Ravel komt er netjes uit. Zelfs diens onvermijdelijke Boléro krijgt een gedekte behandeling. En dan heeft de zaal er helemaal zin in. Meezingers, toegiften, groot koperwerk, trommels, alles is goed. De Garde Républicaine kan er weer een jaartje tegen in de publieke opinie.

De Garde Républicaine is ook te horen op de taptoe ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de NAVO, in Heerlen op 18 en 19 juni. Nu al op de website van de krant (www.nrc.nl).