Een beetje vrijheid

Bij de eerste gedeeltelijk vrije verkiezingen in Polen, nu tien jaar geleden, werden de communisten tot hun eigen verbazing weggevaagd. Jaruzelski was zelfs vóór legalisering van de vakbond Solidariteit. Intussen was Moskou ook net de glasnost aan het ontdekken. `Polen wilde een eigen leven.'

Het was even overweldigend als verrassend.'' Tadeusz Mazowiecki glimlacht als hij eraan terugdenkt hoe de Poolse oppositie plotseling zenuwachtig begon rond te bellen. Of ze geen koffers moesten pakken? Was het wel te vertrouwen? Misschien zouden ze allemaal wel opgepakt worden.

Het resultaat van de eerste, gedeeltelijk vrije verkiezingen in Polen dezer dagen precies tien jaar geleden, kwam voor alle betrokkenen als een volstrekte verrassing.

Een beetje vrijheid bleek al genoeg om de communisten een vernietigende klap toe te brengen. Slechts één communist wist door te dringen tot de senaat, waar alle honderd zetels vrij verkiesbaar waren. In de Sejm, de Tweede Kamer was tweederde van de zetels bij voorbaat voorbehouden aan de communistische partij en de met de communisten samenwerkende blokpartijen. Slechts eenderde van de zetels was vrij verkiesbaar, maar ook hier kregen de communisten nauwelijks voet aan de grond.

,,Niemand had verwacht dat het zo duidelijk zou zijn. We waren bang dat de communisten op het laatst toch geen afstand zouden willen doen van hun macht.'' Maar die angst bleek ongegrond. Op 24 augustus 1989 werd de katholieke intellectueel Tadeusz Mazowiecki de eerste niet-communistische premier van Polen in meer dan veertig jaar. De eerste van alle communistische landen in Centraal- en Oost-Europa, die door een dikke muur van de rest van Europa gescheiden werden.

De gedeeltelijk vrije verkiezingen van juni 1989 in Polen sloegen een eerste bres. Vier maanden later viel de Berlijnse Muur en voor het jaar om was, waren de dissident Vacláv Havel president van Tsjechoslowakije geworden en het Roemeense echtpaar Ceausescu standrechtelijk geëxecuteerd.

Partijleiders die meer dan veertig jaar lang gewend waren hun instructies uit Moskou te krijgen raakten in paniek toen ze merkten dat Moskou niet meer geïnteresseerd was. 1989 werd het jaar van de burgerbewegingen die steeds luidruchtiger om vrijheden gingen roepen. Zonder de steun van Moskou bleken de machthebbers nergens meer. Eén voor één lieten de communistische dictaturen het leven.

Tien jaar later is Polen NAVO-lid en kandidaat om binnen een paar jaar toe te treden tot de Europese Unie. Een moderne democratie in volle overgang naar de vrije markt. Een succesverhaal dat in het voorjaar van 1989 begon aan een enorme ronde tafel waarachter in totaal 57 vertegenwoordigers van de regering, de rooms-katholieke kerk en de oppositie hadden plaatsgenomen. Dissidenten als Adam Michnik, Jacek Kuron, Lech Walesa en Tadeusz Mazowiecki zaten tegenover mensen als Czeslaw Kiszczak, minister van Binnenlandse Zaken en hoofd van de politie. De enige die ontbrak aan regeringszijde was Wojciech Jaruzelski, partijleider en staatshoofd. Hij dirigeerde de thriller vanachter de schermen.

Jaruzelski draagt nog steeds dezelfde donkere bril als in 1981 toen hij de staat van beleg uitriep, de vrije vakbond Solidariteit verbood en de hele oppositie achter slot en grendel liet zetten. Hij is inmiddels 75 jaar oud, maar heeft nog altijd de stramme houding van een beroepsmilitair. In een klein, kaal kantoortje in het centrum van Warschau vertelt hij zijn versie van het verhaal. ,,Ik heb de hoofdrol gespeeld in de hele omwenteling. Ik was immers partijleider en staatshoofd. Het initiatief kwam van mij en er gebeurde niets zonder mijn toestemming.'' Jaruzelski zegt dat hij al in 1988 contact begon te zoeken met de oppositie. Hij wilde praten over hoe het verder moest met het land.

In de Sovjet-Unie waren net de woorden perestrojka en glasnost gevallen en Gorbatsjov was een goede vriend van Jaruzelski. De Pool mocht zijn gang gaan binnen de grenzen van het socialisme. ,,Ik had het vertrouwen van Gorbatsjov, die de ontwikkelingen hier als een soort experiment beschouwde voor de hele communistische wereld. Nee ik kreeg geen instructies uit Moskou. Die tijd was voorbij. Dat was zo geweest onder Brezjnev, Andropov en Tsjernenko. Gorbatsjov liet ons vrij.''

Nieuw elan

Het grote struikelblok in de eerste contacten tussen regering en oppositie was de kwestie van de vakbond Solidariteit die sinds 1981 verboden was, maar sinds midden jaren tachtig toch weer een belangrijke politieke en economische factor was geworden.

Mazowiecki, één van zijn grote tegenspelers, herinnert zich twee grote stakingen in augustus 1988 die op niets uitliepen, maar wel een nieuw elan toonden. Kort daarop kwamen er tekenen dat het regeringskamp, de partijtop dus, wilde praten. ,,Dat was eerst erg moeilijk. De regering zat in een impasse die ze aan zichzelf te danken had. Na de afkondiging van de staat van beleg in 1981 was er geen enkel contact meer geweest tussen de machthebbers en de samenleving. Zowel aan onze kant als in het regeringskamp werd zeer verschillend gedacht over de vraag of dat nu opportuun was.''

Jaruzelski begon, naar het voorbeeld van zijn vriend in Moskou, niet-communistische adviseurs in zijn omgeving toe te laten. Een `laboratorium' noemt hij die eerste contacten waarin gewerkt moest worden aan de psychologische barrières, die natuurlijk na het dramatische militaire ingrijpen van 1981 tegen de democratische beweging, niet gering waren.

De generaal vertelt zijn verhaal volstrekt onbewogen, alsof hij een omstander was in zijn eigen leven. ,,Alles moet groeien, het graan, de bloemen, de mens en zeker ook de homo politicus. Pas toen we met elkaar in gesprek raakten merkten we dat oplossingen mogelijk waren.''

In werkelijkheid trad Jaruzelski in die dagen aanzienlijk minder soft op dan hij nu klinkt. Tijdens het plenum van het centraal comité in januari zette hij de hele partijtop onder druk. Als ze niet instemden met de legalisering van Solidariteit zouden Jaruzelski en een handvol medestanders, onder wie premier Rakowski en minister Kiszczak van Binnenlandse Zaken, aftreden.

,,Het was openlijk chantage, maar de tegenstanders zagen dat ze alleen stonden en slikten de legalisering.'' En zo maakte de man die Solidariteit in 1981 had verboden, acht jaar later de weg vrij voor de terugkeer van de vrije vakbond op het politieke toneel. In eerste instantie aan de Rondetafel die begin februari begon en twee maanden zou duren.

Het wantrouwen was aanvankelijk groot. Liet de oppositie zich niet inpakken of doodknuffelen? Mazowiecki was er de eerste weken nog helemaal niet zo zeker van. ,,Wij namen een enorm risico door te gaan onderhandelen op basis van vage toezeggingen. Nog voor het begin van de Rondetafel waren er bepaalde beloftes gedaan, maar we wisten gewoon niet of en wanneer die zouden worden ingelost. Zoals bijvoorbeeld de legalisering van Solidariteit waar ik me in het bijzonder mee bezighield. De communistische partij leek voor te zijn, maar de officiële vakbonden waren tegen. Voor ons was het de vraag of dat een spelletje was tussen de twee, of een afspiegeling van echt bestaande meningsverschillen binnen het regeringskamp.''

De grote Rondetafel werd al snel opgebroken in een aantal kleinere groepen die zich met concrete thema's bezighielden. De sfeer verbeterde snel en er werd zelfs gelachen. Maar het ging nog uitsluitend om hervormingen binnen het bestaande systeem. ,,Bijvoorbeeld over nieuwe regels voor de censuur, maar nog niet over de afschaffing daarvan. Of over de vrijheid van vereniging, maar ook weer binnen bepaalde grenzen. Of over belangrijke benoemingen (van de nomenklatoera) die niet meer uitsluitend op voordracht van de communistische partij zouden plaatshebben. Het ging om een beetje nieuwe politieke ruimte'', aldus Mazowiecki.

Argusogen

Intussen keken de socialistische broederstaten met argusogen toe. Jaruzelski kreeg ongeruste telefoontjes en lastige vragen. ,,De felste tegenstand tegen de ontwikkelingen hier in Polen kwam uit de DDR, Tsjechoslowakije, Roemenië en Bulgarije. Vooral die eerste twee, onze eigen buurlanden, waren zeer argwanend. Bij het begin van de Rondetafel ben ik daarom speciaal naar Praag gegaan om de partijtop gerust te stellen. Aan het einde van de Rondetafel ben ik ook naar Berlijn gereisd. Dat waren geen gemakkelijke reizen, want de partijleidingen in die landen voelde zich nog heel zeker van hun zaak. In Tsjechoslowakije en de DDR was de oppositie begin 1989 vrij zwak.''

Jaruzelski herinnert zich met enig leedvermaak hoe de Tsjechoslowaakse partijleider Jakeš zich nog geen enkele zorgen leek te maken over zijn eigen positie. Zolang er hier bier en worst is hoeft niemand zich zorgen te maken, kreeg hij in Praag te horen.

,,Mijn argumenten waren dat de oude methoden niet meer werkten, dat Polen iets anders nodig had. Dat Polen een eigen leven wilde en zich in een historisch experiment ging begeven. Dat we binnen het socialistische systeem wilden blijven, maar ons land tegelijkertijd wilden aanpassen aan nieuwe behoeftes.''

Gesteund door Sovjet-leider Gorbatsjov die Polen als een interessante proeftuin beschouwde voor zijn eigen perestrojka, wist Jaruzelski de conservatieve partijbazen uit de buurlanden op afstand te houden.

In eigen land hield hij intussen de regie strak in handen. Twee maanden na het begin van de onderhandelingen lag er een akkoord op tafel. De Rondetafel had besloten dat Polen als eerste van de socialistische broederstaten gedeeltelijk vrije verkiezingen zou krijgen. De communistische partij zou voorlopig haar leidende rol in de samenleving behouden.

,,Het was niet ideaal, maar het beste haalbare binnen de grenzen van dat moment. We begonnen aan een nieuwe historische etappe, geen revolutie maar een politieke opening voor nieuwe politieke krachten in het parlement. Dat was allemaal voorwaarde voor een grotere economische doelmatigheid in ons land.'' Jaruzelski dacht nog steeds het communisme in Polen te kunnen redden. Hij had eigenlijk geen idee dat zijn regime nauwelijks meer draagvlak had. De uitslag van 4 juni, toen de communisten praktisch weggevaagd bleken, verraste ook hem. Hij geeft toe dat zijn inschatting van het moment niet erg realistisch is geweest. ,,Ja, het was een schok dat we zoveel verloren. Ik was tenslotte de machthebber en ik dacht dat we sterker vertegenwoordigd zouden zijn dan later het geval bleek.'' Wat Jaruzelski ook niet voorzien had was dat de regeringsgetrouwe blokpartijen het zinkend schip zouden verlaten zodra ze konden. ,,De 65 procent die wij volgens het Rondetafelakkoord zouden krijgen ging niet alleen naar de communistische partij, maar ook naar de satellietpartijen. Maar die zijn na de verkiezingen overgelopen naar de oppositie waardoor de verhoudingen binnen het parlement drastisch veranderden.''

Toch is de man met de donkere bril tevreden met de uitkomst. ,,Vergeet niet dat de ontmanteling van het systeem onder mijn persoonlijke leiding heeft plaatsgehad. Want na die verkiezingen van juni 1989 ben ik nog anderhalf jaar president van Polen geweest. En ik was niet de enige communist, ook de ministers van Binnenlandse Zaken en Defensie waren toen nog communist. Het systeem is onder onze leiding afgebroken.''

Patstelling

Volgens het Rondetafelakkoord was het recht om een regering te vormen in eerste instantie nog voorbehouden aan de communistische partij. Maar de nieuwe verhoudingen binnen het parlement maakten dat onmogelijk. Het werd een patstelling die uiteindelijk werd doorbroken met het motto van Adam Michnik `Wij de premier en zij de president'. Het werden Mazowiecki en Jaruzelski.

Tadeusz Mazowiecki is nog altijd een gerenommeerd lid van het Poolse parlement. Hij is tegenwoordig voorzitter van de parlementaire commissie voor Europese integratie. Lichtjaren verwijderd van dat moment waarop hij als eerste niet-communistische premier aantrad na jaren van communistische dictatuur.

Hij stond voor de bijna onmogelijke taak om een evenwicht te vinden tussen het communistische verleden en de democratische toekomst. En nam de sindsdien zeer omstreden beslissing om een dikke streep te zetten onder het communistische verleden en geen heksenjacht te openen op iedereen die met het communistische regime had samengewerkt. Het kwam hem later op verwijten van rechts te staan dat hij geheuld zou hebben met de communisten en de kwestie is tot op de dag van vandaag actueel in Polen. Onlangs werd besloten om alsnog een antecedentenonderzoek te doen en hoogwaardigheidsbekleders ter verantwoordiging te roepen voor hun communistische verleden. Mazowiecki vond dat in 1989 moreel niet aanvaardbaar. ,,Hier in Polen waren toen nog twee miljoen partijleden en enkele tientallen partijorganisaties. Ik kon moeilijk tegen al die mensen zeggen dat ze voortaan tweederangsburgers zouden zijn. Zij hadden ook recht op een toekomst. Dat was de morele achtergrond. Ik geloof dat ik de geest van Solidariteit van 1981 ben trouw gebleven, de geest van een vreedzame beweging die nog geen ruit heeft gebroken, door een dikke streep te zetten onder het verleden. Daarmee heb ik geen misdaden gerechtvaardigd. Ik heb niet gezegd dat er niemand ter verantwoording zou worden geroepen. Ik heb alleen gezegd dat iedereen een toekomst had in de nieuwe democratie.''

Een morele kwestie, maar ook een puur praktische. Polen was immers nog maar een klein eilandje in een grote communistische zee. ,,We wisten toen niet hoe de omliggende landen zouden reageren. Wat de Sovjet-Unie zou doen, waar de perestrojka in volle gang was, maar waar ze zeker nog niet klaar waren voor een buurland met een niet-communist als premier. Hier in Polen had de partij nog altijd het leger en de veiligheidsdiensten in haar greep. Ik geloof nog steeds dat het wijs was om de weg van de geleidelijkheid te gaan en geen provocaties of gevaarlijke reacties op te roepen. Ceausescu heeft in die dagen nog een brief gestuurd naar alle zusterpartijen met de oproep om Polen te `hulp' te komen. Ik wil het verleden liever niet bekijken met de wetenschap die we vandaag hebben. Toen, in 1989, was het volstrekt onmogelijk om te voorzien dat de Sovjet-Unie, een kerngrootmacht, domweg uiteen zou vallen.''

Jaruzelski is één van de weinigen in Polen die wel ter verantwoording is geroepen. Voor zijn aandeel in de dood van tientallen arbeiders die in 1970 in Gdansk om het leven kwamen toen het leger het vuur op hen opende (Jaruzelski was toen minister van Defensie). Maar ook voor de dood van negen mijnwerkers tijdens de staat van beleg. Tot een veroordeling is het nooit gekomen.

De generaal weet dat hij niet om zijn verleden heen kan en sluit niet uit dat iemand nog eens zal proberen hem voor de rechter te slepen. Maar de kans dat het nog tot een proces zal komen is klein. ,,Ik ben ernstig ziek, moet u weten. Zo'n proces neemt jaren in beslag. Zoveel tijd heb ik niet meer.''

In zijn kleine kantoortje maakt hij een eenzame indruk. Zonder hem was de democratische doorbraak tien jaar geleden niet mogelijk geweest. Maar als hij al in de krant staat is dat meestal wegens een proces dat wel of niet door gaat. Enigszins melancholiek vertelt hij over de vriendelijke woorden die president Bush in zijn memoires aan hem gewijd heeft. Over de warme ontmoetingen die hij indertijd heeft gehad met Thatcher en Mitterrand. Maar de enige van wie hij nu nog wel eens wat hoort is zijn vriend Gorbatsjov. Ze sturen brieven en zoeken elkaar op als ze in het ziekenhuis liggen.

Mazowiecki heeft nog steeds moeite met de rol van Jaruzelski. Op de vraag of de Poolse generaal de geschiedenis in moet gaan als de man van de staat van beleg of de man van de Rondetafel, volgen drie diepe zuchten. ,,Je moet de Jaruzelski die de staat van beleg afkondigde in 1981 onderscheiden van de Jaruzelski die in 1989 de verantwoordelijkheid nam om Solidariteit te legaliseren. Je moet beiden zien. Het zou verkeerd zijn om hem uitsluitend te zien als de man van de staat van beleg'', concludeert Mazowiecki uiterst behoedzaam.