Een kamer als ketting

Ideeën van goud, zink of buxushout. 'Ik ben geen ontwerper maar een verteller.' 'De kostbaarheid van een sieraad zit in het idee.' 'Het moet meer zijn dan dure decoratie.' Drie uitspraken van hedendaagse Nederlandse sieradenontwerpers. Ook in het buitenland staat hun werk in hoog aanzien. Maar er is wel durf voor nodig om hun broches, armbanden en kettingen te dragen.

Fred is nu aan het woord. O, zegt zijn blikkerige stem. O. OO. OOO. OO. Fred leest een parelketting voor. De O's zijn de parels, de pauzes zijn de ruimtes ertussen. Dit collier is vier minuten en 56 seconden lang. OO. OOOOO. O. Fred is een stem uit een Apple-computer, in real time bestaat hij helemaal niet en de ketting evenmin. Dit is een vir tuele parelketting; je kunt hem horen, maar niet omdoen, en als je hem wilt vasthouden heb je alleen een plat kartonnen hoesje in handen met een cd erin met de gedigitaliseerde stem van Fred erop. OOO.

Dit recente ontwerp van Dinie Besems (33), met de titel String Off Beats, behoort tot een nieuwe generatie Nederlandse sieraden die het hele begrip 'sieraad' op z'n kop heeft gezet. Met het traditionele juweel - kostbaar en in Nederland liefst onopvallend - hebben deze objecten niets van doen. Ook al zijn de materialen soms duur genoeg, het gaat vooral om het idee. Sinds eind jaren zestig, begin jaren zeventig is het hedendaagse sieraad steeds verder opgeschoven richting beeldende kunst. Als deze ontwerpers al een trouwring maken, dan is het zoiets als de 'Vrijgezellenverlovingstrouw ring' van Lucy Sarneel (38), waarbij je het zilveren doosje moet breken om bij de gouden ringen te komen. Of een collier als een liefdesverklaring, gevlochten van twee kleuren haar (maar wel kunsthaar) en versierd met bolletjes zegellak. 'Ik houd van tradities', zegt Lucy Sarneel, 'maar ze moeten wel meegroeien.'

Het werkt ook de andere kant op: beeldend kunstenaar Marijke de Goey (52) bedenkt originele vormen voor bruggen, pleinen en treinen, maakt sculpturen van tientallen meters hoog, en ontwerpt sieraden die duidelijk aan de architectuur verwant zijn. Ze draagt vandaag een lange, springerige draad in haar linker oor, een vergulde G-snaar, die over haar schouder krult en dwars over haar borst wipt en draait.

Voor het psychiatrisch ziekenhuis in Gouda maakte Marijke de Goey een sculptuur bestaande uit een rechthoekige schijf getooid met een draad die alle kanten op kronkelt; het idee was tevens aanleiding tot een ring, waarbij de schijf over de vinger schuift. Voor de gemeente Delft ontwierp ze een brug die sprekend lijkt op het schoudersieraad dat ze voor Winnie Sorgdrager maakte; het was ook Sorgdrager die eerder dit jaar een tentoonstelling van haar ontwerpen opende in de Amsterdamse sieradengalerie van Louise Smit. Het pronkstuk was een ketting van gouden kubussen: licht, doorzichtig en zeer geordend.

'Ik begon sieraden te maken, omdat ik ze een tijd bij me kon houden', zegt De Goey. 'Ik voelde het verlangen om iets kleins te creëren, iets wat ik letterlijk zelf in de hand kan houden. Die grote projecten als beelden en pleinen duren soms jaren en bij oplevering geef je ze helemaal prijs. Ze zijn ook onderworpen aan enorm veel regels die ik niet zelf heb bedacht.'

Haar sieraden zijn meer dan miniatuursculpturen, zegt ze stellig, al werkt ze zowel bij haar sieraden als sculpturen met lijnen, draden en kubussen.

'Eenvoud siert. Ik wilde binnen een strenge ordening iets sierlijks maken. Maar er zit ook een zekere verlegenheid in. Typisch Nederlands, misschien. Je roots schemeren altijd door in je werk.'

Netwerk

Het zijn geen ornamenten meer, maar conceptuele kunstwerken, soms verluchtigd met een scheutje ironie. Wie zo'n sieraad draagt, treedt de buitenwereld zelfbewust tegemoet.

De kruisbestuiving tussen vormgeving en kunst geniet veel belangstelling in het buitenland: Nederlandse sieradenontwerpers exposeren en doceren op grote schaal in Europa en Amerika, en er komen veel studenten van elders naar de academies in Amsterdam, Utrecht, Eindhoven en Maastricht. Per land zijn de kringen van vakgenoten, galeries en verzamelaars klein, maar het internationale netwerk is veelomvattend. De sieraden van Gijs Bakker gaan van Amsterdam naar zijn galeries in Wenen, Berlijn, München, Padua en Philadelphia. Onno Boekhoudt woont op een boerderij in Friesland, doceert aan het Royal College of Art in Londen en geeft de komende tijd workshops in Israel, het Duitse Halle, het Engelse Brighton en in Korea.

Het assortiment en de tentoonstellingen van de drie voornaamste in sieraden gespecialiseerde galeries - Ra en Louise Smit in Amsterdam en Marzee in Nijmegen - laten ook zien hoe internationaal het kleine vakgebied van de sieradenontwerpers is.

Gijs Bakker (57) heeft sinds de jaren zestig de ontwikkelingen op de voet gevolgd. Hij ontwerpt niet alleen sieraden maar ook meubels en gebruiksvoorwerpen. Daarnaast is hij mede-oprichter van Droog Design, een stichting voor de promotie van een groeiende reeks Nederlandse producten met datzelfde likje ironie. Het caf‚ van het Museum of Modern Art in New York is bijvoorbeeld ingericht met 'Droog'.

Samen met zijn inmiddels overleden vrouw Emmy van Leersum voerde Gijs Bakker eind jaren zestig een rebellie aan in de vormgeverswereld. Het was de tijd van democratisering en nivellering en ook het traditionele sieraad - duur, elitair, geijkt - moest er dus aan geloven. Het hoogtepunt van deze opstand was een show in het Stedelijk Museum in Amsterdam (1967) waarbij de mannequins met Twiggy-achtige oog-make-up heen en weer paradeerden met colliers van kachelpijpen en hoge kragen van roestvrij staal. Kachelpijp, rubber, staal, kunststof - dat waren de materialen van de egalitaire toekomst waarin sieraden een voor iedereen bereikbaar industrieel massaproduct zouden worden. Uiteraard waren dure materialen als goud, zilver en edelstenen uit den boze.

'Oh, er waren wel meer nieuwe regels toen', vertelt Gijs Bakker met een glimlach. 'Broches waren bijvoorbeeld not done. Bij een ring, een armband, een collier is er een verhouding tussen het object en het lichaam. Die dr g je echt, en dat levert een interessant spanningsveld op. Maar een broche, pfff, dat was een decoratieve plak zonder relatie met het lichaam.' Hij moet er zelf hard om lachen. 'Sinds ik begin jaren tachtig figuratieve elementen in mijn werk ging toepassen, maak ik de ene broche na de andere! Ik heb ontdekt dat die relatie met het lichaam niet het enige criterium is. Er zijn meer manieren om een verhaal te vertellen of een betekenis over te brengen. Ik ben geen wereldverbeteraar meer.'

Bakker begon met een serie broches van sportfiguren, waarbij hij bewust het contrast tussen edel en platvloers uitbuit. Hij vatte uitgeknipte krantenfoto's van sporters in doorzichtig pvc en voegde aan die platte plaatjes de bijbehorende attributen toe, zoals een voetbal of speer - in goud. Op een uitvergrote foto van een halfedelsteen bevestigde hij een echte halfedelsteen. En dan was er in 1991 De waterman, een geplastificeerde foto van een hurkende atleet die een emmer met 77 klaterende diamantjes over zijn rug uitgiet. Een van zijn nieuwste werken toont een ander soort beweging. Johnny Awakes heet het collier dat in een reeks van achttien in perspex en zilver vervatte foto's de opkomst en neergang van een formidabele erectie uitbeeldt. Prijs fl. 17.000, oplage vijf stuks.

Verzamelingen

De kachelpijp van de sieraden rebellen uit de jaren zeventig droeg een nogal dubbelzinnige boodschap uit. Iedereen kan het materiaal betalen, maar niet iedereen durft dat vervolgens om z'n nek dragen. Wie dat wel deed, bestempelde zichzelf juist tot lid van een elite - niet de financiële, maar de culturele. Met de massaproductie liep het ook niet zo'n vaart. Tot diep in de nacht zaten Gijs, Emmy en hun zielsverwanten te hameren, te vijlen en te lassen om vooral niet de indruk te wekken dat ze met een handgemaakt unicum bezig waren.

Dat is inmiddels veranderd. Veel van de sieraden die nu in Nederland worden ontworpen, zijn de allerindividueelste expressie van een allerindividueelste emotie, of op z'n minst van een 'persoonlijke zoektocht'. Intimiteit en intensiteit hebben het gewonnen van sociale dogma's. Dat betekent dat de drager, of de verzamelaar bereid moeten zijn zich in de bedoelingen van de kunstenaar te verdiepen.

De sieraden van Onno Boekhoudt (55) zijn bijvoorbeeld niet makkelijk te doorgronden. Ze zijn intuïtief en cerebraal tegelijk. Hele werelden van gedachten en verhalen zitten er achter. Dat voel je, maar om die te kunnen begrijpen zou je zijn verzamelingen moeten kennen. Verzamelingen van spijkers, houtjes, takjes, peulen, kiezels, zaaddozen, handvaten, bezemstelen, cirkels, grassen en krullen. 'De reacties op mijn werk zijn meestal extreem', zegt hij. 'Of je sluit het in je hart ¢f je werpt het meteen verre van je.'

Hij volgde de opleiding voor edelsmeden in Schoonhoven en ging 's avonds naar de kunstacademie om te leren schilderen en beeldhouwen. Daarna volgde hij nog een edelsmid-opleiding in het Duitse Pforzheim. 'In Pforzheim werden destijds juist veel broches gemaakt en edelmetaal werd gewoon als een soort goede verf gezien, zonder een verwerpelijke politieke of morele lading. Een van mijn favoriete materialen is mat wit zilver; dat voegt zich naar zijn omgeving en kaatst het licht terug.'

Boekhoudt vindt net als de rebellen van toen, dat een sieraad meer moet zijn dan een brok dure decoratie voor een avondje schouwburg. 'Ik maak voorwerpen waarmee de "drager" een binding aangaat. Je draagt ze ook, of misschien zelfs juist, als niemand je ziet - bij een boswandeling of terwijl je op maandagmorgen de krant zit te lezen. Mijn sieraden hebben iets terloops. Even oppakken en daarna weer wegleggen - dat is ook "dragen", vind ik.'

In het overzicht van het verzameld werk van Onno Boekhoudt, Why not jewellery? (1997), figureert een lintje dat hij ooit ergens opraapte en - terloops - om de vinger van zijn dochtertje strikte. 'Vroeger was ik meer met de ambachtelijke kant bezig, met de vraag hoe je iets maakt, maar nu ben ik veel meer geïnteresseerd in het idee. Ik ben geen ontwerper, maar een verteller.'

Verschillende van zijn sieraden bestaan uit meer delen waarvan er één gedragen wordt. Bij een armband van wit zilver horen ook een plaat golvend koper en een rolletje lood. Room for a finger is een kubus van multiplex waar een huisvormig blokje uit is gezaagd. De kubus gaat om de vinger, het huisje laat je thuis of steek je in je zak. 'Sieraden zijn net mensen, ze hebben een omgeving nodig. Ze kunnen in hun eentje wel interessant zijn, maar in wezen zijn ze heel afhankelijk.'

Boomstronkjes

Net als Boekhoudt is Lucy Sarneel, ooit zijn leerling aan de Rietveld Academie, ervan overtuigd dat de intensiteit waarmee een sieraad is bedacht en gemaakt, voelbaar is voor de kijker, ook al kent die de gedachtegang van de ontwerper niet. 'Ik ga uit van een persoonlijke associatie, soms met hele gewone gebruiksvoorwerpen, en dan ontwikkelt zich iets universeels. Ik houd van vormen die tot de verbeelding spreken.' Meestal zijn dat driedimensionale, sculpturale vormen. Haar nieuwste serie, van zink, roept associaties op met waterplanten, die van staal en goud met boomstronkjes.

Sarneel heeft veel doosjes in haar sieraden verwerkt. Het zijn dragers in de meest letterlijke zin van het woord, plekken om priv‚-dingen te bewaren - gedachten bijvoorbeeld. Een enkele keer maakt zelfs papier deel uit van het ontwerp. Ze wil dat haar sieraden gekoesterd worden en maakt er daarom vaak doosjes voor. Die koestering heeft niets te maken met hun materiële waarde; of Sarneel nu zink, staal, goud of buxushout gebruikt, het materiaal kiest ze om de zeggingskracht. 'Ik maak graag sieraden, omdat ze heel dicht bij de mensen staan. In onze wereld is zoveel gemechaniseerd, er zijn nog maar weinig voorwerpen waar we een dergelijk innig contact mee hebben. Sieraden hebben ook veel met magie te maken. Zoals een krijger in het oerwoud de tand van een dier draagt om er kracht aan te ontlenen.'

Hoe opdringerig kan de intimiteit tussen ontwerper en drager zijn? Wil ik wel de in zilveren plakken afgegoten pukkels, littekens en ruwe plekjes van Dinie Besems om mijn hals dragen? Ze heeft het collier zelf gemaakt, maar vindt het toch tamelijk griezelig. Op haar website (www.xs4all.nl/ tilda dbesems) zijn diverse ontwerpen te zien, onder andere een klein flesje met daarop de letters 'coccinelzidae', dat wil zeggen zevenstippelig lieveheersbeestje, waarin de seks lokstof feromoon zit. Zou k£nnen zitten. Het sieraad is de wolk insecten die je bij je draagt als je een druppeltje op je kleding hebt gedaan. Op de website zijn ook chatrooms waar de denkbeeldige Connie en Gerda over het werk van Dinie en haar collega's kwebbelen:

Gerda: 'Weet je wie ik daarnet tegenkwam bij Galerie Fog? Mevrouw van Straaten!'

Connie: '...wie had ze dit keer om?'

Gerda: 'Het What the girls will wear in ad 2000 van Bakker, een Tonnetje van Sarneel in d'r linkeroor en aan d'r vingers een Landschap van Boekhoudt ‚n de Prinses van Noter...'

Dinie Besems haalt haar oeuvredoos van de plank en laat een aantal kartonnen kaartjes zien, waar lange stukken metalen ketting omheen zijn gewonden. Op de kaartjes staan woorden als 'hal', 'slaapkamer', 'woonkamer'. Ze spande een dunne ketting langs de muren van deze ruimtes en onderbrak die met een klein tekentje om ramen, deuren, scharnieren en hoeken aan te geven. Het resultaat is als het ware een lineair portret van een ruimte die je om je hals kunt wikkelen, of om een kartonnen kaartje. 'Ik vond het een opluchting dat er een manier was om een grote ruimte te vertalen in een object', zegt ze. 'Het wordt een amulet dat je vervolgens ter bescherming kunt dragen en voor jezelf kunt houden. Als je met die ketting over straat loopt ziet niemand dat je je woonkamer bij je hebt.'

Dinie Besems houdt zich niet bezig met sieraden als ornament, het idee alleen al ontlokt haar een grimas. 'Ik ben ook niet bezig met vorm, ik wil me juist verlossen van vorm.' Een paar jaar geleden ontwierp ze een collier van ijsblokjes. Het tastbare object is uiteraard verdwenen, wat overblijft is de video en de foto's waarmee ze het bestaan en het smelten vastlegde. En natuurlijk het idee zelf. Net als bij de parelketting die Fred op cd voorleest. Dinie Besems: 'Soms doet de hele vormgeving er niet toe, omdat het gebruik van oudsher de overwegingen van vorm overstijgen. Ik hoef niet te proberen de trouwring opnieuw te ontwerpen. De kostbaarheid van een sieraad zit in het ideeëngoed. Die helemaal voor jezelf houden, is ook een mooi idee van schoonheid. Op een gegeven moment heb je iets gemaakt en als het goed is heb je er leven in geblazen.' M

Visagist: 'Pernel'/Name Models/ Christian DiorOnno Boekhoudt met houten, beschilderde armband.Lucy Sarneel met 'Zinkrif' (1997), een zinken broche en doosje.

Gijs Bakker met 'Praha der Star' (1998), een broche van een computer-gemanipuleerde foto in plexiglas en zilver. [links]

Dinie Besems met 'Aoaersdtbeeri', twee ros‚ vergulde ringen waarin een roze barokparel is gezet.Marijke de Goey met in haar oor een vergulde G-snaar.